Een nieuw verhaal

Ik kan niet goed uitleggen hoe het werkt. Opeens is het er: een nieuw idee voor een verhaal. Soms zo complex dat het wel een boek moet worden, een andere keer niet meer dan één scène.

Als het eenmaal in mijn hoofd zit, moet het er uit. Het kan zelfs het verhaal waar ik op dat moment aan werk in de weg zitten. Er zit dan niets anders op dan het idee op te schrijven. Het kan zelfs nodig zijn om ook een deel van de tekst uit te werken. Pas daarna kan ik het parkeren en weer verder met waar ik mee bezig was. Als ik dat laatste niet zou doen, zou ik nooit iets af maken.

Het zijn vrijwel altijd fantastische verhalen. Dat is blijkbaar hoe mijn geest werkt. De vraag “wat als?” speelt altijd een grote rol. Wat als je geest nog kan blijven ronddwalen na je dood, zou je dan nog iets voelen? Of als je de navigatie in je auto zo slim maakt dat het een eigen leven kan leiden? Wat als er parallelle werelden zijn, in welke zou ik dan willen leven? Zijn mensen instaat om zonder oorlog samen te leven? Hoe ziet een buitenaarts ras er uit?

Wat ik ooit gezien of gelezen heb, heeft invloed. Ik ben dol op fantasierijke films, series en boeken en heb er al aardig wat verslonden of bekeken. Ze hebben veel overeenkomsten en nog steeds verschillen. Dat laatste is best opmerkelijk als je bedenkt hoeveel er al is geschreven of gemaakt. In mijn eigen werk is het werk van anderen terug te vinden, maar wel met mijn twist. Het zijn immers mijn vragen waar ik zelf een antwoord op verzin. Je kunt best iets lenen van een ander (bijvoorbeeld het gebruik van ruimtevouwen of wormgaten om snel door de ruimte te reizen), maar ik gebruik het binnen de context van mijn verhaal (de unieke wereld van Terra 7).

Ik zit in een schrijversgroep. We komen één keer in de zes weken bijeen en leren van elkaar. Ik ben de enige die SF/fantasy schrijft. Veel van de andere deelnemers hebben nog nooit een boek in die stijl gelezen. Inmiddels krijg ik regelmatig, na het lezen van mijn teksten, de opmerking terug dat het net mensen uit deze tijd zijn. Dat is ook zo. De basis ligt altijd in de echte wereld, de fantasie is daar een reflectie van.

Goedbeschouwd is ieder boek en elk verhaal een wonder. Dat geldt voor alle vormen van fictie, maar in het bijzonder voor het fantastische genre. Dat is goed terug te vinden in de boeken van Celtica Publishing. Als lezer is ieder boek weer een portaal naar een andere en nieuwe wereld. Dat is precies waarom ik er zo dol op ben. Even lekker weg in je eigen hoofd.

Deze column is verschenen in Celtica’s Magazine van februari 2019.

Kort verhaal De Profetie op FantasyWereld

Speciaal voor de website FantasyWereld heb ik een kort verhaal geschreven dat zich afspeelt voor de gebeurtenissen in Het groene kristal. Je leest er waarom Dion uit het oerwoud vertrok. Voor de mensen die mijn boek gelezen hebben, is het een leuke aanvulling en ik hoop dat het voor de mensen die het nog niet gelezen hebben een leuke introductie is.

FantasyWereld.nl is het grootste online magazine op het gebied van fantasy en sciencefiction, met dagelijks honderden bezoekers uit Nederland en Vlaanderen. Je vindt er informatie over films, series, boeken, strips, spellen, LARP en evenementen die allemaal met het fantastische genre te maken hebben.

Ik ben al jaren een SF en fantasy fan, maar toch zijn dit soort websites redelijk nieuw voor mij. Het is een leuke bijkomstigheid van het feit dat ik nu schrijver ben en een boek uit heb: ik ontdek via Social Media en door promotiewerk allerlei boekbloggers, Facebookgroepen, websites en evenementen die volledig in het teken staan van fantasy en sciencefiction.

Op de website FantasyWereld staat ook een recensie van Terra 7 boek 1 Het groene kristal en een interview met mij.

 

Nieuwe personages

In het tweede deel van Terra 7 volg je Conrads reis naar het noorden. Het betekent een kortstondig afscheid van Virginia, Dion, Zania en Kyril die we weer terug zien in deel drie.

