De kracht van ontkenning

Onlangs bekeek ik de eerste twee afleveringen van de serie Chernobyl (HBO, nu te zien op Ziggo). Een indringende serie en een prachtige demonstratie van hoe de menselijke geest werkt.

Omdat volgens de leidinggevende van de kerncentrale (en later ook van andere mensen in de keten) een ontploffing in de kernreactor onmogelijk is, kan het niet waar zijn. Ook als anderen (ooggetuigen) vertellen dat het wel zo is. Wat volgt is een opeenstapeling van onbegrijpelijke beslissingen en fouten die vele mensen het leven kost. Bijna volledig ad-hoc wordt een grotere kernramp voorkomen.

Wat hierin meespeelt is dat radioactiviteit onzichtbaar is. Dat iets dat je niet kunt zien gevaarlijk kan zijn, wil er bij veel mensen niet in. Daarbij komt dat ontkenning vaak makkelijker is dan aanvaarding. Als je iets aanvaard moet je de consequenties onder ogen zien. Die kunnen veel omvangrijker zijn dan we zelf kunnen of willen overzien. Zeker in een totalitaire staat als de voormalige Sovjet Unie waar je meedogenloos wordt afgerekend door iemand boven je en tegenspraak niet gebruikelijk is.

Maar ook op persoonlijk vlak ken ik de kracht van ontkenning. Vele jaren geleden was ik op skivakantie met mijn familie. Halverwege de laatste afdaling op onze laatste vakantiedag bleef mijn linkervoet met ski steken in de sneeuw tijdens het maken van een bocht. Ik viel en voelde een felle, stekende pijn in mijn linkerenkel. Het was een pijn die ik niet kende en ik wist dat er wat mis was, maar het drong niet tot mij door.  Dat bepaalde ook de reactie van het groepje waar ik mee op weg was. Ze wezen me naar een restaurantje aan de overkant van de pieste waar ik een taxi kon bellen. Ik ben er alleen naar toegelopen met mijn ski’s en heb een taxi mij naar het dal laten brengen waar mijn vader mij zou ophalen. Ook daar heb ik rondgelopen. Eenmaal in ons appartement deed ik mijn skischoen uit en zag het bot van mijn linkerenkel naar buiten steken (alleen mijn huid hielt het tegen). Op dat moment vroeg ik mijn vader om toch maar even naar het ziekenhuis te gaan. Pas toen ik de röntgenfoto zag, aanvaarde ik dat mijn enkel echt gebroken was.

Dit is een voorbeeld zonder grote consequenties voor anderen en met mijn enkel is het helemaal goed gekomen. Het heeft me wel veel geleerd. Ook ik ben in staat om iets totaal te ontkennen (inclusief verdringing van helse pijn) en zelfs zonder duidelijke reden kan dat gebeuren (iets breken tijdens een skivakantie is niet erg ongewoon). Het is een ervaring die ik gebruik in mijn verhalen. Mijn personages komen in verschrikkelijke situaties terecht en ze gaan daar allemaal op hun eigen manier mee om. Een daarvan is ontkenning. Zeker als je als lezer of kijker wel weet hoe het zit, is dat best moeilijk om te aanschouwen. Je zou tegen het personage willen schreeuwen om het probleem onder ogen te zien.

Deze column is verschenen in Celtica’s Magazine van juni 2019.

Collega’s

Zijn andere auteurs je collega of je concurrent?

Ik heb zelf nooit getwijfeld over het antwoord: collega. Lezers lezen immers veel meer boeken dan ik ooit kan schrijven en hoe meer ze mijn genre (sciencefiction en fantasy) ontdekken, hoe beter dat is. De kans is dan groter dat ze ook een keer mijn boek lezen.

Het Nederlandse taalgebied is relatief klein (Nederland en Vlaanderen) en binnen dat gebied lezen ook nog veel mensen in een andere taal: vooral Engels, maar ook Frans en Duits. Nederlanders lezen veel. We staan op nummer 2 van Europa. Acht op de tien Nederlanders lazen in 2018 een boek, waarvan drie op de tien dagelijks. Het liefst lezen we spannende boeken, daarna literatuur en het informatieve boek (bron: KvB Boekwerk & GfK, 2018, meting 43). Al met al schrijven auteurs dus voor een grote groep.

