Nog even geduld

Het slechte nieuws is: we gaan de deadline van november dit jaar niet halen. Het goede nieuws is: het wordt een beter boek.

Zoals ik in mijn vorige blog schreef, werk ik nu aan mijn boek samen met redacteur en schrijfster Anaïd Haen. Daaruit bleek dat voor mijn boek een ‘frisse blik’ noodzakelijk is om het op een hoger plan te brengen. Dat is precies wat ik aan het doen ben. Ik ben flink aan het herschrijven. Ik probeer in ieder hoofdstuk te kijken wat essentieel is voor het verhaal. Al het ‘gedoe’ haal ik er uit of maak ik korter.

Dat is vaak best even slikken en soms heb ik tijd nodig om het te verwerken. Ik ben iemand die erg in mijn hoofd schrijft. Ik moet het verhaal in mijn hoofd voor me kunnen zien om het op te kunnen schrijven. Als het plaatje dan anders moet worden, dan moet dat eerst ontstaan. Zodra de ‘film’ in mijn hoofd er weer is, kan ik het opschrijven. In mijn manier van beschrijven probeer ik dan zo goed mogelijk over te brengen wat ik zie. En wat dus hopelijk ook de lezer straks voor zich ziet.

Soms moet je gewoon van een ander horen hoe het verder moet, ook al weet je het misschien al wel. Als ik ergens over twijfel, geeft dat al aan dat het waarschijnlijk niet belangrijk is voor het plot. Maar omdat ik moeite heb met afscheid nemen van de oude tekst, lukt het me niet een beslissing te nemen. Dan is het fijn dat je kunt overleggen met je redacteur.

Een ander onderdeel waar ik meer aandacht aan besteed is de karakterontwikkeling van de hoofdpersonages. Ze zijn volwassener en moeten vaker bewust keuzes maken. Keuzes die consequenties hebben, die weer invloed hebben op de karakters. Dat zie je terug in perspectief gebruik. Het oorspronkelijke verhaal maakte gebruik van voortdurend wisselende perspectieven. Dat is een vorm die tegenwoordig niet meer gebruikt wordt. Nu kies ik zo veel mogelijk voor het perspectief van de hoofdpersonages en denk ik bij iedere scene na vanuit wiens hoofd de lezer de scene ziet.

Ik hoorde van mijn redacteur dat we van Rianne Lampers, mijn uitgever, de ruimte hebben gekregen om de tijd te nemen voor het herschrijven. Bedankt Rianne! Dus voor iedereen die op mijn boek zit te wachten: nog even geduld. Het zal de moeite waard zijn.

De redacteur

Ik ben inmiddels aan de slag met mijn redacteur. Ze schrijft zelf onder de naam Anaïd Haen (korte verhalen, kinderboeken, volwassenen) en heeft ook als redacteur veel ervaring. Naast al deze werkzaamheden organiseert ze ook de jaarlijkse verhalen wedstrijd Fantastels. Op haar website kun je meer over haar lezen. Je kunt daar ook een aantal verhalen van haar lezen of beluisteren (PDF en MP3) en met veel van deze verhalen heeft ze een prijs gewonnen.

Niet zo maar iemand dus en dat vind ik best een eer. Helemaal als ze je complimenten geeft over bijvoorbeeld de heldere verteltoon of dat ik beeldend schrijf. En dat mijn boek zeker potentie heeft.

Maar ook dat er nog heel wat aan moet gebeuren en daar doet ze precies wat ik nodig had. Want als je nu nog bezig bent met een verhaal dat je 26 jaar geleden hebt verzonnen, maakt dat je aardig blind voor wat je nou eigenlijk echt op papier hebt gezet. Ik ken de wereld van Terra 7 en alle personage door en door en voor mij is alles heel logisch, omdat ik die extra bagage heb. Iemand die het voor het eerst leest en dan helemaal een redacteur die kritisch leest, leest heel iets anders.

