Nieuwe personages

In het tweede deel van Terra 7 volg je Conrads reis naar het noorden. Het betekent een kortstondig afscheid van Virginia, Dion, Zania en Kyril die we weer terug zien in deel drie.

In deel twee Het Huis van de Roos leren we Conrad, oudste van de Aardse wetenschappers en technologiespecialist, veel beter kennen. Nieuw zijn verzetsstrijdster Bridget (half Nard, half Afraans) en Duncan, Afraanse edele uit het Huis van de Roos. Hieronder leer je ze kennen aan de hand van een favoriete bezigheid uit hun verleden:

Conrad:
Ik plaats mijn handen voor mij en voel het ruwe oppervlak van de gravelbaan onder mijn vingertoppen. Mijn voeten staan in de startblokken. Hoewel dit geen wedstrijd is, voel ik wel de opwinding die bij een start hoort. Ik breng mijn billen omhoog en zoek het juiste evenwicht met de grootste druk op mijn voeten. Ik haal diep adem. In mijn hoofd laat ik het startsignaal klinken en nog op het signaal zelf spat ik vooruit. Mijn passen niet te kort en niet te lang. Ritme zoek ik en ritme heb ik. De wind suist in mijn oren en mijn ogen tranen. Mijn borst gaat snel op en neer als mijn longen zich vullen en ik de lucht weer uitblaas. Mijn hart bonst en pomp de zuurstof naar mijn spieren die steeds meer en meer verzuren. De laatste paar meters doen pijn, maar het is pijn dat ik verwelkom, want daar is de eindstreep. Dit was een snelle 100 meter, ik weet het zeker.

Bridget:
‘Vuur maken kost tijd’, legt papa mij uit. Ik slaak een diepe zucht. Ik draai en draai en draai maar aan het stokje, maar geen vuur. Het wil niet en het gaat me toch niet lukken, dus boos laat ik het uit mijn handen vallen. Papa gaat achter me zitten en ik ontspan meteen. Hij pakt mijn handen en samen doen we het nog een keer. Door zijn hulp blijft het stokje dat ik draai, veel meer op zijn plaats en ik ruik een brandlucht. Papa pakt snel het plukje houtvezels en legt het tegen het draaipunt aan.
‘Nu eerst weer draaien en dan blazen.’ Ik draai op de manier die papa mij net voordeed. De brandlucht wordt sterker. Ik blaas en ineens is er een prachtig geel vlammetje te zien in het plukje vezels. Als betovert staar ik er naar. ‘Goed gedaan meid’’, prijst papa mij. Hij houdt zijn handen beschermend om het vlammetje en samen brengen we het naar de houtvezels dat tussen het door ons geraapte hout ligt. Al snel vat het vlam en niet veel later warmen we ons aan het vuur.

Duncan:
Met mijn hand strijk ik eerst langs de klep van de vleugel, voordat ik die open doe. Ik weet niet waarom precies, maar ik geniet altijd als mijn vingertoppen de nerf van het hout voelen. Misschien wel omdat dit een Aardse vleugel is, gemaakt met Teraxaans hout.
Ik plaats mijn handen gedachteloos op de toetsen. Wat zal ik gaan spelen? Ik lach als ik zie dat ik bijna automatisch mijn vingers in de juiste positie heb gezet voor de ‘Mondscheinsonate’ van Beethoven en ik begin te spelen. Ik hou van de kalme klanken van dit stuk. De rust die er in zit en het kalme stijgen en dalen van de melodie. Altijd als ik dit speel, moet ik denken aan de Aarde voordat de mens het vernietigde. Die oude wereld waar mijn voorouders ooit leefden. Een wereld waar ‘s nachts slechts één maan je pad verlichtte.

Persbericht: Geen contact met Terra 7 missie

Arnhem, 10 december 2672

Er is al een paar maanden geen enkel contact geweest met de Alpha, het ruimteschip met vier wetenschappers die opzoek zijn naar Terra 7, melden bronnen binnen de YSSP (Youth and Science Space Program) van de Verenigde Aarde. De Alpha vertrok op 15 februari 2672 om te onderzoeken wat er van de mensen op de kolonie Terra 7 is geworden. Sinds de kolonisatie van deze planeet vijf eeuwen geleden is er geen contact. Lang werd zelfs gedacht dat de planeet helemaal niet bestond.