Op een beurs verkoop ik met veel plezier de boeken van de andere auteurs. Elk verkocht boek versterkt de uitgeverij en maakt het waarschijnlijker dat er geld is voor mijn volgende boek. Natuurlijk vind ik het het leukst als iemand mijn boek koopt (en ik mag signeren, iets wat als een echte eer blijft voelen), maar ik realiseer me ook dat nog steeds veel mensen een beetje huiverige zijn voor sciencefiction.

Die onbekendheid met sciencefiction is een van de redenen waarom ik samen met twee andere schrijvers (Johan Klein Haneveld, uitgegeven bij Macc en Godijn Publishing en Johan Bakker, uitgegeven bij Zilverbron) SF promoot bij boekhandels d.m.v. een lezing, een discussie en met muziek. Het is meteen een mooi voorbeeld van hoe je elkaar als collega’s kunt versterken.

Een ander voorbeeld daarvan is dat twee schrijvers van Celtica Publishing (Patty van Delft en Jeffrey Debris) mij helpen met mijn tweede boek door proef te lezen. Peter Varg deed dat eerder bij een kort verhaal. Auteurs geven feedback op bijvoorbeeld een achterflaptekst en delen schrijftips met elkaar tijdens evenementen. Zo is er echt spraken van een “team Celtica”.

Om een betere schrijver te worden, ben ik lid geworden van een schrijfgroep met andere auteurs. Sommige hebben al een boek gepubliceerd, anderen werken er nog aan. Onder leiding van Elly Godijn (jawel, van Godijn Publishing) geven we feedback op fragmenten van elkaars werk en doen we schrijfopdrachten. Daarbij is het extra interessant dat het om verschillende genres gaat.

Is er dan helemaal geen sprake van concurrentie? Natuurlijk wel. Tijdens een evenement heb je toch het liefst dat ze naar onze kraam komen. Verder is het altijd onverstandig om met collega’s over verkoopcijfers te praten. Daarnaast zijn de meeste auteurs gepassioneerde persoonlijkheden en dus wordt er wel eens op tenen getrapt, ontstaan er oeverloze discussies of onenigheid over bijvoorbeeld recensies. Auteurs, het zijn net mensen…

Deze column is verschenen in Celtica’s Magazine van mei 2019.

De Nederlandse taal

De Vrije Universiteit in Amsterdam stopt na honderd jaar met de bachelorstudie Nederlands, stond onlangs in de krant.

Naar mijn idee past het bij andere zaken die mij opvielen het laatste jaar. Zoals mijn neefje die Spaans studeert in Nederland en in het Engels les krijgt of een winkelstraat in Den Haag met alleen maar teksten in het Engels op de ruiten (alsof een buitenlander pas ziet dat het om een bakkerij gaat als er bakery op staat). Ook hoor ik achter de boekenkraam regelmatig van lezers dat ze alleen maar in het Engels lezen.

Waarom hebben Nederlanders zo weinig op met hun eigen taal? Ik geef toe, het is geen gemakkelijke taal. Veel onregelmatigheden en met mijn dyslexie worstel ik er dagelijks mee. Toch is het wel de taal waar ik me het beste in kan uiten. Het is een belangrijk onderdeel van wie ik ben, van mijn identiteit. Waarom dan toch alles in het Engels?

Engels is een prachtige taal. Helaas heb ik geen talenknobbel, want ik had graag nog meer talen willen beheersen. Als ik in een ander land ben doe ik mijn best om basisbeleefdheidsvormen uit te kunnen spreken, zoals de lokale equivalent van goedemorgen of dankjewel. Ik koop vaak een talenboekje en vind het leuk dat door te bladeren. Het hoort bij de lokale sfeer proeven. Taal is een onderdeel van de cultuur van een land.

