Een nieuw verhaal

Ik kan niet goed uitleggen hoe het werkt. Opeens is het er: een nieuw idee voor een verhaal. Soms zo complex dat het wel een boek moet worden, een andere keer niet meer dan één scène.

Als het eenmaal in mijn hoofd zit, moet het er uit. Het kan zelfs het verhaal waar ik op dat moment aan werk in de weg zitten. Er zit dan niets anders op dan het idee op te schrijven. Het kan zelfs nodig zijn om ook een deel van de tekst uit te werken. Pas daarna kan ik het parkeren en weer verder met waar ik mee bezig was. Als ik dat laatste niet zou doen, zou ik nooit iets af maken.

Het zijn vrijwel altijd fantastische verhalen. Dat is blijkbaar hoe mijn geest werkt. De vraag “wat als?” speelt altijd een grote rol. Wat als je geest nog kan blijven ronddwalen na je dood, zou je dan nog iets voelen? Of als je de navigatie in je auto zo slim maakt dat het een eigen leven kan leiden? Wat als er parallelle werelden zijn, in welke zou ik dan willen leven? Zijn mensen instaat om zonder oorlog samen te leven? Hoe ziet een buitenaarts ras er uit?

Wat ik ooit gezien of gelezen heb, heeft invloed. Ik ben dol op fantasierijke films, series en boeken en heb er al aardig wat verslonden of bekeken. Ze hebben veel overeenkomsten en nog steeds verschillen. Dat laatste is best opmerkelijk als je bedenkt hoeveel er al is geschreven of gemaakt. In mijn eigen werk is het werk van anderen terug te vinden, maar wel met mijn twist. Het zijn immers mijn vragen waar ik zelf een antwoord op verzin. Je kunt best iets lenen van een ander (bijvoorbeeld het gebruik van ruimtevouwen of wormgaten om snel door de ruimte te reizen), maar ik gebruik het binnen de context van mijn verhaal (de unieke wereld van Terra 7).

Ik zit in een schrijversgroep. We komen één keer in de zes weken bijeen en leren van elkaar. Ik ben de enige die SF/fantasy schrijft. Veel van de andere deelnemers hebben nog nooit een boek in die stijl gelezen. Inmiddels krijg ik regelmatig, na het lezen van mijn teksten, de opmerking terug dat het net mensen uit deze tijd zijn. Dat is ook zo. De basis ligt altijd in de echte wereld, de fantasie is daar een reflectie van.

Goedbeschouwd is ieder boek en elk verhaal een wonder. Dat geldt voor alle vormen van fictie, maar in het bijzonder voor het fantastische genre. Dat is goed terug te vinden in de boeken van Celtica Publishing. Als lezer is ieder boek weer een portaal naar een andere en nieuwe wereld. Dat is precies waarom ik er zo dol op ben. Even lekker weg in je eigen hoofd.

Deze column is verschenen in Celtica Magazine van februari 2019.

Schrijver?

Kun je schrijver zijn als geschreven taal lastig voor je is?

Er is tekst dat ik niet kan lezen. Lange zinnen met veel informatie komen niet bij me binnen. Pas na een paar herhalingen heb ik een idee van wat er staat. Als ik voor mezelf de zin in stukjes heb gebroken en de essentie er uit heb gehaald. Een boek vol met dat soort zinnen lees ik niet.

Geschreven taal is voor mij een uitdaging. Waar anderen zien of een woord goed of fout gespeld is, zie ik dat niet. Ik moet de regeltjes blijven toepassen. Lastig, want ik heb moeite met onthouden. Bovendien hebben woorden de neiging om “zich niet te laten zien.” Ik weet welk woord ik wil gebruiken, maar kan mij niet herinneren hoe je het schrijft. Het lezen zelf kost mij meer tijd, alsof ik altijd een extra stap moet zetten om te begrijpen wat er staat. Een grote lap tekst kan daarom overweldigend zijn.

Een van mijn vroegste herinneringen was dat ik in het dagboek van mijn moeder keek. Ik was op de stoel geklommen van haar bureau en keek naar haar handschrift in dat boekje en wist: eens kan ik dit ook. Kan ik dit lezen en zelf mijn verhaal schrijven. Ik was twee jaar en de behoefte om te kunnen begrijpen wat daar stond was zo groot, dat ik het onthouden heb. In mijn babyboek schreef mijn moeder dat ik van lezen hield, ook al deed ik maar alsof. Pas op de lagere school was het zo ver en het ontrafelen van die prachtige tekens bleek een enorme opgave. Die eerste klas was een hel.