Volgens een officiële reactie van het ministerie van intergalactische zaken is er niets aan de hand. “De Alpha reist door een deel van de ruimte dat zeer afgelegen ligt. Het is daarom voor snelle communicatie afhankelijk van ruimterelays die na iedere ruimtevouw achtergelaten worden. Hierin kan iets misgegaan zijn. Het feit dat we van de wetenschappers enige tijd niets meer gehoord hebben, is daarom niet ongebruikelijk en geen reden voor alarm.”

Maar volgens onze bronnen is die uitleg onwaarschijnlijk. “Het laatste bericht dat van de Alpha binnenkwam, liet namelijk weten dat ze de planeet Terra 7 dicht genaderd waren. De ruimterelays hebben dus prima gefunctioneerd. Bovendien zijn de relays instaat om zichzelf te repareren bij lichte beschadigingen of softwarematige fouten,” aldus onze bron die liever anoniem wil blijven.

Antwoord op wat er dan gebeurd is, kan hij niet geven. “De fout kan bij het schip zelf liggen. Het kan beschadigd zijn of zelfs niet meer bestaan. Een andere mogelijkheid is dat de technologie op de planeet Terra 7 zo ver ontwikkeld is dat het berichten van de Alpha zou kunnen onderscheppen. In dat laatste geval is een communicatiestilte de verstandigste optie.”

Het kan nog wel een jaar duren voordat er uitsluitsel is. Volgens het protocol van het ministerie is bij missies buiten het intergalactische territorium niet gebruikelijk om een reddingsmissie te sturen.

Bronnen zijn bij de redactie bekend.

Oud werk

Een verhaal uit het verleden weer oppakken en herschrijven of opnieuw schrijven is helemaal niet vanzelfsprekend. Door een bericht op Facebook van schrijver Sophia Drenth over het wel of niet oppakken van een oud verhaal is mij dat nog duidelijker geworden. Waarom heb ik er dan toch voor gekozen om het verhaal van Terra 7 wel op te pakken en uit te brengen 26 jaar na het schrijven van het oorspronkelijke verhaal?

Er zijn namelijk ook verhalen van mijn hand waarbij ik helemaal niet de behoefte heb om ze te publiceren. Zo schreef ik ooit voor de schoolkrant het door mij geïllustreerde SF sprookje ‘Het geschrift de waarheid’ over een planeet die opgesplitst raakt in een wit en zwart deel. Het is een prachtig tijdsdocument van mij als 17-jarige. Het is wat het is; het is af.

Ook heb ik samen met mijn zusje het levensverhaal van mijn opa Wagenaar opgeschreven. De man was een fantastische verteller en had flink wat meegemaakt. Hij was 94 en wist dat hij ging sterven en in twee weekenden hebben we hem geïnterviewd. We hebben geprobeerd de verteltrant van mijn opa zo veel mogelijk terug te laten komen in de tekst. Het is in een kleine oplage in eigen beheer gemaakt en alleen voor familie. Ik beschouw het niet als eigen werk, maar als iets van mijn opa. Al denk ik wel dat zijn verhalen door kunnen klinken in teksten die ik schrijf, omdat je nou eenmaal altijd iets meeneemt van wat je hebt gehoord of gekend.

Toen ik Terra 7 na 10 jaar weer las, werd ik meteen weer in het verhaal getrokken. Natuurlijk waren delen gedateerd, maar het verhaal raakte me. De personages gingen in mijn hoofd zitten. Ik zag ineens verbanden die ik eerst niet had gezien. Wat ook hielp is dat ik het gevoel had, dat dit verhaal nog steeds relevant is. Toen was mijn inspiratiebron de oorlog op de Balkan, nu was er de oorlog in Syrië en de toenemende polarisatie in de samenleving.

Met het oppakken van een oud verhaal maak je het jezelf alleen niet makkelijk. Je schrijfstijl is veranderd en als het goed is ben je ouder en wijzer geworden. Zo is het best lastig om karakters aan te passen of prachtige scenes te schrappen, omdat dat het verhaal ten goede komt. Het gevaar is dat je in de “oude groef” blijft hangen. Vandaar dat ik nu deel 2 opnieuw wil schrijven i.p.v. de oude tekst bewerken. Ik heb inmiddels al ontdekt dat dat het niet perse makkelijker maakt, dus waarschijnlijk wordt het een combinatie van herschrijven en opnieuw schrijven.