Ik ben er helemaal voor dat we al jong een tweede taal leren, maar niet dat dat ten koste gaat van onze eigen taal. Prima als je Engelse boeken leest (lezen is altijd goed), maar er is ook veel moois in het Nederlands. Ik heb ooit gehoord dat SF in het Nederlands niet kan, maar dat is echt onzin. Waarom niet gewoon wormgat in plaats van wormhol? En ja, ik zie scenes vaak voor me in het Engels (ongetwijfeld door de vele Engeltalige films), toch beschrijf ik die scenes het beste in het Nederlands.

Kunnen we de teloorgang van de Nederlandse taal stoppen? Volgens mij begint dat bij het onderwijs. Dat Internationale studies in het Engels zijn, lijkt me logisch, maar doe dan de overige studies gewoon in onze eigen taal. Maak het vak Nederlands weer leuk door veel meer aandacht te geven aan schrijven en het lezen van boeken van Nederlandstalige schrijvers die een leerling echt interessant vindt. De verplichte leeslijst de deur uit en meer oog voor fantastische boeken. Het merendeel van Netflix is tegenwoordig SF/fantasy, dan lijkt het me dat er toch ook genoeg belangstelling moet zijn voor boeken binnen dat genre. En bij het lezen van een boek, maak je je eigen film in je hoofd. Daar kan Netflix echt niet tegenop.

Deze column is verschenen in Celtica’s Magazine van maart 2019.

Een nieuw verhaal

Ik kan niet goed uitleggen hoe het werkt. Opeens is het er: een nieuw idee voor een verhaal. Soms zo complex dat het wel een boek moet worden, een andere keer niet meer dan één scène.

Als het eenmaal in mijn hoofd zit, moet het er uit. Het kan zelfs het verhaal waar ik op dat moment aan werk in de weg zitten. Er zit dan niets anders op dan het idee op te schrijven. Het kan zelfs nodig zijn om ook een deel van de tekst uit te werken. Pas daarna kan ik het parkeren en weer verder met waar ik mee bezig was. Als ik dat laatste niet zou doen, zou ik nooit iets af maken.

Het zijn vrijwel altijd fantastische verhalen. Dat is blijkbaar hoe mijn geest werkt. De vraag “wat als?” speelt altijd een grote rol. Wat als je geest nog kan blijven ronddwalen na je dood, zou je dan nog iets voelen? Of als je de navigatie in je auto zo slim maakt dat het een eigen leven kan leiden? Wat als er parallelle werelden zijn, in welke zou ik dan willen leven? Zijn mensen instaat om zonder oorlog samen te leven? Hoe ziet een buitenaarts ras er uit?

Wat ik ooit gezien of gelezen heb, heeft invloed. Ik ben dol op fantasierijke films, series en boeken en heb er al aardig wat verslonden of bekeken. Ze hebben veel overeenkomsten en nog steeds verschillen. Dat laatste is best opmerkelijk als je bedenkt hoeveel er al is geschreven of gemaakt. In mijn eigen werk is het werk van anderen terug te vinden, maar wel met mijn twist. Het zijn immers mijn vragen waar ik zelf een antwoord op verzin. Je kunt best iets lenen van een ander (bijvoorbeeld het gebruik van ruimtevouwen of wormgaten om snel door de ruimte te reizen), maar ik gebruik het binnen de context van mijn verhaal (de unieke wereld van Terra 7).

Ik zit in een schrijversgroep. We komen één keer in de zes weken bijeen en leren van elkaar. Ik ben de enige die SF/fantasy schrijft. Veel van de andere deelnemers hebben nog nooit een boek in die stijl gelezen. Inmiddels krijg ik regelmatig, na het lezen van mijn teksten, de opmerking terug dat het net mensen uit deze tijd zijn. Dat is ook zo. De basis ligt altijd in de echte wereld, de fantasie is daar een reflectie van.

Goedbeschouwd is ieder boek en elk verhaal een wonder. Dat geldt voor alle vormen van fictie, maar in het bijzonder voor het fantastische genre. Dat is goed terug te vinden in de boeken van Celtica Publishing. Als lezer is ieder boek weer een portaal naar een andere en nieuwe wereld. Dat is precies waarom ik er zo dol op ben. Even lekker weg in je eigen hoofd.

Deze column is verschenen in Celtica’s Magazine van februari 2019.

