Moeder

In het 2e boek van de Terra7 trilogie speelt Conrad een hoofdrol. In Het groene kristal leerde je hem kennen, maar in dit verhaal lees je meer over zijn achtergrond.

Mensen om hem heen stonden op van hun stoel en dat deed ook Conrad opkijken. Zijn moeder kwam de eetzaal van het ruimtestation in: een prachtige Afro-Amerikaanse vrouw van in de zestig in een militair uniform. Haar statige houding was voor de meeste mensen al voldoende om te gaan staan, de vier sterren op haar schouders maakte het een vereiste. Conrad bleef als enige zitten en zijn moeder stapte met een stevige tred naar hem toe. Pas toen ze vlakbij was, stond Conrad op en kuste haar op de wang.

‘Moeder, ik had u niet zo vroeg verwacht’, verontschuldigde Conrad zich terwijl hij beleeft haar een stoel wees en die aanschoof zodra ze was gaan zitten. Het was het signaal voor de mensen om hen heen om ook weer te gaan zitten en snel klonk het normale geroezemoes van gesprekken om hen heen. ‘Kan ik iets te drinken voor je halen?’

‘Nee, dank je. De Cairo kon eerder aanmeren, vandaar dat ik te vroeg ben’, verklaarde admiraal Johnson. ‘Dat betekend ook dat ik sneller weer vertrek, dus ik wilde niet wachten tot onze afspraak. Je ziet er goed uit Conrad.’

‘Dank u, moeder. Nog steeds op jacht naar ruimtepiraten?’

‘Helaas wel en zolang we van de Verenigde Aarde geen toestemming krijgen om orde op zaken te stellen op de Terra’s, blijft dat ook zo.’

‘Ik heb begrepen dat Terra 4 Aardse militairen heeft toegelaten.’

‘Klopt, maar Terra 2 en 5 geven openlijk steun aan de piraten. Het blijft dweilen met de kraan open.’

Admiraal Johnson zweeg en staarde Conrad aan. Het was haar manier om te laten blijken dat ze klaar was met de beleefdheden. Tijd voor Conrad om te komen met waar dit gesprek werkelijk om draaide. Hij wreef nerveus in zijn handen. Goed, daar ga ik.

‘Ik ben onlangs benaderd door een oud-studiegenoot van mij. Hij wees mij er op dat er wetenschappers gevraagd worden voor een onderzoeksmissie naar Terra 7, de zogenaamde paradijsplaneet. Ik heb me er voor aangemeld en ben door de eerste selectie gekomen. Ik ga eind deze week met mijn training beginnen.’

‘Terra 7? Ik heb inderdaad gehoord dat er nog zo’n ellendige kolonie bestaat.’

Conrad onderdrukte een zucht. Hij wist dat hij weinig interesse van zijn moeder kon verwachten, maar het was altijd weer naar om dat bevestigd te zien.

‘Er is 500 jaar geen contact geweest met deze kolonie. Het is best mogelijk dat het op deze planeet wel gelukt is een vreedzame samenleving te vormen. Bovendien wil ik graag onderzoek doen.’

‘Ik dacht dat je niet wilde ruimtereizen en daarom op dit ruimtestation bleef werken’, merkte zijn moeder op. ‘Onderzoek kun je ook doen in het Aardse leger. Ik heb zo een plek voor je.’

Dit keer liet Conrad wel een zucht ontsnappen. ‘U weet dat ik geen militair wil zijn.’

‘Dat vertel je me keer op keer, maar ik snap nog steeds niet waarom en nu helemaal niet’, zei Admiraal Johnson streng. ‘Het leger heeft veel meer mogelijkheden dan een wetenschappelijk missie. We hebben op dit moment een tekort aan technologie specialisten. Ik heb zelfs op mijn schip een tekort. Eerst wilde je een carrière als atleet, daarna ging je pas studeren en als laatste ben je je tijd aan het verdoen op dit station. Genoeg. De Aarde heeft je nodig, Conrad. Het is tijd om net als de rest van ons gezin je plicht te vervullen.’

‘Om vervolgens net als Gaia ergens in het luchtledige van de ruimte te eindigen.’