In de tweede klas had ik een lerares die heel anders met taal omsprong. Ze las geregeld voor en spoorde de kinderen aan zelf ook regelmatig te lezen. Thuis werd gelukkig veel voorgelezen. En ik hield van de verhalen. Ik zag in mijn hoofd wat er gebeurde, prachtig! Met mijn eigen fantasie ging ik er mee verder. Lezen werd leuk, ondanks de moeite die het me koste. Als ik een opstel schreef, was mijn spelling vreselijk, maar mijn verhaal goed.

Mijn vader spaarde sciencefiction en fantasy boeken, dus toen ik er oud genoeg voor was ging ik die lezen. Boeken van Jack Vance, Tanith Lee, Stephen King, Frank Herbert en natuurlijk Tolkien. Ook voor Nederlands en Engels moest ik lezen. Engels ging mij makkelijker af dan het Nederlands, want in mijn eigen taal ontdekte ik dat er nog steeds tekst bestond waar ik niet doorheen kon komen. Het maakte dat ik weinig liefde voelde voor de Nederlandse literatuur. Gelukkig was onze leeslijst vrij lang en stonden er boeken op die wel lukte.

Ik verzon nog steeds verhalen: met tekeningen erbij en vol spellingsfouten. Toen ik begin twintig ziek werd en moest overleven ben ik uit het niets aan een boek begonnen. In negen maanden schreef ik het verhaal over de mensen op Terra 7.

In de jaren daarna schreef ik voor mijn werk: persberichten, websiteartikelen, brochures, beleidsnota’s, jaarverslagen. In mijn vrije tijd vooral liedteksten. Nog steeds met spellingsfouten, dus ik had altijd iemand nodig die corrigeerde. Pas na 25 jaar pakte ik het verhaal over Terra 7 weer op, herschreef het en zocht een uitgever. Dat werd Celtica Publishing.

Kun je een boek schrijven als je sommige teksten niet kunt lezen? Ja, dat kan. Met een berg trucjes (bijv. op de computer in A5 werken, want minder tekst op een pagina) en nog steeds de hulp van anderen. Mijn spelling is zelfs verbeterd door het vele oefenen. Verwacht alleen van mij geen hoogdravende taal, met lange zinnen en veel informatie. Ik word dan ook erg blij als ik een lezer hoor zeggen dat mijn boek zo makkelijk te lezen is. Een groter compliment is er wat mij betreft niet.

Deze column is verschenen in Celtica Magazine van januari 2019.

We zijn er bijna

We zijn er bijna. Ik werk aan de laatste hoofdstukken van Het Huis van de Roos. Als dat af is, heb ik het hele tweede boek opnieuw geschreven. Hoewel ik de originele verhaallijn blijf volgen, is het op veel punten een totaal ander boek dan de eerdere versie. Het blijft bijzonder om te ontdekken hoe een verhaal zich blijft ontwikkelen. Vooral omdat de karakters van de  personages groeien en hun wisselwerking om een ander verhaal vraagt. Conrad, Bridget en Duncan, de belangrijkste personages uit boek 2, heb ik nog beter leren kennen. Zaken die ik in de eerste versie niet zag, zijn ineens heel duidelijk en vallen op hun plaats. Het is het wonderlijkste onderdeel van schrijven.

We zijn er bijna, maar nog niet helemaal. Het verhaal mag er dan zijn, het boek nog niet. Een aantal hoofdstukken worden al gelezen door proeflezers en daar komt het laatste deel straks bij. Met die feedback ga ik herschrijven. Daarna volgt een ronde met mijn redacteur Anaïd Haen. Als laatste gaat mijn uitgeefster Rianne Lampers met een stofkam door de tekst om alle laatste foutjes er uit te halen.

Ondertussen werk ik met Joost Zwaan aan de cover voor dit boek. We hebben al iemand gevonden die model wil staan voor Conrad. Het concept is doorgenomen en het logo (van een roos uiteraard) dat op de band staat is al gemaakt. Zo krijgt Terra 7 deel 2 Het Huis van de Roos steeds meer vorm.