In deel twee Het Huis van de Roos leren we Conrad, oudste van de Aardse wetenschappers en technologiespecialist, veel beter kennen. Nieuw zijn verzetsstrijdster Bridget (half Nard, half Afraans) en Duncan, Afraanse edele uit het Huis van de Roos. Hieronder leer je ze kennen aan de hand van een favoriete bezigheid uit hun verleden:

Conrad:
Ik plaats mijn handen voor mij en voel het ruwe oppervlak van de gravelbaan onder mijn vingertoppen. Mijn voeten staan in de startblokken. Hoewel dit geen wedstrijd is, voel ik wel de opwinding die bij een start hoort. Ik breng mijn billen omhoog en zoek het juiste evenwicht met de grootste druk op mijn voeten. Ik haal diep adem. In mijn hoofd laat ik het startsignaal klinken en nog op het signaal zelf spat ik vooruit. Mijn passen niet te kort en niet te lang. Ritme zoek ik en ritme heb ik. De wind suist in mijn oren en mijn ogen tranen. Mijn borst gaat snel op en neer als mijn longen zich vullen en ik de lucht weer uitblaas. Mijn hart bonst en pomp de zuurstof naar mijn spieren die steeds meer en meer verzuren. De laatste paar meters doen pijn, maar het is pijn dat ik verwelkom, want daar is de eindstreep. Dit was een snelle 100 meter, ik weet het zeker.

Bridget:
‘Vuur maken kost tijd’, legt papa mij uit. Ik slaak een diepe zucht. Ik draai en draai en draai maar aan het stokje, maar geen vuur. Het wil niet en het gaat me toch niet lukken, dus boos laat ik het uit mijn handen vallen. Papa gaat achter me zitten en ik ontspan meteen. Hij pakt mijn handen en samen doen we het nog een keer. Door zijn hulp blijft het stokje dat ik draai, veel meer op zijn plaats en ik ruik een brandlucht. Papa pakt snel het plukje houtvezels en legt het tegen het draaipunt aan.
‘Nu eerst weer draaien en dan blazen.’ Ik draai op de manier die papa mij net voordeed. De brandlucht wordt sterker. Ik blaas en ineens is er een prachtig geel vlammetje te zien in het plukje vezels. Als betovert staar ik er naar. ‘Goed gedaan meid’’, prijst papa mij. Hij houdt zijn handen beschermend om het vlammetje en samen brengen we het naar de houtvezels dat tussen het door ons geraapte hout ligt. Al snel vat het vlam en niet veel later warmen we ons aan het vuur.

Duncan:
Met mijn hand strijk ik eerst langs de klep van de vleugel, voordat ik die open doe. Ik weet niet waarom precies, maar ik geniet altijd als mijn vingertoppen de nerf van het hout voelen. Misschien wel omdat dit een Aardse vleugel is, gemaakt met Teraxaans hout.
Ik plaats mijn handen gedachteloos op de toetsen. Wat zal ik gaan spelen? Ik lach als ik zie dat ik bijna automatisch mijn vingers in de juiste positie heb gezet voor de ‘Mondscheinsonate’ van Beethoven en ik begin te spelen. Ik hou van de kalme klanken van dit stuk. De rust die er in zit en het kalme stijgen en dalen van de melodie. Altijd als ik dit speel, moet ik denken aan de Aarde voordat de mens het vernietigde. Die oude wereld waar mijn voorouders ooit leefden. Een wereld waar ‘s nachts slechts één maan je pad verlichtte.

Je boek verkopen

Het romantische idee van een verlegen schrijver op een zolderkamertje is totaal achterhaald. Misschien bestaan ze nog wel, maar het is niet waarschijnlijk dat je ooit iets van hen zult lezen. Als je wilt dat jouw boek gelezen wordt, zul je jezelf met je boek moeten presenteren aan de buitenwereld.

Natuurlijk zal een goede uitgever haar of zijn best doen om jouw boek te verkopen. Daar is de uitgever zelf immers ook bij gebaat. Maar dat dat echt niet genoeg is, zag ik op Dutch Comic Con in Utrecht waar ik afgelopen weekend was. Nu is dit een beurs waar maar een klein deel van het publiek geïnteresseerd is in boeken. Je moet dus je best doen om gezien te worden. Een aantrekkelijke kraam én boekcover helpt daarbij, maar nog beter is het om mensen aan te spreken zodra ze interesse tonen.

Dat is best een stap. Ik heb wel eerder op markten gestaan, maar het was altijd voor mijn werk en niet voor iets van mijzelf. Dat maakt echt verschil en dan komt ook al snel de onzekerheid om de hoek kijken (zit ik mezelf hier aan te prijzen en vinden ze het straks niks, géén schrijffouten maken bij het signeren, help, een schrijver gaat mijn boek lezen, kopen ze het nou omdat ze geen nee durven zeggen?). Ik sprak Cocky van Dijk, uitgever bij Zilverspoor en collega schrijver, er over. We waren allebei blij dat als je wat ouder wordt, je zulke negatieve stemmen herkent en ook weer stil krijgt. Want ik heb niet voor niks dat boek geschreven en uitgebracht. Ik sta er 100% achter en wil ook dat het gelezen wordt.