En gelukkig heb je in een latere fase je proeflezers en je redacteur. Zij zien het verhaal voor het eerst en zullen niet schromen om opbouwende kritiek te geven. Dat is precies wat elk verhaal nodig heeft.

Kyrils nachtmerrie

In Terra 7 boek 1 Het groene kristal krijgt Kyril last van nachtmerries. Geen gewone nachtmerries, maar dromen waarin hij steeds weer sterft en de pijn daarvan voelt. De dromen worden zo hevig dat hij op een gegeven moment niet meer weet wat droom en werkelijkheid is. Hier kun je lezen welke droom aan dat moment vooraf ging.

‘Hé bastaard, heb je nog niet je plaats geleerd!’

Kinderen die net iets ouder waren dan hij, renden achter hem aan. Hij kreeg een trap in zijn rug en viel om. De kinde­ren kwamen om hem heen staan. Ze lachten hem uit en schop­ten hem. Het uitlachen en schelden deed hem meer pijn dan het schoppen.

‘Je moeder was een vuile Sasjan! Je vader was een Afraan! Weet je hoeveel Sasjans en Afranen mijn ouders gedood hebben?  Ze zouden hetzelfde met jou moeten doen!’ riep een meisje naar hem.

‘Dan doe ik het’, sprak een al wat oudere Anatoolse jongen. Hij had een energiepistool in zijn hand en richtte het op hem.

Kyril werd doodsbang. Hij kon zich nog herinneren dat het pistool in het echt ongeladen was geweest, maar dit was zijn droom, nu was alles anders.

De jongen vuurde en trof hem in zijn borst. Hij schreeuwde het uit van pijn. Hij rook de geur van zijn eigen verbrande vlees. Bloed stroomde uit de gapende wond. Om hem heen stonden de kinderen hem nog steeds uit te lachen. Eindelijk werd het zwart voor zijn ogen.

Maar hij werd niet wakker. Hij belandde midden in de ber­gen, waar hij op patrouille was. Achter hem klonk een gil. Ze waren in een hinderlaag van Sasjans gelopen en werden door hen omsingeld. Ze lieten zijn kameraden met rust en kwamen recht op hem af. Hij wilde zich verdedigen, maar zijn armen maakten niet meer dan een hulpeloze beweging. Eén voor één staken de Sasjans, als in een plech­tigheid, een mes tussen zijn rib­ben. Iedere nieuwe messteek overtrof in pijn de vorige. Nie­mand van zijn kamera­den hielp hem.

Pas toen alle Sasjans hun mes in zijn borst geplant hadden, begaven zijn benen het en zakte hij in elkaar. Hij vocht tegen de pijn, hij vocht tegen de droom. Het is een droom! gilde het door zijn hoofd. Het hielp niet.

Hij kwam terecht op het slagveld van het Afraanse offensief, midden tussen de lijken en een vechtende mensenmassa. Achter hem doemde de ursus op, het dodelijke geheime wapen van de Afranen. Het grote gitzwarte ding gleed langzaam op hem af. Hij raakte totaal in paniek en wilde ervoor wegrennen, maar zijn benen leken wel van rubber en het afgrijselijke ge­vaarte kwam steeds dichterbij.

Door een harde, pijnlij­ke slag tegen zijn benen, viel hij neer. Zania stond achter hem en ze hield haar metalen wapenstok opgehe­ven. Nog geen seconde later sloeg ze de stok op­nieuw tegen zijn benen. Een luid gekraak en een golf van pijn, maakte hem duidelijk dat ze gebro­ken waren. Hij keek Zania vra­gend aan.

‘Je bent maar een man’, verklaarde ze en ze lachte erbij.

De ursus was hen dicht genaderd. Kyril draaide zich om en zag dat de loop van het kanon op hem gericht was. Dion kwam tussen hem en de loop staan.

‘Dion help me’, smeekte hij.

‘Het spijt me, maar dat zou me mijn ogen kosten’, antwoordde Dion koel. Nu pas viel het hem op dat Dion nog kon zien.

‘Dion nee! Ga niet weg. Laat me leven Dion. Alsjeblieft! Laat me leven!’

