We zijn er bijna

We zijn er bijna. Ik werk aan de laatste hoofdstukken van Het Huis van de Roos. Als dat af is, heb ik het hele tweede boek opnieuw geschreven. Hoewel ik de originele verhaallijn blijf volgen, is het op veel punten een totaal ander boek dan de eerdere versie. Het blijft bijzonder om te ontdekken hoe een verhaal zich blijft ontwikkelen. Vooral omdat de karakters van de  personages groeien en hun wisselwerking om een ander verhaal vraagt. Conrad, Bridget en Duncan, de belangrijkste personages uit boek 2, heb ik nog beter leren kennen. Zaken die ik in de eerste versie niet zag, zijn ineens heel duidelijk en vallen op hun plaats. Het is het wonderlijkste onderdeel van schrijven.

We zijn er bijna, maar nog niet helemaal. Het verhaal mag er dan zijn, het boek nog niet. Een aantal hoofdstukken worden al gelezen door proeflezers en daar komt het laatste deel straks bij. Met die feedback ga ik herschrijven. Daarna volgt een ronde met mijn redacteur Anaïd Haen. Als laatste gaat mijn uitgeefster Rianne Lampers met een stofkam door de tekst om alle laatste foutjes er uit te halen.

Ondertussen werk ik met Joost Zwaan aan de cover voor dit boek. We hebben al iemand gevonden die model wil staan voor Conrad. Het concept is doorgenomen en het logo (van een roos uiteraard) dat op de band staat is al gemaakt. Zo krijgt Terra 7 deel 2 Het Huis van de Roos steeds meer vorm.

Nee zeggen

Ik ben nieuwsgierig, leergierig en een optimist. Over het algemeen goede eigenschappen die verschillende keren in mijn leven goed van pas kwamen. Tegenwoordig zijn deze eigenschappen mijn valkuil.

Ik heb altijd ideeën en vind heel veel leuk. In het verleden is ook gebleken dat veel dingen mij goed af gaan. Maar als je iets kunt en leuk vindt, wil dat nog niet zeggen dat je het moet doen. Daarnaast denk ik altijd in oplossingen. Wil het niet rechtsom, dan ga ik linksom. Wil dat ook niet, dan desnoods dwars door het midden. Maar wat als iets niet doen de beste oplossing is? Wat als het gewoon beter is om nee te zeggen?

Ik heb heel vaak nee moeten zeggen de laatste paar jaren. Nee tegen mijn werk dat ik heel erg leuk vond, maar niet meer vol kon houden. Nee tegen zingen met de bigband, omdat ik het niet meer red om ’s avonds te repeteren. Nee tegen een verzorgpaard, omdat ik de energie niet heb. Nee tegen vrienden, omdat ik te moe ben om met ze om te gaan. Mijn wereld is er een stuk kleiner door geworden.

Veel behandelingen van burn-outs gaan uit van het principe dat je balans moet zoeken tussen dingen die energie nemen en energie geven. Alleen bij mij werkt het niet zo. Alles kost energie, ook de leuke dingen. Alleen de niet-leuke dingen kosten meer. De dingen die niet zo leuk zijn, moeten wel gewoon gebeuren. Huishouden, boodschappen doen, koken, klussen. Het is een onderdeel van het gewone dagelijks leven.

Er zijn zaken waar ik ja tegen blijf zeggen. Belangrijkste zijn mijn gezin en familie, echte vrienden, mijn hond en kat, die ene keer in de week op een ochtend paardrijden en natuurlijk schrijven. Of schrijven wel of niet lukt is niet afhankelijk van mijn energieniveau, maar van mijn vermogen me te kunnen concentreren. Natuurlijk, als je moe bent is het lastiger om je te concentreren. Toch werkt het niet andersom; als ik energie heb, kan ik me vaak slecht concentreren.

Ik werk met een weekschema waarop ik mijn activiteiten verdeel. Het geeft houvast en helpt om dat kleine beetje energie dat ik heb goed te verdelen. Toch blijft het nodig om nee te zeggen, ook als het eerst ja was. Zo zou ik woensdag naar een school in Gouda om samen met Anaïd Haen les te geven over schrijven. Ik had er erg veel zin in, maar heb het af moeten zeggen. Niet leuk, maar noodzakelijk. Want soms win je iets door nee te zeggen, ook al voelt het als verliezen.