Praten met andere schrijvers en boekliefhebbers is sowieso een goed idee. Je krijgt een beter beeld van wat er allemaal bij komt kijken naast het schrijven zelf. Al met al was afgelopen weekend dus heel leerzaam. Op naar het volgende evenement om nog meer boeken te verkopen. Want er is niks leukers, dan van lezers horen wat ze van je boek vinden (en tot nu toe zijn de reacties allemaal positief).

Boekpresentatie Terra 7 Het groene kristal

Op donderdagavond 8 maart 2018 presenteer ik om 19.15 uur mijn eerste boek in de Centrale Bibliotheek, Wisselstraat 8 in Hoorn.

Tijdens de presentatie vertellen Rianne Lampers van uitgeverij Celtica Publishing en Anaïd Haen, schrijver en redacteur, over de totstandkoming van Het groene kristal. Daarna vertel ik er zelf over en lees ik een stukje voor uit mijn boek.

Na de presentatie kun je jouw exemplaar van mijn boek persoonlijk laten signeren.

Kom je langs? Entree is gratis, de koffie en thee ook.

Het adres van de bibliotheek is Wisselstraat 8 in Hoorn en ligt een beetje achteraf. Parkeren kan het best bij parkeergarage ’t Jeudje. Vandaar is het een paar minuten lopen naar de Wisselstraat.

De laatste ronde

Het is zover. Ik heb alle correcties verwerkt en mijn tekst kan gelezen worden door een redacteur. Op basis van diens aanbevelingen krijgt mijn boek definitief vorm.

Ik heb al eerder gemeld, dat ik dyslexie heb en dat schrijven voor mij niet zo vanzelfsprekend is. Ik ben daarom Suzanne Laan erg dankbaar dat ze mij geholpen heeft met het opsporen en corrigeren van alle schrijffouten. Bij een boek van 156.853 woorden is dat een flinke klus. Alle correcties heb ik inmiddels verwerkt. Gelukkig stonden er in de nieuw geschreven teksten minder fouten, dus ik ben vooruit gegaan. Dat dat zo is, merk ik als ik de krant lees. Je komt echt heel regelmatig typfouten tegen en ineens vallen ze mij op!

Een redacteur beoordeelt mijn verhaal op inhoud en dat maakt het voor mij ook zo spannend. Wat vindt hij of zij van de karakters en verhaalontwikkelingen? Komt het verhaal over, is het spannend om in te blijven lezen, beschrijf ik iets te veel of juist te weinig?

Wat ik zelf ook spannend vind, is of het geschikt is voor een brede doelgroep. Mijn verhaal is geen Young Adult, maar het gaat wel over twintigers en schurkt er dus tegen aan. Er zijn ook diverse romantische ontwikkelingen tussen personage die ik soms uitgebreid beschrijf. Maakt dat het verhaal minder interessant voor mannen? Op welke groep moet ik me straks vooral gaan richten?

Ik zal ongetwijfeld de komende 3 maanden weer flink aan de slag moeten met mijn boek. Lekker!

Waar gaat het eigenlijk over?

Nu ik bezig ben met mijn boeken en er ook mee naar buiten treedt, krijg ik regelmatig de vraag wat ik dan schrijf. Mijn korte antwoord is: een Science Fiction roman. Als mensen doorvragen, merk ik dat ik het best lastig vind om dat kort en bondig uit te leggen.

Want wat vertel je wel en wat vertel je niet? Als je te weinig vertelt, dan kan het zijn dat mensen onvoldoende informatie hebben om te beslissen of het verhaal interessant voor hen is. Als je te veel vertelt, geef je te veel weg. De verrassing van het lezen van het verhaal is weg.

Ik lees met steeds grotere bewondering de achterflap van boeken. Daar staat kort en bondig waar het over gaat en is voldoende weggelaten om het spannend te houden. Op boekensites is de informatie vaak nog korter. Voor mij soms te kort, waardoor ik dan toch meer informatie opzoek of recensies lees.

Voor mijn boeken heb ik nu toch een poging gedaan. Voor alle 3 de delen heb ik een korte inhoud geschreven. Rianne Lampers van Celtica Publishing is zo aardig geweest er naar te kijken. Het zal niet de definitieve tekst zijn, maar het geeft in ieder geval een idee.

Het heeft daarnaast als voordeel dat als iemand mij vraagt waar mijn boeken over gaan, ik gewoon kan zeggen: kijk op mijn website!