‘Jouw dood geeft mij mijn ogen’, en Dion stapte voor de loop weg.

‘Nee!’

Het maakte niets uit, het kanon vuurde en Kyril voelde hoe zijn lichaam uiteen gereten werd.

Je boek verkopen

Het romantische idee van een verlegen schrijver op een zolderkamertje is totaal achterhaald. Misschien bestaan ze nog wel, maar het is niet waarschijnlijk dat je ooit iets van hen zult lezen. Als je wilt dat jouw boek gelezen wordt, zul je jezelf met je boek moeten presenteren aan de buitenwereld.

Natuurlijk zal een goede uitgever haar of zijn best doen om jouw boek te verkopen. Daar is de uitgever zelf immers ook bij gebaat. Maar dat dat echt niet genoeg is, zag ik op Dutch Comic Con in Utrecht waar ik afgelopen weekend was. Nu is dit een beurs waar maar een klein deel van het publiek geïnteresseerd is in boeken. Je moet dus je best doen om gezien te worden. Een aantrekkelijke kraam én boekcover helpt daarbij, maar nog beter is het om mensen aan te spreken zodra ze interesse tonen.

Dat is best een stap. Ik heb wel eerder op markten gestaan, maar het was altijd voor mijn werk en niet voor iets van mijzelf. Dat maakt echt verschil en dan komt ook al snel de onzekerheid om de hoek kijken (zit ik mezelf hier aan te prijzen en vinden ze het straks niks, géén schrijffouten maken bij het signeren, help, een schrijver gaat mijn boek lezen, kopen ze het nou omdat ze geen nee durven zeggen?). Ik sprak Cocky van Dijk, uitgever bij Zilverspoor en collega schrijver, er over. We waren allebei blij dat als je wat ouder wordt, je zulke negatieve stemmen herkent en ook weer stil krijgt. Want ik heb niet voor niks dat boek geschreven en uitgebracht. Ik sta er 100% achter en wil ook dat het gelezen wordt.

Praten met andere schrijvers en boekliefhebbers is sowieso een goed idee. Je krijgt een beter beeld van wat er allemaal bij komt kijken naast het schrijven zelf. Al met al was afgelopen weekend dus heel leerzaam. Op naar het volgende evenement om nog meer boeken te verkopen. Want er is niks leukers, dan van lezers horen wat ze van je boek vinden (en tot nu toe zijn de reacties allemaal positief).

Focus

De zenuwen zijn inmiddels weg en mijn maag gekalmeerd. De boekpresentatie was geweldig. Veel mensen die ik verwacht had, konden niet door griep, verkeer of andere afspraken. Veel mensen die ik niet verwacht had, kwamen daar voor in de plaats. De eerste recensies zijn er en die zijn positief. De eerste reacties van mensen die het gelezen hebben of aan het lezen zijn ook. Een enorme opluchting! Zelfs mijn nieuwe werkkamer is zo goed als af.

Het resultaat is dat ik me op dit moment een beetje een leeggelopen ballon voel. Ik heb nog van alles liggen; boeken die ik wil lezen, verhalen die ik wil schrijven, mijn website die ik verder wil uitbreiden, spullen die nog opgeruimd moeten worden en natuurlijk boek 2 waar ik graag aan wil beginnen. Het kost me alleen heel veel moeite om me ergens op te focussen met als effect dat ik 4 boeken heb liggen waar ik in begonnen ben, 2 half afgeschreven verhalen, diverse in concept opgeslagen webpagina’s, een tafel die vol ligt met spullen i.p.v. lekker opgeruimd en een waslijst aan dingen die ik zou doen na de boekpresentatie.

Nou heb ik de diagnose ADD gekregen, dus zo wereldvreemd is deze situatie voor mij niet. Ik heb inmiddels wel geleerd dat hoewel ik mijn uiterste best doe orde in mijn leven te houden, chaos het vaak wint. Mijn omgeving is dan een reflectie van de chaos in mijn hoofd. Gelukkig hebben we geen kleine kinderen in huis en is mijn man een nog grotere rommelkont dan ik. Mijn omgeving ergert zich hooguit aan mijn warrige antwoorden en afwezig zijn (aarde aan Esther, hallo!).