En dus is het even slikken als je hoort dat je personages kinderachtig overkomen, dat er nog teveel ‘gedoe’ in het verhaal zit dat geen duidelijk doel heeft en dat ik te veel wil uitleggen (want je lezer is slimmer dan je denkt). Gelukkig heb je dan iemand tegenover je die zelf ook schrijver is en heel goed weet hoe het is om in mijn positie te zitten. En gelukkig ook iemand die aangeeft dat ik het niet met haar eens hoef te zijn, want het is mijn verhaal.

In heel veel opzichten ben ik het wel met haar eens. Dan is het goed om bij mezelf te merken dat ik niet hiermee bezig ben omdat ik op mijn 21ste een leuk verhaal heb geschreven, maar omdat ik nu echt een schrijver wil zijn. En dat ik dus prima in staat ben om hele stukken te herschrijven (en makkelijker dan toen, want ik heb wel wat geleerd de afgelopen jaren). Dat is een prettige ontdekking en geeft meer zelfvertrouwen. Op naar een beter boek!

 

De laatste ronde

Het is zover. Ik heb alle correcties verwerkt en mijn tekst kan gelezen worden door een redacteur. Op basis van diens aanbevelingen krijgt mijn boek definitief vorm.

Ik heb al eerder gemeld, dat ik dyslexie heb en dat schrijven voor mij niet zo vanzelfsprekend is. Ik ben daarom Suzanne Laan erg dankbaar dat ze mij geholpen heeft met het opsporen en corrigeren van alle schrijffouten. Bij een boek van 156.853 woorden is dat een flinke klus. Alle correcties heb ik inmiddels verwerkt. Gelukkig stonden er in de nieuw geschreven teksten minder fouten, dus ik ben vooruit gegaan. Dat dat zo is, merk ik als ik de krant lees. Je komt echt heel regelmatig typfouten tegen en ineens vallen ze mij op!

Een redacteur beoordeelt mijn verhaal op inhoud en dat maakt het voor mij ook zo spannend. Wat vindt hij of zij van de karakters en verhaalontwikkelingen? Komt het verhaal over, is het spannend om in te blijven lezen, beschrijf ik iets te veel of juist te weinig?

Wat ik zelf ook spannend vind, is of het geschikt is voor een brede doelgroep. Mijn verhaal is geen Young Adult, maar het gaat wel over twintigers en schurkt er dus tegen aan. Er zijn ook diverse romantische ontwikkelingen tussen personage die ik soms uitgebreid beschrijf. Maakt dat het verhaal minder interessant voor mannen? Op welke groep moet ik me straks vooral gaan richten?

Ik zal ongetwijfeld de komende 3 maanden weer flink aan de slag moeten met mijn boek. Lekker!

Persbericht: Missie naar Terra 7 gaat door

Arnhem, 19 november 2671

Missie naar Terra 7 gaat door

Na lang beraad is het congres van de Verenigde Aarde akkoord gegaan. Er komt een verkenningsmissie naar Terra 7, de legendarische paradijsplaneet.

Er is lang over gedebatteerd. Eerdere missies naar andere terra’s waren weinig succesvol. De meeste van de aardse koloniën hebben geen behoefte aan contact met de oude aarde. Of dat met Terra 7 anders zal gaan, moet nog blijken. Het grote verschil is wel dat er sinds het vertrek van de kolonisten 479 jaar geleden geen contact is geweest tussen Terra 7 en de aarde. Door vernietiging van een groot deel van het ruimtevaartarchief is het zelfs niet bekend waar Terra 7 precies ligt.

Terra 7 is de laatste planeet die door de aarde is gekoloniseerd. Om arme landen en alternatieve groeperingen op aarde ook een kans te geven te overleven, besloot de Verenigde Naties (voorloper van de Verenigde Aarde) in het jaar 2192 een expeditie te sturen en te financieren. Deze bestond uit een mengeling van aardse rassen met verschillende geloofsovertuigingen en ideeën. Ze zouden samen een nieuwe samenleving vormen, zonder geweld, verdeeldheid, milieu­vervuiling en geavanceerde technologie. De planeet die zij toegewezen kregen, voorlopig Terra 7 genoemd, zou een nieuw paradijs worden.