Moeder

In het 2e boek van de Terra7 trilogie speelt Conrad een hoofdrol. In Het groene kristal leerde je hem kennen, maar in dit verhaal lees je meer over zijn achtergrond.

Mensen om hem heen stonden op van hun stoel en dat deed ook Conrad opkijken. Zijn moeder kwam de eetzaal van het ruimtestation in: een prachtige Afro-Amerikaanse vrouw van in de zestig in een militair uniform. Haar statige houding was voor de meeste mensen al voldoende om te gaan staan, de vier sterren op haar schouders maakte het een vereiste. Conrad bleef als enige zitten en zijn moeder stapte met een stevige tred naar hem toe. Pas toen ze vlakbij was, stond Conrad op en kuste haar op de wang.

‘Moeder, ik had u niet zo vroeg verwacht’, verontschuldigde Conrad zich terwijl hij beleeft haar een stoel wees en die aanschoof zodra ze was gaan zitten. Het was het signaal voor de mensen om hen heen om ook weer te gaan zitten en snel klonk het normale geroezemoes van gesprekken om hen heen. ‘Kan ik iets te drinken voor je halen?’

‘Nee, dank je. De Cairo kon eerder aanmeren, vandaar dat ik te vroeg ben’, verklaarde admiraal Johnson. ‘Dat betekend ook dat ik sneller weer vertrek, dus ik wilde niet wachten tot onze afspraak. Je ziet er goed uit Conrad.’

‘Dank u, moeder. Nog steeds op jacht naar ruimtepiraten?’

‘Helaas wel en zolang we van de Verenigde Aarde geen toestemming krijgen om orde op zaken te stellen op de Terra’s, blijft dat ook zo.’

‘Ik heb begrepen dat Terra 4 Aardse militairen heeft toegelaten.’

‘Klopt, maar Terra 2 en 5 geven openlijk steun aan de piraten. Het blijft dweilen met de kraan open.’

Admiraal Johnson zweeg en staarde Conrad aan. Het was haar manier om te laten blijken dat ze klaar was met de beleefdheden. Tijd voor Conrad om te komen met waar dit gesprek werkelijk om draaide. Hij wreef nerveus in zijn handen. Goed, daar ga ik.

‘Ik ben onlangs benaderd door een oud-studiegenoot van mij. Hij wees mij er op dat er wetenschappers gevraagd worden voor een onderzoeksmissie naar Terra 7, de zogenaamde paradijsplaneet. Ik heb me er voor aangemeld en ben door de eerste selectie gekomen. Ik ga eind deze week met mijn training beginnen.’

‘Terra 7? Ik heb inderdaad gehoord dat er nog zo’n ellendige kolonie bestaat.’

Conrad onderdrukte een zucht. Hij wist dat hij weinig interesse van zijn moeder kon verwachten, maar het was altijd weer naar om dat bevestigd te zien.

‘Er is 500 jaar geen contact geweest met deze kolonie. Het is best mogelijk dat het op deze planeet wel gelukt is een vreedzame samenleving te vormen. Bovendien wil ik graag onderzoek doen.’

‘Ik dacht dat je niet wilde ruimtereizen en daarom op dit ruimtestation bleef werken’, merkte zijn moeder op. ‘Onderzoek kun je ook doen in het Aardse leger. Ik heb zo een plek voor je.’

Dit keer liet Conrad wel een zucht ontsnappen. ‘U weet dat ik geen militair wil zijn.’

‘Dat vertel je me keer op keer, maar ik snap nog steeds niet waarom en nu helemaal niet’, zei Admiraal Johnson streng. ‘Het leger heeft veel meer mogelijkheden dan een wetenschappelijk missie. We hebben op dit moment een tekort aan technologie specialisten. Ik heb zelfs op mijn schip een tekort. Eerst wilde je een carrière als atleet, daarna ging je pas studeren en als laatste ben je je tijd aan het verdoen op dit station. Genoeg. De Aarde heeft je nodig, Conrad. Het is tijd om net als de rest van ons gezin je plicht te vervullen.’

‘Om vervolgens net als Gaia ergens in het luchtledige van de ruimte te eindigen.’

‘Dat is juist een reden! Zo dat jouw zus niet voor niets gestorven is.’