Ik weet ook dat het weer overgaat. Er is veel spanning geweest en ik heb verschillende zaken afgesloten. Daarna volgt altijd een terugslag met vermoeidheid en chaos. Er zit voor mij niets anders op dan lijsten bijhouden met wat ik heb liggen om vervolgens te kiezen voor iets dat echt af moet. En om met heel veel moeite dat uit te voeren. Met een beetje mazzel komt de focus dan weer terug en wordt het misschien een hyperfocus. Is het zo af!

Oswin

In Het groene kristal heeft Dion het over zijn overleden vriend Oswin, maar wat gebeurde er nou eigenlijk?

‘Ben je weer naar het kristal aan het luisteren?’

‘Mm’, Dion keek Oswin verstoord aan. Het duurde even voordat hij de kracht van het kristal naar de achtergrond had verdreven en hij zich op Oswin kon richten.

‘Wat heb ik nu weer gehoord? Heb jij vannacht bij Charis­sa geslapen? Dat is een hogepriesteres! En een bijzonder mooie wel te verstaan. Wat moest je bij haar?’

‘Dat hoef ik jou toch niet uit te leggen, hè.’

‘Het is een wonder dat er niet al overal kleine Dion­s rondwandelen’, verzuchtte Oswin.

‘Nee hoor, daar kijk ik heus wel voor uit.’

‘Weet je het zeker? Als je het nu ook al doet met een hoge­priesteres.’

‘Nou en?’

‘Kom op Dion. Ze zijn alleen geïnteresseerd in jouw zaad, niet in je charmes.’

Die opmerking viel niet in goede aarde. ‘Wat weet je je weer prachtig uit te drukken, je bent gewoon jaloers. Ze zijn nou eenmaal minder in jou geïnteres­seerd.’

‘Ja logisch, ik draag niet het teken van Candara en Dag­omar. Wees toch niet zo onnozel!’

‘Onnozel? Waarom verwijt je mij dat ik met een hogepries­teres naar bed ga, hè. Alsof jij geen vriendinnetjes hebt.’

‘Die zijn een stuk minder gevaarlijk. Ik waarschuw je al­leen.’

‘Ach laat ze maar zwanger worden’, zei Dion onver­schillig. ‘Ik ben dan toch slechts hun biologische vader.’

‘Ik hoop dat je dat niet meent.’

Dion haalde zijn schouders op. Hij had geen zin in dit ge­sprek. Oswin gaf echter niet op.

‘Zit Relf je weer dwars?’

‘Wie anders’, verzuchtte Dion.

‘Als jij inderdaad bij een van de priesteressen een kind verwekt, kan het best zijn dat hij daarin meer geïnteres­seerd is dan in jou.’

‘Mooi, dan kan ik hier weg.’

‘Dat denk ik niet. Als dat kind ook het teken van Candara en Dagomar bezit in ieder geval niet. Je begrijpt het nog steeds niet, hè!’

Dion keek Oswin kwaad aan, maar deze keek hem gewoon recht in zijn ogen.
‘Je bent een idioot. Jij zult uiteindelijk een gevaar voor de Tempel zijn. Ze likken nu je hielen om je te paaien en je in slaap te sussen, maar zodra ze jouw kind hebben zullen ze je vernietigen!’

‘Je bent gewoon jaloers! Er is maar één Laban!’ riep Dion kwaad.

‘Nog wel, maar voor hoe lang? Ik ben niet jaloers Dion. Ik ben maar al te blij dat ik niet in jouw schoenen sta.’

Dit was allemaal Dions eer te na. Hij begon zijn geduld te verliezen. Hij hield zich echter in en liep weg, naar de trap, het dak af.

Een schreeuw hield hem staande en hij rende snel weer terug. Bij de dakrand stond Oswin en voor hem stond een grote angelarac. De giftige angel was naar voren gebogen en trilde gevaarlijk in Oswins richting.

Dion, leidt het af’, smeekte Oswin.

Dion concentreerde zich, maar op een of andere manier lukte dat niet. Althans niet snel genoeg. De angelarac viel naar Oswin uit. Oswin ontweek en dook naar achteren, maar raakte daardoor uit balans. Hij viel achterover, over de dakrand, de diepte in.

Dion gilde, Oswin gilde en plotseling was daar een angst­aan­jagende stilte. Dion stond te trillen van emotie. Hij vergat de angelarac en rende de trappen af naar de plek waar Oswin terecht gekomen moest zijn.