Je boek verkopen

Het romantische idee van een verlegen schrijver op een zolderkamertje is totaal achterhaald. Misschien bestaan ze nog wel, maar het is niet waarschijnlijk dat je ooit iets van hen zult lezen. Als je wilt dat jouw boek gelezen wordt, zul je jezelf met je boek moeten presenteren aan de buitenwereld.

Natuurlijk zal een goede uitgever haar of zijn best doen om jouw boek te verkopen. Daar is de uitgever zelf immers ook bij gebaat. Maar dat dat echt niet genoeg is, zag ik op Dutch Comic Con in Utrecht waar ik afgelopen weekend was. Nu is dit een beurs waar maar een klein deel van het publiek geïnteresseerd is in boeken. Je moet dus je best doen om gezien te worden. Een aantrekkelijke kraam én boekcover helpt daarbij, maar nog beter is het om mensen aan te spreken zodra ze interesse tonen.

Dat is best een stap. Ik heb wel eerder op markten gestaan, maar het was altijd voor mijn werk en niet voor iets van mijzelf. Dat maakt echt verschil en dan komt ook al snel de onzekerheid om de hoek kijken (zit ik mezelf hier aan te prijzen en vinden ze het straks niks, géén schrijffouten maken bij het signeren, help, een schrijver gaat mijn boek lezen, kopen ze het nou omdat ze geen nee durven zeggen?). Ik sprak Cocky van Dijk, uitgever bij Zilverspoor en collega schrijver, er over. We waren allebei blij dat als je wat ouder wordt, je zulke negatieve stemmen herkent en ook weer stil krijgt. Want ik heb niet voor niks dat boek geschreven en uitgebracht. Ik sta er 100% achter en wil ook dat het gelezen wordt.

Praten met andere schrijvers en boekliefhebbers is sowieso een goed idee. Je krijgt een beter beeld van wat er allemaal bij komt kijken naast het schrijven zelf. Al met al was afgelopen weekend dus heel leerzaam. Op naar het volgende evenement om nog meer boeken te verkopen. Want er is niks leukers, dan van lezers horen wat ze van je boek vinden (en tot nu toe zijn de reacties allemaal positief).

Nieuwsgierig naar Het groene kristal?

Nog een even en dan is mijn eerste boek er eindelijk. Ruim 25 jaar na het schrijven van het manuscript is het straks echt zo ver. Kun je niet wachten en ben je nieuwsgierig naar mijn schrijfstijl? Je kunt hoofdstuk 1 en een deel van 2 lezen via de site van Celtica Publishing.

Ook op deze site vind je steeds meer informatie over Terra 7. Zo is er een doorzoekbare woordenlijst met alle namen van volken, plaatsen, personages, dieren en dingen. Handig als je tijdens het lezen even niet meer weet wie bijvoorbeeld Arabella is. Ook vind je er straks scenes die het boek niet gehaald hebben (maar wel leuk zijn om als extra te lezen) en meer achtergrondinformatie over de planeet en de hoofdpersonages. Wist je bijvoorbeeld dat Terra 7 maar 11 maanden heeft (december bestaat er niet)? En hoe zit het nou met die naam Terra 7? Waarom heet de planeet soms Terra 6 en hebben de kolonisten de planeet weer een andere naam gegeven?

Als laatste ga je op mijn site ook meer informatie vinden over andere Nederlandse SF en fantasy schrijvers.

Het groene kristal is te bestellen!

Eindelijk is het dan zo ver. Terra 7: Het groene kristal is te bestellen via de website van Celtica Publishing én via alle andere boekhandels. In februari kun je hem gaan lezen.

Dat betekent dat ik ook eindelijk het prachtige coverontwerp van Joost Zwaan in volle glorie kan laten zien! Je ziet er het gezicht van Zania, een van de heldinnen uit mijn boek. En wie goed kijkt herkent er het gezicht van Ayla in. Zij heeft model gestaan voor Zania. Ik ben er erg trots op dat een van de meiden op de cover van mijn boek staat. Bedankt Ayla.

Een boekpresentatie staat voorlopig gepland op een donderdag eind februari of begin maart. De presentatie is in Hoorn en een definitieve datum en locatie volgt nog.