Of dit experiment is gelukt weet niemand. Er wordt zelfs openlijk getwijfeld of de missie ooit heeft plaats gevonden. Voor de ARP was dit een reden om tegen het plan te stemmen. ‘Het lijkt ons onzinnig om dure middelen in te zetten voor een verkenningsmissie waarvan niet eens zeker is of de hele planeet wel bestaat. Die middelen kunnen beter ingezet worden voor het bewoonbaar maken van nieuwe leefgebieden op onze eigen aarde’, aldus ARP voorman Alfred Weismann. Deze mening past volledig binnen het ‘Eigen aarde eerst’ credo van de ARP, toch waren ze niet de enige congresleden die tegen de missie stemden. De uiteindelijke stemming kwam uit op 389 voor, 201 tegen en 10 onthoudingen.

Doorslaggevend argument was ongetwijfeld het pleidooi van minister Bergman van Intergalactische zaken. ‘Nu het ons, na al die eeuwen van ontbering, gelukt is om vreedzaam te kunnen leven op aarde is het goed om terug te kijken op onze geschiedenis. De tijd van de kolonisaties is daar een onderdeel van. Voor velen wordt die gezien als een zwarte bladzijde uit de historie van de mensheid en als je ziet wat er van de kolonies geworden is, dan is dat goed te begrijpen. Er is echter één kolonie waarvan we niet weten hoe het haar vergaan is en dat is die op Terra 7. Mogelijk is het experiment van de Verenigde Naties gelukt en treffen we een vreedzame samenleving aan. Ook als dat niet het geval blijkt te zijn, is het goed om te weten wat er gebeurd is. Deze mensen zijn onze afstammelingen. We zijn het aan hen verplicht om weer contact met hen te maken.’

In de komende maanden vindt er een selectie plaats van 4 wetenschappers die de verkenningsmissie gaan uitvoeren. Ze zullen gebruik maken van een XT-15 type middenklasse ruimtevaartuig dat gebruik maakt van de nieuwste ruimtevouw techniek. De verwachting is dat de missie ongeveer een jaar gaat duren.

Waar gaat het eigenlijk over?

Nu ik bezig ben met mijn boeken en er ook mee naar buiten treedt, krijg ik regelmatig de vraag wat ik dan schrijf. Mijn korte antwoord is: een Science Fiction roman. Als mensen doorvragen, merk ik dat ik het best lastig vind om dat kort en bondig uit te leggen.

Want wat vertel je wel en wat vertel je niet? Als je te weinig vertelt, dan kan het zijn dat mensen onvoldoende informatie hebben om te beslissen of het verhaal interessant voor hen is. Als je te veel vertelt, geef je te veel weg. De verrassing van het lezen van het verhaal is weg.

Ik lees met steeds grotere bewondering de achterflap van boeken. Daar staat kort en bondig waar het over gaat en is voldoende weggelaten om het spannend te houden. Op boekensites is de informatie vaak nog korter. Voor mij soms te kort, waardoor ik dan toch meer informatie opzoek of recensies lees.

Voor mijn boeken heb ik nu toch een poging gedaan. Voor alle 3 de delen heb ik een korte inhoud geschreven. Rianne Lampers van Celtica Publishing is zo aardig geweest er naar te kijken. Het zal niet de definitieve tekst zijn, maar het geeft in ieder geval een idee.

Het heeft daarnaast als voordeel dat als iemand mij vraagt waar mijn boeken over gaan, ik gewoon kan zeggen: kijk op mijn website!

Keuzes maken

Het is een van de zekerheden in het leven: keuzes maken. We hebben net de Tweede Kamerverkiezingen achter de rug, maar keuzes maken in het leven komt vaker voor dan in het stemhokje. Kleine keuzes als ‘Wat ga ik eten vanavond?’ en grote als ‘Blijf ik hier wel of niet werken?’

Keuzes maken kan lastig zijn, vooral omdat ze consequenties hebben. Doe ik er wel goed aan? Kan ik dat wel maken? Kan ik het betalen? Twijfel speelt altijd een rol. Mijn ervaring is ook dat als je een keuze maakt, het enorm oplucht. Zeker naar grote keuzes werk je langzaam toe. Het blijft in je gedachten totdat alles op zijn plek valt.