Nee zeggen

Ik ben nieuwsgierig, leergierig en een optimist. Over het algemeen goede eigenschappen die verschillende keren in mijn leven goed van pas kwamen. Tegenwoordig zijn deze eigenschappen mijn valkuil.

Ik heb altijd ideeën en vind heel veel leuk. In het verleden is ook gebleken dat veel dingen mij goed af gaan. Maar als je iets kunt en leuk vindt, wil dat nog niet zeggen dat je het moet doen. Daarnaast denk ik altijd in oplossingen. Wil het niet rechtsom, dan ga ik linksom. Wil dat ook niet, dan desnoods dwars door het midden. Maar wat als iets niet doen de beste oplossing is? Wat als het gewoon beter is om nee te zeggen?

Ik heb heel vaak nee moeten zeggen de laatste paar jaren. Nee tegen mijn werk dat ik heel erg leuk vond, maar niet meer vol kon houden. Nee tegen zingen met de bigband, omdat ik het niet meer red om ’s avonds te repeteren. Nee tegen een verzorgpaard, omdat ik de energie niet heb. Nee tegen vrienden, omdat ik te moe ben om met ze om te gaan. Mijn wereld is er een stuk kleiner door geworden.

Veel behandelingen van burn-outs gaan uit van het principe dat je balans moet zoeken tussen dingen die energie nemen en energie geven. Alleen bij mij werkt het niet zo. Alles kost energie, ook de leuke dingen. Alleen de niet-leuke dingen kosten meer. De dingen die niet zo leuk zijn, moeten wel gewoon gebeuren. Huishouden, boodschappen doen, koken, klussen. Het is een onderdeel van het gewone dagelijks leven.

Er zijn zaken waar ik ja tegen blijf zeggen. Belangrijkste zijn mijn gezin en familie, echte vrienden, mijn hond en kat, die ene keer in de week op een ochtend paardrijden en natuurlijk schrijven. Of schrijven wel of niet lukt is niet afhankelijk van mijn energieniveau, maar van mijn vermogen me te kunnen concentreren. Natuurlijk, als je moe bent is het lastiger om je te concentreren. Toch werkt het niet andersom; als ik energie heb, kan ik me vaak slecht concentreren.

Ik werk met een weekschema waarop ik mijn activiteiten verdeel. Het geeft houvast en helpt om dat kleine beetje energie dat ik heb goed te verdelen. Toch blijft het nodig om nee te zeggen, ook als het eerst ja was. Zo zou ik woensdag naar een school in Gouda om samen met Anaïd Haen les te geven over schrijven. Ik had er erg veel zin in, maar heb het af moeten zeggen. Niet leuk, maar noodzakelijk. Want soms win je iets door nee te zeggen, ook al voelt het als verliezen.

Als het allemaal moeite kost

Ik ben de laatste tijd niet zo actief op mijn website of via Facebook. Dat komt omdat alles (en dan ook werkelijk alles) mij moeite kost op dit moment.

Ik kan me niet concentreren, vergeet snel dingen, kom slecht uit mijn woorden en heb regelmatig allerlei lichamelijke klachten als hoofdpijn, slechter zien, buikpijn en spierpijn. Daarnaast ben ik altijd moe, vanaf het moment dat ik opsta. Gelukkig ben ik niet depressief, want daar zorgt medicatie wel voor.

Ik heb vaker dit soort periodes gehad en ben nooit een energiek persoon geweest (ook als kind niet), maar de laatste paar jaar is het erger geworden. Ik doe mijn best er mee om te gaan en heb recent ook weer de hulp van een psycholoog ingeschakeld.

Het is ongelofelijk frustrerend. Het is iedere dag weer een afweging maken wat je wel en niet doet en balans zoeken tussen wat moet (boodschappen doen) of wat je graag wil (paardrijden). Ook weiger ik me helemaal uit het leven terug te trekken, dus ik ga wel naar festivals voor de promotie van mijn boek (ook al ben ik daarna een aantal dagen tot niets in staat).

En ik blijf schrijven aan mijn 2e boek. Vraag me niet hoe, want zelf weet ik het ook niet. Soms kom ik niet verder dan 1000 woorden op 1 dag en daardoor gaat het langzaam (want iedere dag schrijven lukt niet altijd). Het is gewoon voor die computer zitten in mijn werkkamer (geen geluiden of mensen om mij heen), terug lezen wat je eerder hebt geschreven (een hele opgave met weinig concentratie), de verhaallijn erbij pakken en gaan.

