Waar gaat het eigenlijk over?

Nu ik bezig ben met mijn boeken en er ook mee naar buiten treedt, krijg ik regelmatig de vraag wat ik dan schrijf. Mijn korte antwoord is: een Science Fiction roman. Als mensen doorvragen, merk ik dat ik het best lastig vind om dat kort en bondig uit te leggen.

Want wat vertel je wel en wat vertel je niet? Als je te weinig vertelt, dan kan het zijn dat mensen onvoldoende informatie hebben om te beslissen of het verhaal interessant voor hen is. Als je te veel vertelt, geef je te veel weg. De verrassing van het lezen van het verhaal is weg.

Ik lees met steeds grotere bewondering de achterflap van boeken. Daar staat kort en bondig waar het over gaat en is voldoende weggelaten om het spannend te houden. Op boekensites is de informatie vaak nog korter. Voor mij soms te kort, waardoor ik dan toch meer informatie opzoek of recensies lees.

Voor mijn boeken heb ik nu toch een poging gedaan. Voor alle 3 de delen heb ik een korte inhoud geschreven. Rianne Lampers van Celtica Publishing is zo aardig geweest er naar te kijken. Het zal niet de definitieve tekst zijn, maar het geeft in ieder geval een idee.

Het heeft daarnaast als voordeel dat als iemand mij vraagt waar mijn boeken over gaan, ik gewoon kan zeggen: kijk op mijn website!

Keuzes maken

Het is een van de zekerheden in het leven: keuzes maken. We hebben net de Tweede Kamerverkiezingen achter de rug, maar keuzes maken in het leven komt vaker voor dan in het stemhokje. Kleine keuzes als ‘Wat ga ik eten vanavond?’ en grote als ‘Blijf ik hier wel of niet werken?’

Keuzes maken kan lastig zijn, vooral omdat ze consequenties hebben. Doe ik er wel goed aan? Kan ik dat wel maken? Kan ik het betalen? Twijfel speelt altijd een rol. Mijn ervaring is ook dat als je een keuze maakt, het enorm oplucht. Zeker naar grote keuzes werk je langzaam toe. Het blijft in je gedachten totdat alles op zijn plek valt.

In mijn boek ben ik degene die de keuzes maakt. Ik beslis wat een personage gaat doen, wie er verliefd worden, wie er doodgaan. Heftige keuzes mét consequenties die net als in het echte leven moeten kloppen. Je maakt de keuzes om de lezer mee te nemen in het verhaal of om ze wakker te schudden.

Ik zit nu in het proces van herschrijven en worstel met de keuze om iets wel of niet in het verhaal te houden. Voegt deze tekst iets toe? Is deze conversatie belangrijk? Vanuit wiens perspectief kan ik dit deel van het verhaal het beste vertellen? Ook schrijf ik nieuwe scenes die iets moeten toevoegen aan het verhaal of aan de personages. Net als in het echte leven is het een grote puzzel waarvan de stukjes langzaam op zijn plek vallen. Het maakt bepaalde keuzes heel logisch. Het is een proces waar ik nog in zit en waar een redacteur mij straks bij gaat helpen. Ook die moet nog gekozen worden. Spannend!

De weg naar het uitgeven van je boek

Het contract is getekend. In november wordt Terra 7 deel 1: Het groene kristal uitgegeven bij Celtica Publishing. Ik hoor dus nu officieel bij de fantastische schrijvers van “team Celtica”.

Ik durfde het nooit aan om een uitgever te zoeken. Ik was bang voor een afwijzing, maar ik dacht ook dat er weinig ruimte was voor Nederlandse SF schrijvers. Na het lezen van boeken van Nederlandse schrijvers zoals Nathalie Koch en Patty van Delft (Patty zit ook bij Celtica) begreep ik dat er wel degelijk mogelijkheden zijn. Het heeft mij overgehaald het toch eens te proberen. En het is waarschijnlijk ook een van de voordelen van ouder worden; ik ben niet meer zo onzeker. Afgewezen worden is natuurlijk nooit leuk, maar het is allemaal een stuk minder schokkend op je 46ste.

Voordat het boek in november in de winkel ligt, moet er nog veel gebeuren. Zo ben ik op dit moment weer aan het herschrijven. De stopwoordjes moeten eruit (en, maar, nu, toen) en het sterk wisselen van perspectief moet minder. Dat laatste schijnt iets te zijn dat bij lezers is veranderd; men heeft meer moeite met het volgen van een tekst als het perspectief in één alinea wisselt van het ene personage naar het andere personage. Aangezien ik de motivatie van mijn personages belangrijk vindt, maak ik vaak gebruik van wisselend perspectief. Ik doe dat nog steeds, maar zorg er voor dat de overgangen duidelijker zijn en niet te snel na elkaar.

Omdat ik de Nederlandse taal behoorlijke lastig vind (zie mijn vorige blog), laat ik de tekst ook corrigeren. Ik ben er heel dankbaar voor dat een collega met veel ervaring in het onderwijs dit voor mij wil doen. Op haar aanwijzingen ga ik de hele tekst nogmaals door.

