We zijn er bijna

We zijn er bijna. Ik werk aan de laatste hoofdstukken van Het Huis van de Roos. Als dat af is, heb ik het hele tweede boek opnieuw geschreven. Hoewel ik de originele verhaallijn blijf volgen, is het op veel punten een totaal ander boek dan de eerdere versie. Het blijft bijzonder om te ontdekken hoe een verhaal zich blijft ontwikkelen. Vooral omdat de karakters van de  personages groeien en hun wisselwerking om een ander verhaal vraagt. Conrad, Bridget en Duncan, de belangrijkste personages uit boek 2, heb ik nog beter leren kennen. Zaken die ik in de eerste versie niet zag, zijn ineens heel duidelijk en vallen op hun plaats. Het is het wonderlijkste onderdeel van schrijven.

We zijn er bijna, maar nog niet helemaal. Het verhaal mag er dan zijn, het boek nog niet. Een aantal hoofdstukken worden al gelezen door proeflezers en daar komt het laatste deel straks bij. Met die feedback ga ik herschrijven. Daarna volgt een ronde met mijn redacteur Anaïd Haen. Als laatste gaat mijn uitgeefster Rianne Lampers met een stofkam door de tekst om alle laatste foutjes er uit te halen.

Ondertussen werk ik met Joost Zwaan aan de cover voor dit boek. We hebben al iemand gevonden die model wil staan voor Conrad. Het concept is doorgenomen en het logo (van een roos uiteraard) dat op de band staat is al gemaakt. Zo krijgt Terra 7 deel 2 Het Huis van de Roos steeds meer vorm.

Nee zeggen

Ik ben nieuwsgierig, leergierig en een optimist. Over het algemeen goede eigenschappen die verschillende keren in mijn leven goed van pas kwamen. Tegenwoordig zijn deze eigenschappen mijn valkuil.

Ik heb altijd ideeën en vind heel veel leuk. In het verleden is ook gebleken dat veel dingen mij goed af gaan. Maar als je iets kunt en leuk vindt, wil dat nog niet zeggen dat je het moet doen. Daarnaast denk ik altijd in oplossingen. Wil het niet rechtsom, dan ga ik linksom. Wil dat ook niet, dan desnoods dwars door het midden. Maar wat als iets niet doen de beste oplossing is? Wat als het gewoon beter is om nee te zeggen?

Ik heb heel vaak nee moeten zeggen de laatste paar jaren. Nee tegen mijn werk dat ik heel erg leuk vond, maar niet meer vol kon houden. Nee tegen zingen met de bigband, omdat ik het niet meer red om ’s avonds te repeteren. Nee tegen een verzorgpaard, omdat ik de energie niet heb. Nee tegen vrienden, omdat ik te moe ben om met ze om te gaan. Mijn wereld is er een stuk kleiner door geworden.

Veel behandelingen van burn-outs gaan uit van het principe dat je balans moet zoeken tussen dingen die energie nemen en energie geven. Alleen bij mij werkt het niet zo. Alles kost energie, ook de leuke dingen. Alleen de niet-leuke dingen kosten meer. De dingen die niet zo leuk zijn, moeten wel gewoon gebeuren. Huishouden, boodschappen doen, koken, klussen. Het is een onderdeel van het gewone dagelijks leven.

Er zijn zaken waar ik ja tegen blijf zeggen. Belangrijkste zijn mijn gezin en familie, echte vrienden, mijn hond en kat, die ene keer in de week op een ochtend paardrijden en natuurlijk schrijven. Of schrijven wel of niet lukt is niet afhankelijk van mijn energieniveau, maar van mijn vermogen me te kunnen concentreren. Natuurlijk, als je moe bent is het lastiger om je te concentreren. Toch werkt het niet andersom; als ik energie heb, kan ik me vaak slecht concentreren.

Ik werk met een weekschema waarop ik mijn activiteiten verdeel. Het geeft houvast en helpt om dat kleine beetje energie dat ik heb goed te verdelen. Toch blijft het nodig om nee te zeggen, ook als het eerst ja was. Zo zou ik woensdag naar een school in Gouda om samen met Anaïd Haen les te geven over schrijven. Ik had er erg veel zin in, maar heb het af moeten zeggen. Niet leuk, maar noodzakelijk. Want soms win je iets door nee te zeggen, ook al voelt het als verliezen.