Schrijven helpt, ook als het moeite kost. Ik ben op dat moment weer even de personages uit mijn boek op Terra 7. Ik voel hun emoties en zie voor mijn ogen als een film wat er zich afspeelt. En ook nu vallen nog steeds dingen op hun plek in dit verhaal dat ik 26 jaar geleden verzonnen heb. Dat geeft echt een kick.

Dus ik aanvaard de frustratie en de pijn in mijn lijf en schrijf. Langzaam, maar gestaag komt boek 2 Het Huis van de Roos er aan.

 

Kort verhaal De Profetie op FantasyWereld

Speciaal voor de website FantasyWereld heb ik een kort verhaal geschreven dat zich afspeelt voor de gebeurtenissen in Het groene kristal. Je leest er waarom Dion uit het oerwoud vertrok. Voor de mensen die mijn boek gelezen hebben, is het een leuke aanvulling en ik hoop dat het voor de mensen die het nog niet gelezen hebben een leuke introductie is.

FantasyWereld.nl is het grootste online magazine op het gebied van fantasy en sciencefiction, met dagelijks honderden bezoekers uit Nederland en Vlaanderen. Je vindt er informatie over films, series, boeken, strips, spellen, LARP en evenementen die allemaal met het fantastische genre te maken hebben.

Ik ben al jaren een SF en fantasy fan, maar toch zijn dit soort websites redelijk nieuw voor mij. Het is een leuke bijkomstigheid van het feit dat ik nu schrijver ben en een boek uit heb: ik ontdek via Social Media en door promotiewerk allerlei boekbloggers, Facebookgroepen, websites en evenementen die volledig in het teken staan van fantasy en sciencefiction.

Op de website FantasyWereld staat ook een recensie van Terra 7 boek 1 Het groene kristal en een interview met mij.

 

Nieuwe personages

In het tweede deel van Terra 7 volg je Conrads reis naar het noorden. Het betekent een kortstondig afscheid van Virginia, Dion, Zania en Kyril die we weer terug zien in deel drie.

In deel twee Het Huis van de Roos leren we Conrad, oudste van de Aardse wetenschappers en technologiespecialist, veel beter kennen. Nieuw zijn verzetsstrijdster Bridget (half Nard, half Afraans) en Duncan, Afraanse edele uit het Huis van de Roos. Hieronder leer je ze kennen aan de hand van een favoriete bezigheid uit hun verleden:

Conrad:
Ik plaats mijn handen voor mij en voel het ruwe oppervlak van de gravelbaan onder mijn vingertoppen. Mijn voeten staan in de startblokken. Hoewel dit geen wedstrijd is, voel ik wel de opwinding die bij een start hoort. Ik breng mijn billen omhoog en zoek het juiste evenwicht met de grootste druk op mijn voeten. Ik haal diep adem. In mijn hoofd laat ik het startsignaal klinken en nog op het signaal zelf spat ik vooruit. Mijn passen niet te kort en niet te lang. Ritme zoek ik en ritme heb ik. De wind suist in mijn oren en mijn ogen tranen. Mijn borst gaat snel op en neer als mijn longen zich vullen en ik de lucht weer uitblaas. Mijn hart bonst en pomp de zuurstof naar mijn spieren die steeds meer en meer verzuren. De laatste paar meters doen pijn, maar het is pijn dat ik verwelkom, want daar is de eindstreep. Dit was een snelle 100 meter, ik weet het zeker.

Bridget:
‘Vuur maken kost tijd’, legt papa mij uit. Ik slaak een diepe zucht. Ik draai en draai en draai maar aan het stokje, maar geen vuur. Het wil niet en het gaat me toch niet lukken, dus boos laat ik het uit mijn handen vallen. Papa gaat achter me zitten en ik ontspan meteen. Hij pakt mijn handen en samen doen we het nog een keer. Door zijn hulp blijft het stokje dat ik draai, veel meer op zijn plaats en ik ruik een brandlucht. Papa pakt snel het plukje houtvezels en legt het tegen het draaipunt aan.
‘Nu eerst weer draaien en dan blazen.’ Ik draai op de manier die papa mij net voordeed. De brandlucht wordt sterker. Ik blaas en ineens is er een prachtig geel vlammetje te zien in het plukje vezels. Als betovert staar ik er naar. ‘Goed gedaan meid’’, prijst papa mij. Hij houdt zijn handen beschermend om het vlammetje en samen brengen we het naar de houtvezels dat tussen het door ons geraapte hout ligt. Al snel vat het vlam en niet veel later warmen we ons aan het vuur.