Oswin leefde nog, maar hij ademde zwaar en hij leek Dion niet meer te herkennen. Dion nam Oswins bebloede hoofd in zijn handen en maakte contact met Oswins geest. Hij moest hem in leven houden. Hoe lang hij zo gezeten had wist hij niet, maar opeens was Relf bij hem.

‘Dion, laat hem los’, zei de vriendelijke stem van Relf.

Biecht van een debutant

Nog even en dan heb ik mijn boek fysiek in handen. Ik ben er dolblij mee, maar toch is blijdschap niet het gevoel dat overheerst. Want sinds ik weet dat mijn boek Het groene kristal te bestellen is, heb ik last van mijn maag. Ik begreep al snel waar het door kwam: angst. Een boek uitbrengen is namelijk dood en doodeng. Zeker voor een onzekere perfectionist met faalangst als ik.

Ik voel nu weer waarom ik er 25 jaar over heb gedaan om mijn boek uit te brengen. Eerder durfde ik het niet en er waren heel veel redenen om het vooral niet te doen. Hoe kan iemand met dyslexie nou een goed boek schrijven? Ik heb toch helemaal geen taalgevoel? Wie vindt een verzonnen verhaal van een 21jarige nou interessant? Ik liet het boek wel eens lezen aan mensen om mij heen, maar het bleef altijd heel veilig.

Ik ging op mijn 21ste schrijven, omdat ik op dat moment in mijn leven niets anders kon. Pijn vreet zich een weg door je ziel en door in een fantasiewereld te duiken, maakte ik mijn leven dragelijk. Daarna deed ik het vooral ook om te leren. Toen ik begon wist ik niet eens het verschil tussen zij en zei. En door er zo mee bezig te zijn, werd die lastige Nederlandse taal steeds leuker. Ondertussen bleef het verhaal van Terra 7 mij boeien.

Faalangst kende ik al als kind, al weerhield het mij er niet van om aan toneel te doen en te zingen. Als klein meisje trad ik op op bruiloften bij familie of in de kerk en die ervaring maakte het minder eng. Ik ben altijd blijven zingen, maar iedereen om mij heen weet dat je beter uit mijn buurt kunt blijven voor een optreden. En vlak voordat ik op moet, vervloek ik mezelf omdat ik het toch weer doe.

Om kort na dat moment weer te ervaren waarom ik op dat podium sta. Ja, er kan van alles misgaan (en veel is door de jaren heen ook misgegaan), maar de momenten waarop het goed gaat, zijn magisch. De kick als de muziek bij elkaar komt, het samenspel met de muzikanten of medespelers en vooral het moment waarop ik zie of voel dat ik het publiek raak met mijn stem.

Ik zal niet zien of voelen of mijn lezers geraakt worden door mijn boek, want ik ben daar niet bij. En de lezers die de moeite nemen om een recensie te schrijven, zijn vaak heel kritisch. Waarom heb ik dan toch die stap gezet om het uit te geven?

Omdat ik van schrijven hou, omdat mijn hoofd nog vol zit met verhalen die ik heel graag wil vertellen en omdat ik uiteindelijk zelf niets te verliezen heb (mijn uitgeefster wel en die heeft er met haar ervaring toch voor gekozen het uit te geven). Bovendien hebben mijn optredens mij geleerd dat door iets wél te doen, je er ook iets voor terug krijgt: ervaring. Ook als de wereld mijn boek helemaal niets vindt, is dat waardevol.

Tot ik die ervaring heb, zit er niets anders op dan dealen met de angst. Sorry omgeving, gezellig ben ik wel weer na de eerste reacties.

Persbericht: Missie naar Terra 7 onderweg

Arnhem, 15 februari 2672

Om 11. 55 uur Centraal Europese tijd zijn vier wetenschappers met hun ruimteschip de Alpha vertrokken vanaf ruimtehaven ESS naar de legendarische planeet Terra 7. Het vertrek verliep zonder problemen. De avond voor vertrek spraken we nog met Virginia van der Zande, de enige Nederlandse wetenschapper van de missie.

Dit is je eerste grote ruimtereis en je bent waarschijnlijk een jaar weg. Zenuwachtig?
Niet zenuwachtig, maar ik vindt het wel spannend. We gaan eindelijk doen waar we maanden voor getraind hebben en daar zie ik erg naar uit.