Via deze link kun je informatie over mijn boek vinden op de Celtica Publishing website.

Via deze link ga je naar de webshop van Celtica. Het boek kost € 18,00. Als je aangeeft dat je een gesigneerd exemplaar wilt, dan krijg je die. Kom je naar de presentatie? Zet dan ‘boekpresentatie’ erbij. Ik signeer je boek dan persoonlijk en je krijgt je verzendkosten ter plaatse terug (helaas is er via de webshop geen optie om dat uit te zetten).

Bijna klaar

Op de valreep heb ik met Anaïd Haen in 2017 de redactionele fase van mijn boek afgerond. De tekst ligt nu bij Rianne Lampers, uitgever van Celtica Publishing. Ook de cover gemaakt door Joost Zwaan is af, inclusief achterflaptekst en ISBN nummer. Om jullie alvast in de stemming te laten komen, laat ik een stukje zien van de voorkant.

Het voelt een beetje vreemd dat het nu af is. Ik zat de laatste maanden echt in een schrijfmodus en was vrijwel dagelijks met mijn boek bezig. Een prettig ritme. Ik kan natuurlijk met boek 2 verder, maar doe dat bewust niet. Ik denk dat het goed is om even te resetten en zelf weer boeken van anderen te lezen. Er is genoeg blijven liggen.

En ik moet nog een boekpresentatie regelen. Zodra ik een datum heb, laat ik het jullie weten. In het weekend van 31 maart en 1 april 2018 sta ik met mijn boek bij de stand van Celtica Publishing op de Dutch Comic Con in de Jaarbeurs in Utrecht. Kom langs!

Achterflaptekst:

Ooit werd Terra 7 gekoloniseerd vanuit het ideaalbeeld van een geweldloze samenleving. Als de Aardse wetenschappers Virginia, Conrad en Redbod de planeet na eeuwen herontdekken, komen ze er echter tot hun schrik achter dat het leven er niet bepaald paradijselijk is.
Wat eens gewone mensen waren, zijn nu volken die door genetische manipulatie uit elkaar zijn gedreven en zelfs lijnrecht tegenover elkaar zijn komen te staan. Terra 7 is een planeet waar onderdrukking en overheersing de praktijk zijn geworden.

Gebonden aan de Aardse regel dat ze niet mogen ingrijpen, staan de wetenschappers voor een belangrijke keuze: helpen ze de onderdrukte volken of niet? Als Redbod verdwijnt, worden Virginia en Conrad gedwongen een beslissing te nemen. Bijgestaan door Zania, een Terrazone en Dion, een Groene met telepathische gaven, gaan ze op zoek naar hun schip en hun vriend.

In Het groene kristal, het eerste boek van de trilogie Terra 7, neemt Esther Wagenaar je mee naar een wereld vol extremen. In deze gepolariseerde samenleving volg je de personages op hun tocht naar een betere wereld. Welke keuzes zullen ze maken?

De redacteur

Ik ben inmiddels aan de slag met mijn redacteur. Ze schrijft zelf onder de naam Anaïd Haen (korte verhalen, kinderboeken, volwassenen) en heeft ook als redacteur veel ervaring. Naast al deze werkzaamheden organiseert ze ook de jaarlijkse verhalen wedstrijd Fantastels. Op haar website kun je meer over haar lezen. Je kunt daar ook een aantal verhalen van haar lezen of beluisteren (PDF en MP3) en met veel van deze verhalen heeft ze een prijs gewonnen.

Niet zo maar iemand dus en dat vind ik best een eer. Helemaal als ze je complimenten geeft over bijvoorbeeld de heldere verteltoon of dat ik beeldend schrijf. En dat mijn boek zeker potentie heeft.

Maar ook dat er nog heel wat aan moet gebeuren en daar doet ze precies wat ik nodig had. Want als je nu nog bezig bent met een verhaal dat je 26 jaar geleden hebt verzonnen, maakt dat je aardig blind voor wat je nou eigenlijk echt op papier hebt gezet. Ik ken de wereld van Terra 7 en alle personage door en door en voor mij is alles heel logisch, omdat ik die extra bagage heb. Iemand die het voor het eerst leest en dan helemaal een redacteur die kritisch leest, leest heel iets anders.