Duncan:
Met mijn hand strijk ik eerst langs de klep van de vleugel, voordat ik die open doe. Ik weet niet waarom precies, maar ik geniet altijd als mijn vingertoppen de nerf van het hout voelen. Misschien wel omdat dit een Aardse vleugel is, gemaakt met Teraxaans hout.
Ik plaats mijn handen gedachteloos op de toetsen. Wat zal ik gaan spelen? Ik lach als ik zie dat ik bijna automatisch mijn vingers in de juiste positie heb gezet voor de ‘Mondscheinsonate’ van Beethoven en ik begin te spelen. Ik hou van de kalme klanken van dit stuk. De rust die er in zit en het kalme stijgen en dalen van de melodie. Altijd als ik dit speel, moet ik denken aan de Aarde voordat de mens het vernietigde. Die oude wereld waar mijn voorouders ooit leefden. Een wereld waar ‘s nachts slechts één maan je pad verlichtte.

Oud werk

Een verhaal uit het verleden weer oppakken en herschrijven of opnieuw schrijven is helemaal niet vanzelfsprekend. Door een bericht op Facebook van schrijver Sophia Drenth over het wel of niet oppakken van een oud verhaal is mij dat nog duidelijker geworden. Waarom heb ik er dan toch voor gekozen om het verhaal van Terra 7 wel op te pakken en uit te brengen 26 jaar na het schrijven van het oorspronkelijke verhaal?

Er zijn namelijk ook verhalen van mijn hand waarbij ik helemaal niet de behoefte heb om ze te publiceren. Zo schreef ik ooit voor de schoolkrant het door mij geïllustreerde SF sprookje ‘Het geschrift de waarheid’ over een planeet die opgesplitst raakt in een wit en zwart deel. Het is een prachtig tijdsdocument van mij als 17-jarige. Het is wat het is; het is af.

Ook heb ik samen met mijn zusje het levensverhaal van mijn opa Wagenaar opgeschreven. De man was een fantastische verteller en had flink wat meegemaakt. Hij was 94 en wist dat hij ging sterven en in twee weekenden hebben we hem geïnterviewd. We hebben geprobeerd de verteltrant van mijn opa zo veel mogelijk terug te laten komen in de tekst. Het is in een kleine oplage in eigen beheer gemaakt en alleen voor familie. Ik beschouw het niet als eigen werk, maar als iets van mijn opa. Al denk ik wel dat zijn verhalen door kunnen klinken in teksten die ik schrijf, omdat je nou eenmaal altijd iets meeneemt van wat je hebt gehoord of gekend.

Toen ik Terra 7 na 10 jaar weer las, werd ik meteen weer in het verhaal getrokken. Natuurlijk waren delen gedateerd, maar het verhaal raakte me. De personages gingen in mijn hoofd zitten. Ik zag ineens verbanden die ik eerst niet had gezien. Wat ook hielp is dat ik het gevoel had, dat dit verhaal nog steeds relevant is. Toen was mijn inspiratiebron de oorlog op de Balkan, nu was er de oorlog in Syrië en de toenemende polarisatie in de samenleving.

Met het oppakken van een oud verhaal maak je het jezelf alleen niet makkelijk. Je schrijfstijl is veranderd en als het goed is ben je ouder en wijzer geworden. Zo is het best lastig om karakters aan te passen of prachtige scenes te schrappen, omdat dat het verhaal ten goede komt. Het gevaar is dat je in de “oude groef” blijft hangen. Vandaar dat ik nu deel 2 opnieuw wil schrijven i.p.v. de oude tekst bewerken. Ik heb inmiddels al ontdekt dat dat het niet perse makkelijker maakt, dus waarschijnlijk wordt het een combinatie van herschrijven en opnieuw schrijven.

En gelukkig heb je in een latere fase je proeflezers en je redacteur. Zij zien het verhaal voor het eerst en zullen niet schromen om opbouwende kritiek te geven. Dat is precies wat elk verhaal nodig heeft.