Het is weer hetzelfde liedje. Conrad staarde naar zijn moeder en net als altijd voelde hij zich mijlenver van haar verwijderd. Zijn moeders manier van het verwerken van de dood van zijn zus was om nog harder te werken en nog meer ruimtepiraten op te jagen. Hij was met de 8 jaar oudere Gaia opgegroeid in een internaat voor kinderen van militairen bij de ruimtepoort van Phoenix en had daar een leuke jeugd gehad. Zijn moeder zag hij toen een paar keer per jaar en ze gingen zelfs één keer per jaar samen op vakantie. Sinds de dood van Gaia, bijna 10 jaar geleden, was het al veel als ze elkaar één keer per jaar persoonlijk zagen. Meestal bestond het contact uit korte berichten en bijna altijd deden die er meer dan een dag over om aan te komen.

Zou het anders zijn geweest als ik een vader had gehad? Zijn biologische vader was niet meer dan een zaaddonor, iemand die zijn moeder nog kende van hun tijd op de militaire academie. Zijn moeder had vooral uit plicht twee kinderen gekregen, als bijdrage aan het in stand houden van de menselijke populatie op de Aarde. Plicht was heel belangrijk voor Admiraal Hailey Johnson. Belangrijker dan het hebben van een relatie met een partner of met haar kinderen. En Conrad had daar genoeg van.

‘Hailey’, hij noemde zijn moeder bewust bij haar voornaam. ‘Ik heb geen zin meer in deze discussies en wil ze ook niet meer voeren. Ik zal nooit voor een militaire carrière kiezen, omdat ik er van overtuigd ben dat geweld uiteindelijk niets oplost. Ik kies mijn eigen weg en deze wetenschappelijk missie is mijn manier om iets te betekenen voor de mensheid. Niet alleen op Aarde, maar ook daarbuiten. Toen ik hoorde dat je aan zou meren, heb ik je uitgenodigd om je dit persoonlijk te vertellen. Niet om je toestemming te vragen.‘

Admiraal Johnson keek Conrad strak aan en hij moest zijn best doen om niet van haar weg te kijken. Ze mocht dan een heel bataljon soldaten in het gelid krijgen met die blik, hij zou dit keer niet voor haar buigen.

Conrad had geen idee hoe lang ze zo tegenover elkaar bleven zwijgen, maar ineens stond zijn moeder op. Ze trok kordaat haar jasje recht, liep op hem af en gaf hem een zoen op zijn wang.

‘Succes’, was alles wat ze zei. Ze draaide zich om, liep in een rechte lijn de eetzaal uit terwijl iedereen nog snel ging staan, zonder naar Conrad om te kijken.

Pas nu realiseerde Conrad zich dat hij zijn adem had ingehouden en hij ademde rustig uit en weer in. Het zou hem niets verbazen als dit de laatste keer was dat hij zijn moeder in levende lijve had gezien en het bracht hem meer van zijn stuk dan hij had gedacht. Waar ga ik in vredesnaam aan beginnen?

Als het allemaal moeite kost

Ik ben de laatste tijd niet zo actief op mijn website of via Facebook. Dat komt omdat alles (en dan ook werkelijk alles) mij moeite kost op dit moment.

Ik kan me niet concentreren, vergeet snel dingen, kom slecht uit mijn woorden en heb regelmatig allerlei lichamelijke klachten als hoofdpijn, slechter zien, buikpijn en spierpijn. Daarnaast ben ik altijd moe, vanaf het moment dat ik opsta. Gelukkig ben ik niet depressief, want daar zorgt medicatie wel voor.

Ik heb vaker dit soort periodes gehad en ben nooit een energiek persoon geweest (ook als kind niet), maar de laatste paar jaar is het erger geworden. Ik doe mijn best er mee om te gaan en heb recent ook weer de hulp van een psycholoog ingeschakeld.

Het is ongelofelijk frustrerend. Het is iedere dag weer een afweging maken wat je wel en niet doet en balans zoeken tussen wat moet (boodschappen doen) of wat je graag wil (paardrijden). Ook weiger ik me helemaal uit het leven terug te trekken, dus ik ga wel naar festivals voor de promotie van mijn boek (ook al ben ik daarna een aantal dagen tot niets in staat).