Keuzes maken

Het is een van de zekerheden in het leven: keuzes maken. We hebben net de Tweede Kamerverkiezingen achter de rug, maar keuzes maken in het leven komt vaker voor dan in het stemhokje. Kleine keuzes als ‘Wat ga ik eten vanavond?’ en grote als ‘Blijf ik hier wel of niet werken?’

Keuzes maken kan lastig zijn, vooral omdat ze consequenties hebben. Doe ik er wel goed aan? Kan ik dat wel maken? Kan ik het betalen? Twijfel speelt altijd een rol. Mijn ervaring is ook dat als je een keuze maakt, het enorm oplucht. Zeker naar grote keuzes werk je langzaam toe. Het blijft in je gedachten totdat alles op zijn plek valt.

In mijn boek ben ik degene die de keuzes maakt. Ik beslis wat een personage gaat doen, wie er verliefd worden, wie er doodgaan. Heftige keuzes mét consequenties die net als in het echte leven moeten kloppen. Je maakt de keuzes om de lezer mee te nemen in het verhaal of om ze wakker te schudden.

Ik zit nu in het proces van herschrijven en worstel met de keuze om iets wel of niet in het verhaal te houden. Voegt deze tekst iets toe? Is deze conversatie belangrijk? Vanuit wiens perspectief kan ik dit deel van het verhaal het beste vertellen? Ook schrijf ik nieuwe scenes die iets moeten toevoegen aan het verhaal of aan de personages. Net als in het echte leven is het een grote puzzel waarvan de stukjes langzaam op zijn plek vallen. Het maakt bepaalde keuzes heel logisch. Het is een proces waar ik nog in zit en waar een redacteur mij straks bij gaat helpen. Ook die moet nog gekozen worden. Spannend!

De weg naar het uitgeven van je boek

Het contract is getekend. In november wordt Terra 7 deel 1: Het groene kristal uitgegeven bij Celtica Publishing. Ik hoor dus nu officieel bij de fantastische schrijvers van “team Celtica”.

Ik durfde het nooit aan om een uitgever te zoeken. Ik was bang voor een afwijzing, maar ik dacht ook dat er weinig ruimte was voor Nederlandse SF schrijvers. Na het lezen van boeken van Nederlandse schrijvers zoals Nathalie Koch en Patty van Delft (Patty zit ook bij Celtica) begreep ik dat er wel degelijk mogelijkheden zijn. Het heeft mij overgehaald het toch eens te proberen. En het is waarschijnlijk ook een van de voordelen van ouder worden; ik ben niet meer zo onzeker. Afgewezen worden is natuurlijk nooit leuk, maar het is allemaal een stuk minder schokkend op je 46ste.

Voordat het boek in november in de winkel ligt, moet er nog veel gebeuren. Zo ben ik op dit moment weer aan het herschrijven. De stopwoordjes moeten eruit (en, maar, nu, toen) en het sterk wisselen van perspectief moet minder. Dat laatste schijnt iets te zijn dat bij lezers is veranderd; men heeft meer moeite met het volgen van een tekst als het perspectief in één alinea wisselt van het ene personage naar het andere personage. Aangezien ik de motivatie van mijn personages belangrijk vindt, maak ik vaak gebruik van wisselend perspectief. Ik doe dat nog steeds, maar zorg er voor dat de overgangen duidelijker zijn en niet te snel na elkaar.

Omdat ik de Nederlandse taal behoorlijke lastig vind (zie mijn vorige blog), laat ik de tekst ook corrigeren. Ik ben er heel dankbaar voor dat een collega met veel ervaring in het onderwijs dit voor mij wil doen. Op haar aanwijzingen ga ik de hele tekst nogmaals door.

Vervolgens gaat een redacteur naar mijn tekst kijken. Die let vooral op de leesbaarheid van het geheel. Aan de hand van de aanwijzingen en opmerkingen van de redacteur maak ik nogmaals aanpassingen aan de tekst.

In de tussentijd kijk ik uit naar een een vormgever of illustrator voor de cover van mijn boek. Aangezien het een serie is van 3 delen (misschien meer, maar 3 boeken liggen er), wordt er ook al gekeken naar de cover van deel 2 en deel 3. Het is immers het mooiste als de serie een mooi geheel vormt.

Al met al heb ik dus nog een heel traject te gaan. Helemaal omdat hetzelfde proces ook voor deel 2: Het huis van de roos en deel 3: Het anti-paradijs gaat gelden. Vervelend? Helemaal niet! Wat me opvalt is dat ik nog steeds de neiging heb om mijn boek te gaan lezen in plaats van er aan te werken. De personage blijven me aanspreken en ik heb echt  het idee dat het verhaal er beter van wordt.

In november mogen jullie mij laten weten of jullie het met mij eens zijn.