Schrijver?

Kun je schrijver zijn als geschreven taal lastig voor je is?

Er is tekst dat ik niet kan lezen. Lange zinnen met veel informatie komen niet bij me binnen. Pas na een paar herhalingen heb ik een idee van wat er staat. Als ik voor mezelf de zin in stukjes heb gebroken en de essentie er uit heb gehaald. Een boek vol met dat soort zinnen lees ik niet.

Geschreven taal is voor mij een uitdaging. Waar anderen zien of een woord goed of fout gespeld is, zie ik dat niet. Ik moet de regeltjes blijven toepassen. Lastig, want ik heb moeite met onthouden. Bovendien hebben woorden de neiging om “zich niet te laten zien.” Ik weet welk woord ik wil gebruiken, maar kan mij niet herinneren hoe je het schrijft. Het lezen zelf kost mij meer tijd, alsof ik altijd een extra stap moet zetten om te begrijpen wat er staat. Een grote lap tekst kan daarom overweldigend zijn.

Een van mijn vroegste herinneringen was dat ik in het dagboek van mijn moeder keek. Ik was op de stoel geklommen van haar bureau en keek naar haar handschrift in dat boekje en wist: eens kan ik dit ook. Kan ik dit lezen en zelf mijn verhaal schrijven. Ik was twee jaar en de behoefte om te kunnen begrijpen wat daar stond was zo groot, dat ik het onthouden heb. In mijn babyboek schreef mijn moeder dat ik van lezen hield, ook al deed ik maar alsof. Pas op de lagere school was het zo ver en het ontrafelen van die prachtige tekens bleek een enorme opgave. Die eerste klas was een hel.

In de tweede klas had ik een lerares die heel anders met taal omsprong. Ze las geregeld voor en spoorde de kinderen aan zelf ook regelmatig te lezen. Thuis werd gelukkig veel voorgelezen. En ik hield van de verhalen. Ik zag in mijn hoofd wat er gebeurde, prachtig! Met mijn eigen fantasie ging ik er mee verder. Lezen werd leuk, ondanks de moeite die het me koste. Als ik een opstel schreef, was mijn spelling vreselijk, maar mijn verhaal goed.

Mijn vader spaarde sciencefiction en fantasy boeken, dus toen ik er oud genoeg voor was ging ik die lezen. Boeken van Jack Vance, Tanith Lee, Stephen King, Frank Herbert en natuurlijk Tolkien. Ook voor Nederlands en Engels moest ik lezen. Engels ging mij makkelijker af dan het Nederlands, want in mijn eigen taal ontdekte ik dat er nog steeds tekst bestond waar ik niet doorheen kon komen. Het maakte dat ik weinig liefde voelde voor de Nederlandse literatuur. Gelukkig was onze leeslijst vrij lang en stonden er boeken op die wel lukte.

Ik verzon nog steeds verhalen: met tekeningen erbij en vol spellingsfouten. Toen ik begin twintig ziek werd en moest overleven ben ik uit het niets aan een boek begonnen. In negen maanden schreef ik het verhaal over de mensen op Terra 7.

In de jaren daarna schreef ik voor mijn werk: persberichten, websiteartikelen, brochures, beleidsnota’s, jaarverslagen. In mijn vrije tijd vooral liedteksten. Nog steeds met spellingsfouten, dus ik had altijd iemand nodig die corrigeerde. Pas na 25 jaar pakte ik het verhaal over Terra 7 weer op, herschreef het en zocht een uitgever. Dat werd Celtica Publishing.

Kun je een boek schrijven als je sommige teksten niet kunt lezen? Ja, dat kan. Met een berg trucjes (bijv. op de computer in A5 werken, want minder tekst op een pagina) en nog steeds de hulp van anderen. Mijn spelling is zelfs verbeterd door het vele oefenen. Verwacht alleen van mij geen hoogdravende taal, met lange zinnen en veel informatie. Ik word dan ook erg blij als ik een lezer hoor zeggen dat mijn boek zo makkelijk te lezen is. Een groter compliment is er wat mij betreft niet.

Deze column is verschenen in Celtica’s Magazine van januari 2019.

Nee zeggen

Ik ben nieuwsgierig, leergierig en een optimist. Over het algemeen goede eigenschappen die verschillende keren in mijn leven goed van pas kwamen. Tegenwoordig zijn deze eigenschappen mijn valkuil.

Ik heb altijd ideeën en vind heel veel leuk. In het verleden is ook gebleken dat veel dingen mij goed af gaan. Maar als je iets kunt en leuk vindt, wil dat nog niet zeggen dat je het moet doen. Daarnaast denk ik altijd in oplossingen. Wil het niet rechtsom, dan ga ik linksom. Wil dat ook niet, dan desnoods dwars door het midden. Maar wat als iets niet doen de beste oplossing is? Wat als het gewoon beter is om nee te zeggen?

Ik heb heel vaak nee moeten zeggen de laatste paar jaren. Nee tegen mijn werk dat ik heel erg leuk vond, maar niet meer vol kon houden. Nee tegen zingen met de bigband, omdat ik het niet meer red om ’s avonds te repeteren. Nee tegen een verzorgpaard, omdat ik de energie niet heb. Nee tegen vrienden, omdat ik te moe ben om met ze om te gaan. Mijn wereld is er een stuk kleiner door geworden.

Veel behandelingen van burn-outs gaan uit van het principe dat je balans moet zoeken tussen dingen die energie nemen en energie geven. Alleen bij mij werkt het niet zo. Alles kost energie, ook de leuke dingen. Alleen de niet-leuke dingen kosten meer. De dingen die niet zo leuk zijn, moeten wel gewoon gebeuren. Huishouden, boodschappen doen, koken, klussen. Het is een onderdeel van het gewone dagelijks leven.

Er zijn zaken waar ik ja tegen blijf zeggen. Belangrijkste zijn mijn gezin en familie, echte vrienden, mijn hond en kat, die ene keer in de week op een ochtend paardrijden en natuurlijk schrijven. Of schrijven wel of niet lukt is niet afhankelijk van mijn energieniveau, maar van mijn vermogen me te kunnen concentreren. Natuurlijk, als je moe bent is het lastiger om je te concentreren. Toch werkt het niet andersom; als ik energie heb, kan ik me vaak slecht concentreren.

Ik werk met een weekschema waarop ik mijn activiteiten verdeel. Het geeft houvast en helpt om dat kleine beetje energie dat ik heb goed te verdelen. Toch blijft het nodig om nee te zeggen, ook als het eerst ja was. Zo zou ik woensdag naar een school in Gouda om samen met Anaïd Haen les te geven over schrijven. Ik had er erg veel zin in, maar heb het af moeten zeggen. Niet leuk, maar noodzakelijk. Want soms win je iets door nee te zeggen, ook al voelt het als verliezen.