In mijn boek ben ik degene die de keuzes maakt. Ik beslis wat een personage gaat doen, wie er verliefd worden, wie er doodgaan. Heftige keuzes mét consequenties die net als in het echte leven moeten kloppen. Je maakt de keuzes om de lezer mee te nemen in het verhaal of om ze wakker te schudden.

Ik zit nu in het proces van herschrijven en worstel met de keuze om iets wel of niet in het verhaal te houden. Voegt deze tekst iets toe? Is deze conversatie belangrijk? Vanuit wiens perspectief kan ik dit deel van het verhaal het beste vertellen? Ook schrijf ik nieuwe scenes die iets moeten toevoegen aan het verhaal of aan de personages. Net als in het echte leven is het een grote puzzel waarvan de stukjes langzaam op zijn plek vallen. Het maakt bepaalde keuzes heel logisch. Het is een proces waar ik nog in zit en waar een redacteur mij straks bij gaat helpen. Ook die moet nog gekozen worden. Spannend!

De weg naar het uitgeven van je boek

Het contract is getekend. In november wordt Terra 7 deel 1: Het groene kristal uitgegeven bij Celtica Publishing. Ik hoor dus nu officieel bij de fantastische schrijvers van “team Celtica”. In de laatste nieuwsbrief van Celtica Publishing staat ik in het rijtje van verwachte boeken en dat maakt het helemaal echt.

Ik durfde het nooit aan om een uitgever te zoeken. Ik was bang voor een afwijzing, maar ik dacht ook dat er weinig ruimte was voor Nederlandse SF schrijvers. Na het lezen van boeken van Nederlandse schrijvers zoals Nathalie Koch en Patty van Delft (Patty zit ook bij Celtica) begreep ik dat er wel degelijk mogelijkheden zijn. Het heeft mij overgehaald het toch eens te proberen. En het is waarschijnlijk ook een van de voordelen van ouder worden; ik ben niet meer zo onzeker. Afgewezen worden is natuurlijk nooit leuk, maar het is allemaal een stuk minder schokkend op je 46ste.

Voordat het boek in november in de winkel ligt, moet er nog veel gebeuren. Zo ben ik op dit moment weer aan het herschrijven. De stopwoordjes moeten eruit (en, maar, nu, toen) en het sterk wisselen van perspectief moet minder. Dat laatste schijnt iets te zijn dat bij lezers is veranderd; men heeft meer moeite met het volgen van een tekst als het perspectief in één alinea wisselt van het ene personage naar het andere personage. Aangezien ik de motivatie van mijn personages belangrijk vindt, maak ik vaak gebruik van wisselend perspectief. Ik doe dat nog steeds, maar zorg er voor dat de overgangen duidelijker zijn en niet te snel na elkaar.

Omdat ik de Nederlandse taal behoorlijke lastig vind (zie mijn vorige blog), laat ik de tekst ook corrigeren. Ik ben er heel dankbaar voor dat een collega met veel ervaring in het onderwijs dit voor mij wil doen. Op haar aanwijzingen ga ik de hele tekst nogmaals door.

Vervolgens gaat een redacteur naar mijn tekst kijken. Die let vooral op de leesbaarheid van het geheel. Aan de hand van de aanwijzingen en opmerkingen van de redacteur maak ik nogmaals aanpassingen aan de tekst.

In de tussentijd kijk ik uit naar een een vormgever of illustrator voor de cover van mijn boek. Aangezien het een serie is van 3 delen (misschien meer, maar 3 boeken liggen er), wordt er ook al gekeken naar de cover van deel 2 en deel 3. Het is immers het mooiste als de serie een mooi geheel vormt.

Al met al heb ik dus nog een heel traject te gaan. Helemaal omdat hetzelfde proces ook voor deel 2: Het huis van de roos en deel 3: Het anti-paradijs gaat gelden. Vervelend? Helemaal niet! Wat me opvalt is dat ik nog steeds de neiging heb om mijn boek te gaan lezen in plaats van er aan te werken. De personage blijven me aanspreken en ik heb echt  het idee dat het verhaal er beter van wordt.

In november mogen jullie mij laten weten of jullie het met mij eens zijn.