Je boek verkopen

Het romantische idee van een verlegen schrijver op een zolderkamertje is totaal achterhaald. Misschien bestaan ze nog wel, maar het is niet waarschijnlijk dat je ooit iets van hen zult lezen. Als je wilt dat jouw boek gelezen wordt, zul je jezelf met je boek moeten presenteren aan de buitenwereld.

Natuurlijk zal een goede uitgever haar of zijn best doen om jouw boek te verkopen. Daar is de uitgever zelf immers ook bij gebaat. Maar dat dat echt niet genoeg is, zag ik op Dutch Comic Con in Utrecht waar ik afgelopen weekend was. Nu is dit een beurs waar maar een klein deel van het publiek geïnteresseerd is in boeken. Je moet dus je best doen om gezien te worden. Een aantrekkelijke kraam én boekcover helpt daarbij, maar nog beter is het om mensen aan te spreken zodra ze interesse tonen.

Dat is best een stap. Ik heb wel eerder op markten gestaan, maar het was altijd voor mijn werk en niet voor iets van mijzelf. Dat maakt echt verschil en dan komt ook al snel de onzekerheid om de hoek kijken (zit ik mezelf hier aan te prijzen en vinden ze het straks niks, géén schrijffouten maken bij het signeren, help, een schrijver gaat mijn boek lezen, kopen ze het nou omdat ze geen nee durven zeggen?). Ik sprak Cocky van Dijk, uitgever bij Zilverspoor en collega schrijver, er over. We waren allebei blij dat als je wat ouder wordt, je zulke negatieve stemmen herkent en ook weer stil krijgt. Want ik heb niet voor niks dat boek geschreven en uitgebracht. Ik sta er 100% achter en wil ook dat het gelezen wordt.

Praten met andere schrijvers en boekliefhebbers is sowieso een goed idee. Je krijgt een beter beeld van wat er allemaal bij komt kijken naast het schrijven zelf. Al met al was afgelopen weekend dus heel leerzaam. Op naar het volgende evenement om nog meer boeken te verkopen. Want er is niks leukers, dan van lezers horen wat ze van je boek vinden (en tot nu toe zijn de reacties allemaal positief).

Focus

De zenuwen zijn inmiddels weg en mijn maag gekalmeerd. De boekpresentatie was geweldig. Veel mensen die ik verwacht had, konden niet door griep, verkeer of andere afspraken. Veel mensen die ik niet verwacht had, kwamen daar voor in de plaats. De eerste recensies zijn er en die zijn positief. De eerste reacties van mensen die het gelezen hebben of aan het lezen zijn ook. Een enorme opluchting! Zelfs mijn nieuwe werkkamer is zo goed als af.

Het resultaat is dat ik me op dit moment een beetje een leeggelopen ballon voel. Ik heb nog van alles liggen; boeken die ik wil lezen, verhalen die ik wil schrijven, mijn website die ik verder wil uitbreiden, spullen die nog opgeruimd moeten worden en natuurlijk boek 2 waar ik graag aan wil beginnen. Het kost me alleen heel veel moeite om me ergens op te focussen met als effect dat ik 4 boeken heb liggen waar ik in begonnen ben, 2 half afgeschreven verhalen, diverse in concept opgeslagen webpagina’s, een tafel die vol ligt met spullen i.p.v. lekker opgeruimd en een waslijst aan dingen die ik zou doen na de boekpresentatie.

Nou heb ik de diagnose ADD gekregen, dus zo wereldvreemd is deze situatie voor mij niet. Ik heb inmiddels wel geleerd dat hoewel ik mijn uiterste best doe orde in mijn leven te houden, chaos het vaak wint. Mijn omgeving is dan een reflectie van de chaos in mijn hoofd. Gelukkig hebben we geen kleine kinderen in huis en is mijn man een nog grotere rommelkont dan ik. Mijn omgeving ergert zich hooguit aan mijn warrige antwoorden en afwezig zijn (aarde aan Esther, hallo!).

Ik weet ook dat het weer overgaat. Er is veel spanning geweest en ik heb verschillende zaken afgesloten. Daarna volgt altijd een terugslag met vermoeidheid en chaos. Er zit voor mij niets anders op dan lijsten bijhouden met wat ik heb liggen om vervolgens te kiezen voor iets dat echt af moet. En om met heel veel moeite dat uit te voeren. Met een beetje mazzel komt de focus dan weer terug en wordt het misschien een hyperfocus. Is het zo af!

1 2 3