‘Dat is juist een reden! Zo dat jouw zus niet voor niets gestorven is.’

Het is weer hetzelfde liedje. Conrad staarde naar zijn moeder en net als altijd voelde hij zich mijlenver van haar verwijderd. Zijn moeders manier van het verwerken van de dood van zijn zus was om nog harder te werken en nog meer ruimtepiraten op te jagen. Hij was met de 8 jaar oudere Gaia opgegroeid in een internaat voor kinderen van militairen bij de ruimtepoort van Phoenix en had daar een leuke jeugd gehad. Zijn moeder zag hij toen een paar keer per jaar en ze gingen zelfs één keer per jaar samen op vakantie. Sinds de dood van Gaia, bijna 10 jaar geleden, was het al veel als ze elkaar één keer per jaar persoonlijk zagen. Meestal bestond het contact uit korte berichten en bijna altijd deden die er meer dan een dag over om aan te komen.

Zou het anders zijn geweest als ik een vader had gehad? Zijn biologische vader was niet meer dan een zaaddonor, iemand die zijn moeder nog kende van hun tijd op de militaire academie. Zijn moeder had vooral uit plicht twee kinderen gekregen, als bijdrage aan het in stand houden van de menselijke populatie op de Aarde. Plicht was heel belangrijk voor Admiraal Hailey Johnson. Belangrijker dan het hebben van een relatie met een partner of met haar kinderen. En Conrad had daar genoeg van.

‘Hailey’, hij noemde zijn moeder bewust bij haar voornaam. ‘Ik heb geen zin meer in deze discussies en wil ze ook niet meer voeren. Ik zal nooit voor een militaire carrière kiezen, omdat ik er van overtuigd ben dat geweld uiteindelijk niets oplost. Ik kies mijn eigen weg en deze wetenschappelijk missie is mijn manier om iets te betekenen voor de mensheid. Niet alleen op Aarde, maar ook daarbuiten. Toen ik hoorde dat je aan zou meren, heb ik je uitgenodigd om je dit persoonlijk te vertellen. Niet om je toestemming te vragen.‘

Admiraal Johnson keek Conrad strak aan en hij moest zijn best doen om niet van haar weg te kijken. Ze mocht dan een heel bataljon soldaten in het gelid krijgen met die blik, hij zou dit keer niet voor haar buigen.

Conrad had geen idee hoe lang ze zo tegenover elkaar bleven zwijgen, maar ineens stond zijn moeder op. Ze trok kordaat haar jasje recht, liep op hem af en gaf hem een zoen op zijn wang.

‘Succes’, was alles wat ze zei. Ze draaide zich om, liep in een rechte lijn de eetzaal uit terwijl iedereen nog snel ging staan, zonder naar Conrad om te kijken.

Pas nu realiseerde Conrad zich dat hij zijn adem had ingehouden en hij ademde rustig uit en weer in. Het zou hem niets verbazen als dit de laatste keer was dat hij zijn moeder in levende lijve had gezien en het bracht hem meer van zijn stuk dan hij had gedacht. Waar ga ik in vredesnaam aan beginnen?

Kort verhaal De Profetie op FantasyWereld

Speciaal voor de website FantasyWereld heb ik een kort verhaal geschreven dat zich afspeelt voor de gebeurtenissen in Het groene kristal. Je leest er waarom Dion uit het oerwoud vertrok. Voor de mensen die mijn boek gelezen hebben, is het een leuke aanvulling en ik hoop dat het voor de mensen die het nog niet gelezen hebben een leuke introductie is.

FantasyWereld.nl is het grootste online magazine op het gebied van fantasy en sciencefiction, met dagelijks honderden bezoekers uit Nederland en Vlaanderen. Je vindt er informatie over films, series, boeken, strips, spellen, LARP en evenementen die allemaal met het fantastische genre te maken hebben.

Ik ben al jaren een SF en fantasy fan, maar toch zijn dit soort websites redelijk nieuw voor mij. Het is een leuke bijkomstigheid van het feit dat ik nu schrijver ben en een boek uit heb: ik ontdek via Social Media en door promotiewerk allerlei boekbloggers, Facebookgroepen, websites en evenementen die volledig in het teken staan van fantasy en sciencefiction.