 

 

Foutloos schrijven

Boeiend schrijven is niet het zelfde als foutloos schrijven. Mensen voor wie foutloos schrijven een 2e natuur is, zijn het vast niet met mij eens. Die kunnen niet geboeid een verhaal lezen als daar allerlei spellingfouten in zitten. Voor mensen zoals ik, die de fouten niet zien, is boeiend schrijven het belangrijkste.

Als ik schrijf wil ik de lezer meeslepen in mijn verhaal. Je kruipt in het hoofd van een personage, je zit meteen in de actie en al snel wil je de bladzijde omslaan om te lezen wat er gaat gebeuren. Ik zie de scenes voor mij, ik moet het alleen nog even in woorden vatten. Het liefst zo dat de lezer de scenes ook voor zich ziet. Beeldend vertellen is voor mij boeiend schrijven.

Misschien komt het wel door de beeldende manier van denken dat foutloos schrijven voor mij zo moeilijk is. Het is alsof ik een film aan het vertalen ben. Daarbij mis ik woordbeeld; ik zie vaak niet of iets goed of fout gespeld is. Ik heb veel geoefend en ken veel regels van de Nederlandse grammatica uit mijn hoofd, maar wat was het makkelijk geweest als ik het ook zag! Het heeft jaren geduurd voordat ik kon onthouden dat je “allerlei” met “ei” schrijft en “daarbij” met “ij”. Je hoort het verschil niet en er is voor zover ik weet geen rationele verklaring voor het verschil. Toen ik met dit boek begon haalde ik zelfs “zij” en “zei” door elkaar, terwijl ik best weet wat “zij zei” betekend.

Misschien heb ik wel dyslexie. Het is alleen nooit officieel vastgesteld. Het maakt ook niet uit. Als ik lees, lees ik niet snel, maar ik heb geen moeite met een boeiend dik boek van 600 pagina’s. En nu er e-boeken zijn, is lezen alleen maar makkelijker geworden. Je kunt daarmee het aantal woorden per pagina aanpassen. Dat heeft voor mij als voordeel dat ik minder grote stukken tekst voor mij zie, waardoor ik makkelijker lees.

En toch schrijf ik. Ik hou van verhalen en ik hou van de taal die dat weergeeft. En dus blijf ik mijn best doen op het foutloos schrijven van dat lastige Nederlands.

 

ps: als je een fout tegen komt, laat het ff weten. Ik heb er ongetwijfeld over heen gekeken….

Wanneer is je verhaal af?

Het blijft lastig als je iets maakt: wanneer is het af? Dat geldt zeker voor het schrijven van een boek. De personages gaan echt een eigen leven leiden en je wilt ze niets te kort doen. Het schrijven van het verhaal zelf gaat bijna als in een roes. In mijn geval is het ruim 25 jaar geleden dat ik met het schrijven van mijn boeken begon. In 9 maanden was het verhaal van alle 3 de delen klaar.

Daarna begint het echte werk van het herschrijven. Natuurlijk heb ik niet 25 jaar aan mijn boek gewerkt, maar wel in periodes. Mensen lazen het, gaven opmerkingen en ik ging daar weer mee aan de slag.

Daar zit ook een gevaar in. De opmerkingen zijn niet altijd objectief en mensen kunnen elkaar tegenspreken. Het is daarom goed om er op een gegeven moment een professional bij te halen. Een manier om dat te doen is je manuscript opsturen naar een uitgeverij. Je kunt ook direct opzoek gaan naar een redacteur die je zelf inhuurt. Heb je moeite met foutloos schrijven zoals ik? Corrigeren kan een redacteur doen, maar je kunt ook in je omgeving kijken of er mensen zijn uit bijvoorbeeld het onderwijs die je willen helpen.

Mijn verhaal is af, maar mijn boek nog niet. Met de adviezen van een redacteur kan ik weer aan de slag. Stopwoordjes er uithalen, niet te vaak van perspectief wisselen, hun en hen correct gebruiken en letten op verwijswoorden. Zo blijf ik me als schrijver verbeteren. Dus: nog even geduld aub….

1 2 3