En dus is het even slikken als je hoort dat je personages kinderachtig overkomen, dat er nog teveel ‘gedoe’ in het verhaal zit dat geen duidelijk doel heeft en dat ik te veel wil uitleggen (want je lezer is slimmer dan je denkt). Gelukkig heb je dan iemand tegenover je die zelf ook schrijver is en heel goed weet hoe het is om in mijn positie te zitten. En gelukkig ook iemand die aangeeft dat ik het niet met haar eens hoef te zijn, want het is mijn verhaal.

In heel veel opzichten ben ik het wel met haar eens. Dan is het goed om bij mezelf te merken dat ik niet hiermee bezig ben omdat ik op mijn 21ste een leuk verhaal heb geschreven, maar omdat ik nu echt een schrijver wil zijn. En dat ik dus prima in staat ben om hele stukken te herschrijven (en makkelijker dan toen, want ik heb wel wat geleerd de afgelopen jaren). Dat is een prettige ontdekking en geeft meer zelfvertrouwen. Op naar een beter boek!

 

De weg naar het uitgeven van je boek

Het contract is getekend. In november wordt Terra 7 deel 1: Het groene kristal uitgegeven bij Celtica Publishing. Ik hoor dus nu officieel bij de fantastische schrijvers van “team Celtica”.

Ik durfde het nooit aan om een uitgever te zoeken. Ik was bang voor een afwijzing, maar ik dacht ook dat er weinig ruimte was voor Nederlandse SF schrijvers. Na het lezen van boeken van Nederlandse schrijvers zoals Nathalie Koch en Patty van Delft (Patty zit ook bij Celtica) begreep ik dat er wel degelijk mogelijkheden zijn. Het heeft mij overgehaald het toch eens te proberen. En het is waarschijnlijk ook een van de voordelen van ouder worden; ik ben niet meer zo onzeker. Afgewezen worden is natuurlijk nooit leuk, maar het is allemaal een stuk minder schokkend op je 46ste.

Voordat het boek in november in de winkel ligt, moet er nog veel gebeuren. Zo ben ik op dit moment weer aan het herschrijven. De stopwoordjes moeten eruit (en, maar, nu, toen) en het sterk wisselen van perspectief moet minder. Dat laatste schijnt iets te zijn dat bij lezers is veranderd; men heeft meer moeite met het volgen van een tekst als het perspectief in één alinea wisselt van het ene personage naar het andere personage. Aangezien ik de motivatie van mijn personages belangrijk vindt, maak ik vaak gebruik van wisselend perspectief. Ik doe dat nog steeds, maar zorg er voor dat de overgangen duidelijker zijn en niet te snel na elkaar.

Omdat ik de Nederlandse taal behoorlijke lastig vind (zie mijn vorige blog), laat ik de tekst ook corrigeren. Ik ben er heel dankbaar voor dat een collega met veel ervaring in het onderwijs dit voor mij wil doen. Op haar aanwijzingen ga ik de hele tekst nogmaals door.

Vervolgens gaat een redacteur naar mijn tekst kijken. Die let vooral op de leesbaarheid van het geheel. Aan de hand van de aanwijzingen en opmerkingen van de redacteur maak ik nogmaals aanpassingen aan de tekst.

In de tussentijd kijk ik uit naar een een vormgever of illustrator voor de cover van mijn boek. Aangezien het een serie is van 3 delen (misschien meer, maar 3 boeken liggen er), wordt er ook al gekeken naar de cover van deel 2 en deel 3. Het is immers het mooiste als de serie een mooi geheel vormt.

Al met al heb ik dus nog een heel traject te gaan. Helemaal omdat hetzelfde proces ook voor deel 2: Het huis van de roos en deel 3: Het anti-paradijs gaat gelden. Vervelend? Helemaal niet! Wat me opvalt is dat ik nog steeds de neiging heb om mijn boek te gaan lezen in plaats van er aan te werken. De personage blijven me aanspreken en ik heb echt  het idee dat het verhaal er beter van wordt.

In november mogen jullie mij laten weten of jullie het met mij eens zijn.