En ik blijf schrijven aan mijn 2e boek. Vraag me niet hoe, want zelf weet ik het ook niet. Soms kom ik niet verder dan 1000 woorden op 1 dag en daardoor gaat het langzaam (want iedere dag schrijven lukt niet altijd). Het is gewoon voor die computer zitten in mijn werkkamer (geen geluiden of mensen om mij heen), terug lezen wat je eerder hebt geschreven (een hele opgave met weinig concentratie), de verhaallijn erbij pakken en gaan.

Schrijven helpt, ook als het moeite kost. Ik ben op dat moment weer even de personages uit mijn boek op Terra 7. Ik voel hun emoties en zie voor mijn ogen als een film wat er zich afspeelt. En ook nu vallen nog steeds dingen op hun plek in dit verhaal dat ik 26 jaar geleden verzonnen heb. Dat geeft echt een kick.

Dus ik aanvaard de frustratie en de pijn in mijn lijf en schrijf. Langzaam, maar gestaag komt boek 2 Het Huis van de Roos er aan.

 

Kort verhaal De Profetie op FantasyWereld

Speciaal voor de website FantasyWereld heb ik een kort verhaal geschreven dat zich afspeelt voor de gebeurtenissen in Het groene kristal. Je leest er waarom Dion uit het oerwoud vertrok. Voor de mensen die mijn boek gelezen hebben, is het een leuke aanvulling en ik hoop dat het voor de mensen die het nog niet gelezen hebben een leuke introductie is.

FantasyWereld.nl is het grootste online magazine op het gebied van fantasy en sciencefiction, met dagelijks honderden bezoekers uit Nederland en Vlaanderen. Je vindt er informatie over films, series, boeken, strips, spellen, LARP en evenementen die allemaal met het fantastische genre te maken hebben.

Ik ben al jaren een SF en fantasy fan, maar toch zijn dit soort websites redelijk nieuw voor mij. Het is een leuke bijkomstigheid van het feit dat ik nu schrijver ben en een boek uit heb: ik ontdek via Social Media en door promotiewerk allerlei boekbloggers, Facebookgroepen, websites en evenementen die volledig in het teken staan van fantasy en sciencefiction.

Op de website FantasyWereld staat ook een recensie van Terra 7 boek 1 Het groene kristal en een interview met mij.

 

Nieuwe personages

In het tweede deel van Terra 7 volg je Conrads reis naar het noorden. Het betekent een kortstondig afscheid van Virginia, Dion, Zania en Kyril die we weer terug zien in deel drie.

In deel twee Het Huis van de Roos leren we Conrad, oudste van de Aardse wetenschappers en technologiespecialist, veel beter kennen. Nieuw zijn verzetsstrijdster Bridget (half Nard, half Afraans) en Duncan, Afraanse edele uit het Huis van de Roos. Hieronder leer je ze kennen aan de hand van een favoriete bezigheid uit hun verleden:

Conrad:
Ik plaats mijn handen voor mij en voel het ruwe oppervlak van de gravelbaan onder mijn vingertoppen. Mijn voeten staan in de startblokken. Hoewel dit geen wedstrijd is, voel ik wel de opwinding die bij een start hoort. Ik breng mijn billen omhoog en zoek het juiste evenwicht met de grootste druk op mijn voeten. Ik haal diep adem. In mijn hoofd laat ik het startsignaal klinken en nog op het signaal zelf spat ik vooruit. Mijn passen niet te kort en niet te lang. Ritme zoek ik en ritme heb ik. De wind suist in mijn oren en mijn ogen tranen. Mijn borst gaat snel op en neer als mijn longen zich vullen en ik de lucht weer uitblaas. Mijn hart bonst en pomp de zuurstof naar mijn spieren die steeds meer en meer verzuren. De laatste paar meters doen pijn, maar het is pijn dat ik verwelkom, want daar is de eindstreep. Dit was een snelle 100 meter, ik weet het zeker.

Bridget:
‘Vuur maken kost tijd’, legt papa mij uit. Ik slaak een diepe zucht. Ik draai en draai en draai maar aan het stokje, maar geen vuur. Het wil niet en het gaat me toch niet lukken, dus boos laat ik het uit mijn handen vallen. Papa gaat achter me zitten en ik ontspan meteen. Hij pakt mijn handen en samen doen we het nog een keer. Door zijn hulp blijft het stokje dat ik draai, veel meer op zijn plaats en ik ruik een brandlucht. Papa pakt snel het plukje houtvezels en legt het tegen het draaipunt aan.
‘Nu eerst weer draaien en dan blazen.’ Ik draai op de manier die papa mij net voordeed. De brandlucht wordt sterker. Ik blaas en ineens is er een prachtig geel vlammetje te zien in het plukje vezels. Als betovert staar ik er naar. ‘Goed gedaan meid’’, prijst papa mij. Hij houdt zijn handen beschermend om het vlammetje en samen brengen we het naar de houtvezels dat tussen het door ons geraapte hout ligt. Al snel vat het vlam en niet veel later warmen we ons aan het vuur.

