De 7 vragen van Jules Wiersma

In mei kreeg ik een mailtje van Jules Wiersma, een dertienjarig meisje dat voor school een individueel eigen onderzoek moest doen. Ze is geïnteresseerd in schrijven en zelf ook begonnen aan het schrijven van verhalen. Of ik een paar vragen wilde beantwoorden en tips voor haar had. Natuurlijk wilde ik dat! Het bleken nog goede vragen ook, die ik graag met jullie deel.

Zelf stelde ik haar de vraag wat ze interessant vindt aan schrijven en dit was haar antwoord: Ik vind schrijven interessant, omdat ik altijd al verhalen in mijn hoofd heb gehad maar ik had ze nooit echt uitgeschreven en met verhalen schrijven kan ik alles onthouden en ontsnappen in mijn eigen wereld. 

Ik denk dat heel veel schrijvers zich in dit antwoord herkennen.

De vragen van Jules Wiersma:

  1. Hoe begin je meestal aan een nieuw verhaal? (Hoe bereid je je voor?)
    Bij mij vindt het eerste proces vooral in mijn hoofd plaats. Ik krijg een idee en zie een scene voor me. Dat speel ik in gedachten een aantal keer af en stel mezelf daarbij vragen. Wie zijn de personages? Wat is de kern van wat hier speelt? Wat vertelt dit verhaal mij? Als dat duidelijker is geworden ga ik op papier verder. Soms eerst met een aantal steekwoorden (zeker als ik er weinig tijd voor heb op dat moment), later uitgebreider. Je kunt dit verdelen in een aantal onderdelen: wereldopbouw, personages, onderwerp, verhaallijn.
    Omdat ik meestal sciencefiction en fantasy schrijf is wereldopbouw heel belangrijk, maar het geldt voor elk verhaal: waar vindt het plaats? Hoe ziet het er uit, hoe werkt het daar, wat zijn de sociale en maatschappelijke omstandigheden, de normen en waarden? Bij de personages ga je bedenken wat voor karakter iemand heeft, waarom doet ie wat ie doet? Welke motivatie heeft hij of zij? Welke normen en waarden? Voor het onderwerp ga je na waarom je dit zo boeiend vindt, wat er interessant aan is, hoe het werkt. Bij de verhaallijn kijk je naar de manier waarop je wil vertellen. Welke persoonsvorm kies je, is er één perspectief (ik-vorm) of zijn er meerdere perspectieven. Welke vertelstijl kies je: veel dialogen, alles in de gedachten van personages, nieuwsberichten of verslagen? Hoe lang gaat het verhaal ongeveer worden (belangrijk voor de spanningsboog die je in je verhaal stopt)?
    Voor alle verhalen geldt dat onderzoek belangrijk is. Verdiep je in het onderwerp, de locatie en de karakters. Voorbereiding is belangrijk, maar het echte werk zit in het schrijven zelf en het bewerken erna. Je kunt nog zo veel voorbereiden, soms werkt het niet tijdens het proces zelf. Bovendien hebben personages de neiging levensecht te worden en dan ineens een andere kant op te gaan die wel beter past bij wat ik eerst bedacht had. Dat is het mooie van schrijven. Het is echt een creatief proces en ik verras mezelf altijd!
  1. Krijg je van bepaalde locaties of bezigheden inspiratie?
    Absoluut, maar alles kan mij inspireren: het nieuws, muziek, wetenschap, geschiedenis. Ik heb daar zelf nooit moeite mee. ’s Ochtend als ik rustig in bed wakker wordt of als ik de hond uitlaat zijn de momenten waarop ik over mijn verhalen nadenk.
  1. Hoe weet je of je verhaal goed is?
    Als je het zelf boeiend vindt om te lezen en proeflezers dat ook vinden. Die laatste stap is van belang. Komt dat wat jij in je hoofd hebt ook over op een ander?
  1. Hoe houd jij jouw concentratie bij het (doel van het) boek?
    Ik heb een concentratie stoornis, dus dat is best lastig. Ik ga elke ochtend op een vaste tijd achter de computer zitten en dat werkt. Verder is het de kunst om de grote lijn in een verhaal vast te houden, maar voor de rest open te staan voor andere wendingen. Je hebt mensen die alles van A tot Z plotten en zich daar heel sterk aan vasthouden, maar dat werkt niet voor mij. Het moet organisch. Alleen ervaring leert je dat, want er is niet een handleiding die voor elke schrijver werkt.
  1. Heeft schrijven een bepaalde invloed gehad op jouw leven?
    Zeker! Ik ben dyslectisch en heb geen makkelijke schoolcarrière achter de rug. Ik kom wel uit een familie van verhalenvertellers, maar door mijn worsteling met taal was het moeilijk mezelf als schrijver te zien. Totdat ik ontdekte dat dyslexie weliswaar een handicap is, maar ook een voordeel kan zijn. Het maakt me bewuster van taal en creatiever (als ik een woord niet weet te schrijven moet ik iets anders verzinnen). Nu ik arbeidsongeschikt ben geraakt geeft schrijven me houvast. Het helpt me om me geestelijk gezonder te voelen. En ik heb nog zo veel verhalen in mijn hoofd dat ik voorlopig genoeg te schrijven heb. Helaas duurt een boek schrijven en uitgeven lang en ben ik iemand die vooral ideeën heeft voor verhalen die een boeklengte nodig hebben om goed vertelt te worden.
  1. Wat is volgens jou de kunst van het schrijven?
    Gedachten vangen in woorden en zo dat de lezer die gedachten voor zich ziet. Dat is het wonder van schrijven. Je bedenkt een verhaal en giet het in woorden en zinnen. Als iemand de tekst leest gaat diegene taal omzetten in een eigen beeld inclusief spanning en emoties.
  1. Is de eerste zin volgens jou belangrijk voor een boek?
    Niet zo zeer de eerste zin, maar de eerste alinea. Die moet de lezer nieuwsgierig maken en uitnodigen verder te lezen. Het moet prikkelen. Daarna is het van belang om een goede spanningsboog te hebben. Ik ben zelf dol op verhalen die je niet meer weg wil leggen en met een stevig tempo. Zelf zorg ik vaak voor een cliffhanger aan het einde van een hoofdstuk. Ook het einde is belangrijk. Hoe wil je je lezer achterlaten? Knoop je alle eindjes aan elkaar of laat je er expres een aantal open om over na te denken? Allemaal zaken waar je goed over nadenkt als je een boek schrijft.

Dit artikel is verschenen in Celtica’s Magazine van juni 2020.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.