Op de website FantasyWereld staat ook een recensie van Terra 7 boek 1 Het groene kristal en een interview met mij.

 

Nieuwe personages

In het tweede deel van Terra 7 volg je Conrads reis naar het noorden. Het betekent een kortstondig afscheid van Virginia, Dion, Zania en Kyril die we weer terug zien in deel drie.

In deel twee Het Huis van de Roos leren we Conrad, oudste van de Aardse wetenschappers en technologiespecialist, veel beter kennen. Nieuw zijn verzetsstrijdster Bridget (half Nard, half Afraans) en Duncan, Afraanse edele uit het Huis van de Roos. Hieronder leer je ze kennen aan de hand van een favoriete bezigheid uit hun verleden:

Conrad:
Ik plaats mijn handen voor mij en voel het ruwe oppervlak van de gravelbaan onder mijn vingertoppen. Mijn voeten staan in de startblokken. Hoewel dit geen wedstrijd is, voel ik wel de opwinding die bij een start hoort. Ik breng mijn billen omhoog en zoek het juiste evenwicht met de grootste druk op mijn voeten. Ik haal diep adem. In mijn hoofd laat ik het startsignaal klinken en nog op het signaal zelf spat ik vooruit. Mijn passen niet te kort en niet te lang. Ritme zoek ik en ritme heb ik. De wind suist in mijn oren en mijn ogen tranen. Mijn borst gaat snel op en neer als mijn longen zich vullen en ik de lucht weer uitblaas. Mijn hart bonst en pomp de zuurstof naar mijn spieren die steeds meer en meer verzuren. De laatste paar meters doen pijn, maar het is pijn dat ik verwelkom, want daar is de eindstreep. Dit was een snelle 100 meter, ik weet het zeker.

Bridget:
‘Vuur maken kost tijd’, legt papa mij uit. Ik slaak een diepe zucht. Ik draai en draai en draai maar aan het stokje, maar geen vuur. Het wil niet en het gaat me toch niet lukken, dus boos laat ik het uit mijn handen vallen. Papa gaat achter me zitten en ik ontspan meteen. Hij pakt mijn handen en samen doen we het nog een keer. Door zijn hulp blijft het stokje dat ik draai, veel meer op zijn plaats en ik ruik een brandlucht. Papa pakt snel het plukje houtvezels en legt het tegen het draaipunt aan.
‘Nu eerst weer draaien en dan blazen.’ Ik draai op de manier die papa mij net voordeed. De brandlucht wordt sterker. Ik blaas en ineens is er een prachtig geel vlammetje te zien in het plukje vezels. Als betovert staar ik er naar. ‘Goed gedaan meid’’, prijst papa mij. Hij houdt zijn handen beschermend om het vlammetje en samen brengen we het naar de houtvezels dat tussen het door ons geraapte hout ligt. Al snel vat het vlam en niet veel later warmen we ons aan het vuur.

Duncan:
Met mijn hand strijk ik eerst langs de klep van de vleugel, voordat ik die open doe. Ik weet niet waarom precies, maar ik geniet altijd als mijn vingertoppen de nerf van het hout voelen. Misschien wel omdat dit een Aardse vleugel is, gemaakt met Teraxaans hout.
Ik plaats mijn handen gedachteloos op de toetsen. Wat zal ik gaan spelen? Ik lach als ik zie dat ik bijna automatisch mijn vingers in de juiste positie heb gezet voor de ‘Mondscheinsonate’ van Beethoven en ik begin te spelen. Ik hou van de kalme klanken van dit stuk. De rust die er in zit en het kalme stijgen en dalen van de melodie. Altijd als ik dit speel, moet ik denken aan de Aarde voordat de mens het vernietigde. Die oude wereld waar mijn voorouders ooit leefden. Een wereld waar ‘s nachts slechts één maan je pad verlichtte.

Kyrils nachtmerrie

In Terra 7 boek 1 Het groene kristal krijgt Kyril last van nachtmerries. Geen gewone nachtmerries, maar dromen waarin hij steeds weer sterft en de pijn daarvan voelt. De dromen worden zo hevig dat hij op een gegeven moment niet meer weet wat droom en werkelijkheid is. Hier kun je lezen welke droom aan dat moment vooraf ging.