Duncan:
Met mijn hand strijk ik eerst langs de klep van de vleugel, voordat ik die open doe. Ik weet niet waarom precies, maar ik geniet altijd als mijn vingertoppen de nerf van het hout voelen. Misschien wel omdat dit een Aardse vleugel is, gemaakt met Teraxaans hout.
Ik plaats mijn handen gedachteloos op de toetsen. Wat zal ik gaan spelen? Ik lach als ik zie dat ik bijna automatisch mijn vingers in de juiste positie heb gezet voor de ‘Mondscheinsonate’ van Beethoven en ik begin te spelen. Ik hou van de kalme klanken van dit stuk. De rust die er in zit en het kalme stijgen en dalen van de melodie. Altijd als ik dit speel, moet ik denken aan de Aarde voordat de mens het vernietigde. Die oude wereld waar mijn voorouders ooit leefden. Een wereld waar ‘s nachts slechts één maan je pad verlichtte.

Persbericht: Geen contact met Terra 7 missie

Arnhem, 10 december 2672

Er is al een paar maanden geen enkel contact geweest met de Alpha, het ruimteschip met vier wetenschappers die opzoek zijn naar Terra 7, melden bronnen binnen de YSSP (Youth and Science Space Program) van de Verenigde Aarde. De Alpha vertrok op 15 februari 2672 om te onderzoeken wat er van de mensen op de kolonie Terra 7 is geworden. Sinds de kolonisatie van deze planeet vijf eeuwen geleden is er geen contact. Lang werd zelfs gedacht dat de planeet helemaal niet bestond.

Volgens een officiële reactie van het ministerie van intergalactische zaken is er niets aan de hand. “De Alpha reist door een deel van de ruimte dat zeer afgelegen ligt. Het is daarom voor snelle communicatie afhankelijk van ruimterelays die na iedere ruimtevouw achtergelaten worden. Hierin kan iets misgegaan zijn. Het feit dat we van de wetenschappers enige tijd niets meer gehoord hebben, is daarom niet ongebruikelijk en geen reden voor alarm.”

Maar volgens onze bronnen is die uitleg onwaarschijnlijk. “Het laatste bericht dat van de Alpha binnenkwam, liet namelijk weten dat ze de planeet Terra 7 dicht genaderd waren. De ruimterelays hebben dus prima gefunctioneerd. Bovendien zijn de relays instaat om zichzelf te repareren bij lichte beschadigingen of softwarematige fouten,” aldus onze bron die liever anoniem wil blijven.

Antwoord op wat er dan gebeurd is, kan hij niet geven. “De fout kan bij het schip zelf liggen. Het kan beschadigd zijn of zelfs niet meer bestaan. Een andere mogelijkheid is dat de technologie op de planeet Terra 7 zo ver ontwikkeld is dat het berichten van de Alpha zou kunnen onderscheppen. In dat laatste geval is een communicatiestilte de verstandigste optie.”

Het kan nog wel een jaar duren voordat er uitsluitsel is. Volgens het protocol van het ministerie is bij missies buiten het intergalactische territorium niet gebruikelijk om een reddingsmissie te sturen.

Bronnen zijn bij de redactie bekend.

Oud werk

Een verhaal uit het verleden weer oppakken en herschrijven of opnieuw schrijven is helemaal niet vanzelfsprekend. Door een bericht op Facebook van schrijver Sophia Drenth over het wel of niet oppakken van een oud verhaal is mij dat nog duidelijker geworden. Waarom heb ik er dan toch voor gekozen om het verhaal van Terra 7 wel op te pakken en uit te brengen 26 jaar na het schrijven van het oorspronkelijke verhaal?