Jullie zijn allemaal nog vrij jong, jij met 24 zelfs de jongste. Was het niet beter geweest als er meer ervaren ruimtereizigers waren meegegaan?
Eigenlijk is dat een beetje vreemd gegaan. Eerst was er kritiek dat een missie naar Terra 7 te veel tijd zou vragen van onze gerenommeerde wetenschappers, nu is er weer kritiek dat wij te jong en onervaren zijn. Feit is dat deze missie voor een groot deel gefinancierd wordt door het YSSP (Youth and Science Space Program) van de Verenigde Aarde. Dat programma heeft tot doel om jonge wetenschappers ervaring op te laten doen in de ruimtevaart. Dat is hard nodig, want 60% van de ruimtereizen wordt gedaan door het leger. Ongeveer 25% is commercieel en maar 5% puur gericht op wetenschap. Ontdekkingsmissie zoals die van ons, zijn nog zeldzamer. En dat terwijl er nog zo veel te ontdekken en te verbeteren valt.

Dat het leger zo belangrijk is, is niet vreemd gezien de dreiging van ruimtepiraterij. Vormt dat ook een gevaar voor jullie missie?
Het is één van de redenen waarom we niet bekend gemaakt hebben in welke richting we gaan zoeken naar Terra 7. En tijdens de eerste paar ruimtesprongen worden we begeleid door een militaire escorte.

Terra 7 is een legende geworden, omdat daar een vreedzame samenleving gevormd zou worden. Wat verwacht jij daar aan te treffen?
Ik hoop natuurlijk dat het ze gelukt is, zeker nu we weten wat voor chaos er ontstaan is op de andere Terra’s. We hebben bijna 5 eeuwen geen contact gehad, dus het is heel spannend. Ook is er weinig informatie bekend over de planeet zelf en inheemse planten en dieren. Er valt dus heel veel te ontdekken.

Veel te ontdekken zeg je. Toch heb ik begrepen dat het niet de bedoeling is dat jullie contact maken met de bewoners. Je bent zelf arts. Kun je onder die voorwaarden wel je werk doen?
Veel van mijn werk doe ik tijdens onze ruimtereis, zoals het uitproberen van nieuwe methodes van botontkalking in de ruimte. Ook werken we met een nieuw prototype kunstmatige zwaartekracht dat nog meer onderzoek behoeft.

Het is jammer dat we niet officieel in contact mogen treden met de bewoners van Terra 7, maar dat is iets anders dan helemaal geen contact. We beginnen met scans en monsters op plekken waar weinig tot geen bewoning is. Als we een beter idee hebben van de samenleving daar, infiltreren we in steden en dorpen om daar onderzoek te doen. Het belangrijkste is dat de bewoners van Terra 7 niet weten wie we zijn en wat we komen doen. Deze missie is echt alleen gericht op onderzoek. Wat is er van het project Terra 7 terecht gekomen? Daar willen we antwoord op. Officieel contact is voor politici in een missie na die van ons.

 

Nieuwsgierig naar Het groene kristal?

Nog een even en dan is mijn eerste boek er eindelijk. Ruim 25 jaar na het schrijven van het manuscript is het straks echt zo ver. Kun je niet wachten en ben je nieuwsgierig naar mijn schrijfstijl? Je kunt hoofdstuk 1 en een deel van 2 lezen via de site van Celtica Publishing.

Ook op deze site vind je steeds meer informatie over Terra 7. Zo is er een doorzoekbare woordenlijst met alle namen van volken, plaatsen, personages, dieren en dingen. Handig als je tijdens het lezen even niet meer weet wie bijvoorbeeld Arabella is. Ook vind je er straks scenes die het boek niet gehaald hebben (maar wel leuk zijn om als extra te lezen) en meer achtergrondinformatie over de planeet en de hoofdpersonages. Wist je bijvoorbeeld dat Terra 7 maar 11 maanden heeft (december bestaat er niet)? En hoe zit het nou met die naam Terra 7? Waarom heet de planeet soms Terra 6 en hebben de kolonisten de planeet weer een andere naam gegeven?

Als laatste ga je op mijn site ook meer informatie vinden over andere Nederlandse SF en fantasy schrijvers.

1 2 3 4