Vervolgens gaat een redacteur naar mijn tekst kijken. Die let vooral op de leesbaarheid van het geheel. Aan de hand van de aanwijzingen en opmerkingen van de redacteur maak ik nogmaals aanpassingen aan de tekst.

In de tussentijd kijk ik uit naar een een vormgever of illustrator voor de cover van mijn boek. Aangezien het een serie is van 3 delen (misschien meer, maar 3 boeken liggen er), wordt er ook al gekeken naar de cover van deel 2 en deel 3. Het is immers het mooiste als de serie een mooi geheel vormt.

Al met al heb ik dus nog een heel traject te gaan. Helemaal omdat hetzelfde proces ook voor deel 2: Het huis van de roos en deel 3: Het anti-paradijs gaat gelden. Vervelend? Helemaal niet! Wat me opvalt is dat ik nog steeds de neiging heb om mijn boek te gaan lezen in plaats van er aan te werken. De personage blijven me aanspreken en ik heb echt  het idee dat het verhaal er beter van wordt.

In november mogen jullie mij laten weten of jullie het met mij eens zijn.

Foutloos schrijven

Boeiend schrijven is niet het zelfde als foutloos schrijven. Mensen voor wie foutloos schrijven een 2e natuur is, zijn het vast niet met mij eens. Die kunnen niet geboeid een verhaal lezen als daar allerlei spellingfouten in zitten. Voor mensen zoals ik, die de fouten niet zien, is boeiend schrijven het belangrijkste.

Als ik schrijf wil ik de lezer meeslepen in mijn verhaal. Je kruipt in het hoofd van een personage, je zit meteen in de actie en al snel wil je de bladzijde omslaan om te lezen wat er gaat gebeuren. Ik zie de scenes voor mij, ik moet het alleen nog even in woorden vatten. Het liefst zo dat de lezer de scenes ook voor zich ziet. Beeldend vertellen is voor mij boeiend schrijven.

Misschien komt het wel door de beeldende manier van denken dat foutloos schrijven voor mij zo moeilijk is. Het is alsof ik een film aan het vertalen ben. Daarbij mis ik woordbeeld; ik zie vaak niet of iets goed of fout gespeld is. Ik heb veel geoefend en ken veel regels van de Nederlandse grammatica uit mijn hoofd, maar wat was het makkelijk geweest als ik het ook zag! Het heeft jaren geduurd voordat ik kon onthouden dat je “allerlei” met “ei” schrijft en “daarbij” met “ij”. Je hoort het verschil niet en er is voor zover ik weet geen rationele verklaring voor het verschil. Toen ik met dit boek begon haalde ik zelfs “zij” en “zei” door elkaar, terwijl ik best weet wat “zij zei” betekend.

Misschien heb ik wel dyslexie. Het is alleen nooit officieel vastgesteld. Het maakt ook niet uit. Als ik lees, lees ik niet snel, maar ik heb geen moeite met een boeiend dik boek van 600 pagina’s. En nu er e-boeken zijn, is lezen alleen maar makkelijker geworden. Je kunt daarmee het aantal woorden per pagina aanpassen. Dat heeft voor mij als voordeel dat ik minder grote stukken tekst voor mij zie, waardoor ik makkelijker lees.

En toch schrijf ik. Ik hou van verhalen en ik hou van de taal die dat weergeeft. En dus blijf ik mijn best doen op het foutloos schrijven van dat lastige Nederlands.

 

ps: als je een fout tegen komt, laat het ff weten. Ik heb er ongetwijfeld over heen gekeken….

Wanneer is je verhaal af?

Het blijft lastig als je iets maakt: wanneer is het af? Dat geldt zeker voor het schrijven van een boek. De personages gaan echt een eigen leven leiden en je wilt ze niets te kort doen. Het schrijven van het verhaal zelf gaat bijna als in een roes. In mijn geval is het ruim 25 jaar geleden dat ik met het schrijven van mijn boeken begon. In 9 maanden was het verhaal van alle 3 de delen klaar.

Daarna begint het echte werk van het herschrijven. Natuurlijk heb ik niet 25 jaar aan mijn boek gewerkt, maar wel in periodes. Mensen lazen het, gaven opmerkingen en ik ging daar weer mee aan de slag.

Daar zit ook een gevaar in. De opmerkingen zijn niet altijd objectief en mensen kunnen elkaar tegenspreken. Het is daarom goed om er op een gegeven moment een professional bij te halen. Een manier om dat te doen is je manuscript opsturen naar een uitgeverij. Je kunt ook direct opzoek gaan naar een redacteur die je zelf inhuurt. Heb je moeite met foutloos schrijven zoals ik? Corrigeren kan een redacteur doen, maar je kunt ook in je omgeving kijken of er mensen zijn uit bijvoorbeeld het onderwijs die je willen helpen.

Mijn verhaal is af, maar mijn boek nog niet. Met de adviezen van een redacteur kan ik weer aan de slag. Stopwoordjes er uithalen, niet te vaak van perspectief wisselen, hun en hen correct gebruiken en letten op verwijswoorden. Zo blijf ik me als schrijver verbeteren. Dus: nog even geduld aub….

1 2 3 4