‘Hé bastaard, heb je nog niet je plaats geleerd!’

Kinderen die net iets ouder waren dan hij, renden achter hem aan. Hij kreeg een trap in zijn rug en viel om. De kinde­ren kwamen om hem heen staan. Ze lachten hem uit en schop­ten hem. Het uitlachen en schelden deed hem meer pijn dan het schoppen.

‘Je moeder was een vuile Sasjan! Je vader was een Afraan! Weet je hoeveel Sasjans en Afranen mijn ouders gedood hebben?  Ze zouden hetzelfde met jou moeten doen!’ riep een meisje naar hem.

‘Dan doe ik het’, sprak een al wat oudere Anatoolse jongen. Hij had een energiepistool in zijn hand en richtte het op hem.

Kyril werd doodsbang. Hij kon zich nog herinneren dat het pistool in het echt ongeladen was geweest, maar dit was zijn droom, nu was alles anders.

De jongen vuurde en trof hem in zijn borst. Hij schreeuwde het uit van pijn. Hij rook de geur van zijn eigen verbrande vlees. Bloed stroomde uit de gapende wond. Om hem heen stonden de kinderen hem nog steeds uit te lachen. Eindelijk werd het zwart voor zijn ogen.

Maar hij werd niet wakker. Hij belandde midden in de ber­gen, waar hij op patrouille was. Achter hem klonk een gil. Ze waren in een hinderlaag van Sasjans gelopen en werden door hen omsingeld. Ze lieten zijn kameraden met rust en kwamen recht op hem af. Hij wilde zich verdedigen, maar zijn armen maakten niet meer dan een hulpeloze beweging. Eén voor één staken de Sasjans, als in een plech­tigheid, een mes tussen zijn rib­ben. Iedere nieuwe messteek overtrof in pijn de vorige. Nie­mand van zijn kamera­den hielp hem.

Pas toen alle Sasjans hun mes in zijn borst geplant hadden, begaven zijn benen het en zakte hij in elkaar. Hij vocht tegen de pijn, hij vocht tegen de droom. Het is een droom! gilde het door zijn hoofd. Het hielp niet.

Hij kwam terecht op het slagveld van het Afraanse offensief, midden tussen de lijken en een vechtende mensenmassa. Achter hem doemde de ursus op, het dodelijke geheime wapen van de Afranen. Het grote gitzwarte ding gleed langzaam op hem af. Hij raakte totaal in paniek en wilde ervoor wegrennen, maar zijn benen leken wel van rubber en het afgrijselijke ge­vaarte kwam steeds dichterbij.

Door een harde, pijnlij­ke slag tegen zijn benen, viel hij neer. Zania stond achter hem en ze hield haar metalen wapenstok opgehe­ven. Nog geen seconde later sloeg ze de stok op­nieuw tegen zijn benen. Een luid gekraak en een golf van pijn, maakte hem duidelijk dat ze gebro­ken waren. Hij keek Zania vra­gend aan.

‘Je bent maar een man’, verklaarde ze en ze lachte erbij.

De ursus was hen dicht genaderd. Kyril draaide zich om en zag dat de loop van het kanon op hem gericht was. Dion kwam tussen hem en de loop staan.

‘Dion help me’, smeekte hij.

‘Het spijt me, maar dat zou me mijn ogen kosten’, antwoordde Dion koel. Nu pas viel het hem op dat Dion nog kon zien.

‘Dion nee! Ga niet weg. Laat me leven Dion. Alsjeblieft! Laat me leven!’

‘Jouw dood geeft mij mijn ogen’, en Dion stapte voor de loop weg.

‘Nee!’

Het maakte niets uit, het kanon vuurde en Kyril voelde hoe zijn lichaam uiteen gereten werd.

Oswin

In Het groene kristal heeft Dion het over zijn overleden vriend Oswin, maar wat gebeurde er nou eigenlijk?

‘Ben je weer naar het kristal aan het luisteren?’