Er zijn namelijk ook verhalen van mijn hand waarbij ik helemaal niet de behoefte heb om ze te publiceren. Zo schreef ik ooit voor de schoolkrant het door mij geïllustreerde SF sprookje ‘Het geschrift de waarheid’ over een planeet die opgesplitst raakt in een wit en zwart deel. Het is een prachtig tijdsdocument van mij als 17-jarige. Het is wat het is; het is af.

Ook heb ik samen met mijn zusje het levensverhaal van mijn opa Wagenaar opgeschreven. De man was een fantastische verteller en had flink wat meegemaakt. Hij was 94 en wist dat hij ging sterven en in twee weekenden hebben we hem geïnterviewd. We hebben geprobeerd de verteltrant van mijn opa zo veel mogelijk terug te laten komen in de tekst. Het is in een kleine oplage in eigen beheer gemaakt en alleen voor familie. Ik beschouw het niet als eigen werk, maar als iets van mijn opa. Al denk ik wel dat zijn verhalen door kunnen klinken in teksten die ik schrijf, omdat je nou eenmaal altijd iets meeneemt van wat je hebt gehoord of gekend.

Toen ik Terra 7 na 10 jaar weer las, werd ik meteen weer in het verhaal getrokken. Natuurlijk waren delen gedateerd, maar het verhaal raakte me. De personages gingen in mijn hoofd zitten. Ik zag ineens verbanden die ik eerst niet had gezien. Wat ook hielp is dat ik het gevoel had, dat dit verhaal nog steeds relevant is. Toen was mijn inspiratiebron de oorlog op de Balkan, nu was er de oorlog in Syrië en de toenemende polarisatie in de samenleving.

Met het oppakken van een oud verhaal maak je het jezelf alleen niet makkelijk. Je schrijfstijl is veranderd en als het goed is ben je ouder en wijzer geworden. Zo is het best lastig om karakters aan te passen of prachtige scenes te schrappen, omdat dat het verhaal ten goede komt. Het gevaar is dat je in de “oude groef” blijft hangen. Vandaar dat ik nu deel 2 opnieuw wil schrijven i.p.v. de oude tekst bewerken. Ik heb inmiddels al ontdekt dat dat het niet perse makkelijker maakt, dus waarschijnlijk wordt het een combinatie van herschrijven en opnieuw schrijven.

En gelukkig heb je in een latere fase je proeflezers en je redacteur. Zij zien het verhaal voor het eerst en zullen niet schromen om opbouwende kritiek te geven. Dat is precies wat elk verhaal nodig heeft.

Kyrils nachtmerrie

In Terra 7 boek 1 Het groene kristal krijgt Kyril last van nachtmerries. Geen gewone nachtmerries, maar dromen waarin hij steeds weer sterft en de pijn daarvan voelt. De dromen worden zo hevig dat hij op een gegeven moment niet meer weet wat droom en werkelijkheid is. Hier kun je lezen welke droom aan dat moment vooraf ging.

‘Hé bastaard, heb je nog niet je plaats geleerd!’

Kinderen die net iets ouder waren dan hij, renden achter hem aan. Hij kreeg een trap in zijn rug en viel om. De kinde­ren kwamen om hem heen staan. Ze lachten hem uit en schop­ten hem. Het uitlachen en schelden deed hem meer pijn dan het schoppen.

‘Je moeder was een vuile Sasjan! Je vader was een Afraan! Weet je hoeveel Sasjans en Afranen mijn ouders gedood hebben?  Ze zouden hetzelfde met jou moeten doen!’ riep een meisje naar hem.

‘Dan doe ik het’, sprak een al wat oudere Anatoolse jongen. Hij had een energiepistool in zijn hand en richtte het op hem.

Kyril werd doodsbang. Hij kon zich nog herinneren dat het pistool in het echt ongeladen was geweest, maar dit was zijn droom, nu was alles anders.

De jongen vuurde en trof hem in zijn borst. Hij schreeuwde het uit van pijn. Hij rook de geur van zijn eigen verbrande vlees. Bloed stroomde uit de gapende wond. Om hem heen stonden de kinderen hem nog steeds uit te lachen. Eindelijk werd het zwart voor zijn ogen.

Maar hij werd niet wakker. Hij belandde midden in de ber­gen, waar hij op patrouille was. Achter hem klonk een gil. Ze waren in een hinderlaag van Sasjans gelopen en werden door hen omsingeld. Ze lieten zijn kameraden met rust en kwamen recht op hem af. Hij wilde zich verdedigen, maar zijn armen maakten niet meer dan een hulpeloze beweging. Eén voor één staken de Sasjans, als in een plech­tigheid, een mes tussen zijn rib­ben. Iedere nieuwe messteek overtrof in pijn de vorige. Nie­mand van zijn kamera­den hielp hem.