‘Mm’, Dion keek Oswin verstoord aan. Het duurde even voordat hij de kracht van het kristal naar de achtergrond had verdreven en hij zich op Oswin kon richten.

‘Wat heb ik nu weer gehoord? Heb jij vannacht bij Charis­sa geslapen? Dat is een hogepriesteres! En een bijzonder mooie wel te verstaan. Wat moest je bij haar?’

‘Dat hoef ik jou toch niet uit te leggen, hè.’

‘Het is een wonder dat er niet al overal kleine Dion­s rondwandelen’, verzuchtte Oswin.

‘Nee hoor, daar kijk ik heus wel voor uit.’

‘Weet je het zeker? Als je het nu ook al doet met een hoge­priesteres.’

‘Nou en?’

‘Kom op Dion. Ze zijn alleen geïnteresseerd in jouw zaad, niet in je charmes.’

Die opmerking viel niet in goede aarde. ‘Wat weet je je weer prachtig uit te drukken, je bent gewoon jaloers. Ze zijn nou eenmaal minder in jou geïnteres­seerd.’

‘Ja logisch, ik draag niet het teken van Candara en Dag­omar. Wees toch niet zo onnozel!’

‘Onnozel? Waarom verwijt je mij dat ik met een hogepries­teres naar bed ga, hè. Alsof jij geen vriendinnetjes hebt.’

‘Die zijn een stuk minder gevaarlijk. Ik waarschuw je al­leen.’

‘Ach laat ze maar zwanger worden’, zei Dion onver­schillig. ‘Ik ben dan toch slechts hun biologische vader.’

‘Ik hoop dat je dat niet meent.’

Dion haalde zijn schouders op. Hij had geen zin in dit ge­sprek. Oswin gaf echter niet op.

‘Zit Relf je weer dwars?’

‘Wie anders’, verzuchtte Dion.

‘Als jij inderdaad bij een van de priesteressen een kind verwekt, kan het best zijn dat hij daarin meer geïnteres­seerd is dan in jou.’

‘Mooi, dan kan ik hier weg.’

‘Dat denk ik niet. Als dat kind ook het teken van Candara en Dagomar bezit in ieder geval niet. Je begrijpt het nog steeds niet, hè!’

Dion keek Oswin kwaad aan, maar deze keek hem gewoon recht in zijn ogen.
‘Je bent een idioot. Jij zult uiteindelijk een gevaar voor de Tempel zijn. Ze likken nu je hielen om je te paaien en je in slaap te sussen, maar zodra ze jouw kind hebben zullen ze je vernietigen!’

‘Je bent gewoon jaloers! Er is maar één Laban!’ riep Dion kwaad.

‘Nog wel, maar voor hoe lang? Ik ben niet jaloers Dion. Ik ben maar al te blij dat ik niet in jouw schoenen sta.’

Dit was allemaal Dions eer te na. Hij begon zijn geduld te verliezen. Hij hield zich echter in en liep weg, naar de trap, het dak af.

Een schreeuw hield hem staande en hij rende snel weer terug. Bij de dakrand stond Oswin en voor hem stond een grote angelarac. De giftige angel was naar voren gebogen en trilde gevaarlijk in Oswins richting.

Dion, leidt het af’, smeekte Oswin.

Dion concentreerde zich, maar op een of andere manier lukte dat niet. Althans niet snel genoeg. De angelarac viel naar Oswin uit. Oswin ontweek en dook naar achteren, maar raakte daardoor uit balans. Hij viel achterover, over de dakrand, de diepte in.

Dion gilde, Oswin gilde en plotseling was daar een angst­aan­jagende stilte. Dion stond te trillen van emotie. Hij vergat de angelarac en rende de trappen af naar de plek waar Oswin terecht gekomen moest zijn.

Oswin leefde nog, maar hij ademde zwaar en hij leek Dion niet meer te herkennen. Dion nam Oswins bebloede hoofd in zijn handen en maakte contact met Oswins geest. Hij moest hem in leven houden. Hoe lang hij zo gezeten had wist hij niet, maar opeens was Relf bij hem.

‘Dion, laat hem los’, zei de vriendelijke stem van Relf.