Pas toen alle Sasjans hun mes in zijn borst geplant hadden, begaven zijn benen het en zakte hij in elkaar. Hij vocht tegen de pijn, hij vocht tegen de droom. Het is een droom! gilde het door zijn hoofd. Het hielp niet.

Hij kwam terecht op het slagveld van het Afraanse offensief, midden tussen de lijken en een vechtende mensenmassa. Achter hem doemde de ursus op, het dodelijke geheime wapen van de Afranen. Het grote gitzwarte ding gleed langzaam op hem af. Hij raakte totaal in paniek en wilde ervoor wegrennen, maar zijn benen leken wel van rubber en het afgrijselijke ge­vaarte kwam steeds dichterbij.

Door een harde, pijnlij­ke slag tegen zijn benen, viel hij neer. Zania stond achter hem en ze hield haar metalen wapenstok opgehe­ven. Nog geen seconde later sloeg ze de stok op­nieuw tegen zijn benen. Een luid gekraak en een golf van pijn, maakte hem duidelijk dat ze gebro­ken waren. Hij keek Zania vra­gend aan.

‘Je bent maar een man’, verklaarde ze en ze lachte erbij.

De ursus was hen dicht genaderd. Kyril draaide zich om en zag dat de loop van het kanon op hem gericht was. Dion kwam tussen hem en de loop staan.

‘Dion help me’, smeekte hij.

‘Het spijt me, maar dat zou me mijn ogen kosten’, antwoordde Dion koel. Nu pas viel het hem op dat Dion nog kon zien.

‘Dion nee! Ga niet weg. Laat me leven Dion. Alsjeblieft! Laat me leven!’

‘Jouw dood geeft mij mijn ogen’, en Dion stapte voor de loop weg.

‘Nee!’

Het maakte niets uit, het kanon vuurde en Kyril voelde hoe zijn lichaam uiteen gereten werd.

Je boek verkopen

Het romantische idee van een verlegen schrijver op een zolderkamertje is totaal achterhaald. Misschien bestaan ze nog wel, maar het is niet waarschijnlijk dat je ooit iets van hen zult lezen. Als je wilt dat jouw boek gelezen wordt, zul je jezelf met je boek moeten presenteren aan de buitenwereld.

Natuurlijk zal een goede uitgever haar of zijn best doen om jouw boek te verkopen. Daar is de uitgever zelf immers ook bij gebaat. Maar dat dat echt niet genoeg is, zag ik op Dutch Comic Con in Utrecht waar ik afgelopen weekend was. Nu is dit een beurs waar maar een klein deel van het publiek geïnteresseerd is in boeken. Je moet dus je best doen om gezien te worden. Een aantrekkelijke kraam én boekcover helpt daarbij, maar nog beter is het om mensen aan te spreken zodra ze interesse tonen.

Dat is best een stap. Ik heb wel eerder op markten gestaan, maar het was altijd voor mijn werk en niet voor iets van mijzelf. Dat maakt echt verschil en dan komt ook al snel de onzekerheid om de hoek kijken (zit ik mezelf hier aan te prijzen en vinden ze het straks niks, géén schrijffouten maken bij het signeren, help, een schrijver gaat mijn boek lezen, kopen ze het nou omdat ze geen nee durven zeggen?). Ik sprak Cocky van Dijk, uitgever bij Zilverspoor en collega schrijver, er over. We waren allebei blij dat als je wat ouder wordt, je zulke negatieve stemmen herkent en ook weer stil krijgt. Want ik heb niet voor niks dat boek geschreven en uitgebracht. Ik sta er 100% achter en wil ook dat het gelezen wordt.

Praten met andere schrijvers en boekliefhebbers is sowieso een goed idee. Je krijgt een beter beeld van wat er allemaal bij komt kijken naast het schrijven zelf. Al met al was afgelopen weekend dus heel leerzaam. Op naar het volgende evenement om nog meer boeken te verkopen. Want er is niks leukers, dan van lezers horen wat ze van je boek vinden (en tot nu toe zijn de reacties allemaal positief).

1 2 3