Bijna klaar

Op de valreep heb ik met Anaïd Haen in 2017 de redactionele fase van mijn boek afgerond. De tekst ligt nu bij Rianne Lampers, uitgever van Celtica Publishing. Ook de cover gemaakt door Joost Zwaan is af, inclusief achterflaptekst en ISBN nummer. Om jullie alvast in de stemming te laten komen, laat ik een stukje zien van de voorkant.

Het voelt een beetje vreemd dat het nu af is. Ik zat de laatste maanden echt in een schrijfmodus en was vrijwel dagelijks met mijn boek bezig. Een prettig ritme. Ik kan natuurlijk met boek 2 verder, maar doe dat bewust niet. Ik denk dat het goed is om even te resetten en zelf weer boeken van anderen te lezen. Er is genoeg blijven liggen.

En ik moet nog een boekpresentatie regelen. Zodra ik een datum heb, laat ik het jullie weten. In het weekend van 31 maart en 1 april 2018 sta ik met mijn boek bij de stand van Celtica Publishing op de Dutch Comic Con in de Jaarbeurs in Utrecht. Kom langs!

Achterflaptekst:

Ooit werd Terra 7 gekoloniseerd vanuit het ideaalbeeld van een geweldloze samenleving. Als de Aardse wetenschappers Virginia, Conrad en Redbod de planeet na eeuwen herontdekken, komen ze er echter tot hun schrik achter dat het leven er niet bepaald paradijselijk is.
Wat eens gewone mensen waren, zijn nu volken die door genetische manipulatie uit elkaar zijn gedreven en zelfs lijnrecht tegenover elkaar zijn komen te staan. Terra 7 is een planeet waar onderdrukking en overheersing de praktijk zijn geworden.

Gebonden aan de Aardse regel dat ze niet mogen ingrijpen, staan de wetenschappers voor een belangrijke keuze: helpen ze de onderdrukte volken of niet? Als Redbod verdwijnt, worden Virginia en Conrad gedwongen een beslissing te nemen. Bijgestaan door Zania, een Terrazone en Dion, een Groene met telepathische gaven, gaan ze op zoek naar hun schip en hun vriend.

In Het groene kristal, het eerste boek van de trilogie Terra 7, neemt Esther Wagenaar je mee naar een wereld vol extremen. In deze gepolariseerde samenleving volg je de personages op hun tocht naar een betere wereld. Welke keuzes zullen ze maken?

Kill your darlings

Ik ben op dit moment nog steeds druk met herschrijven van mijn boek. Een lastige klus, want het gaat niet zo zeer om schrijven als vooral om weghalen. Hele stukken zijn er inmiddels gesneuveld. En dat doet soms best pijn.

Een boek schrijft zich voor een deel vanzelf. Je begint met een idee. Dat wordt een concept en vervolgens ga je schrijven. Het beeld dat je hebt van de omgeving wordt steeds duidelijker en ook de karakters worden echte personages. Ze gaan op elkaar en hun omgeving reageren en voordat je het weet schrijf je de ene scene na de andere. Hele dialogen volgen. De ene gebeurtenis krijgt een vervolg in een volgende gebeurtenis. De wereld wordt steeds complexer en natuurlijk wil je als schrijver daar over vertellen. En zo schrijf je door en door.

Maar een lezer zit helemaal niet te wachten op voorgekauwde informatie. Voor een lezer is het immers veel spannender om zelf dingen te ontdekken. En al die dialogen kunnen verzanden in geouwehoer. Is het wel nodig om in detail uit te leggen hoe alles er uit ziet? Zelfs bij personages moet je je afvragen of zij wel een wezenlijke rol hebben in het verhaal. Als die rol niet meer is dan van een toevallige voorbijganger, kun je er beter niet te veel aandacht aan besteden.

En zo kan het dus gebeuren dat je die gevatte dialoog die zo grappig was er toch maar uithaalt. En dat je zo veel mogelijk uitleg schrapt. Of een hele scene inclusief personages, omdat het niets toe voegt. Kill your darlings. Het klopt.

Nog even geduld

Het slechte nieuws is: we gaan de deadline van november dit jaar niet halen. Het goede nieuws is: het wordt een beter boek.

Zoals ik in mijn vorige blog schreef, werk ik nu aan mijn boek samen met redacteur en schrijfster Anaïd Haen. Daaruit bleek dat voor mijn boek een ‘frisse blik’ noodzakelijk is om het op een hoger plan te brengen. Dat is precies wat ik aan het doen ben. Ik ben flink aan het herschrijven. Ik probeer in ieder hoofdstuk te kijken wat essentieel is voor het verhaal. Al het ‘gedoe’ haal ik er uit of maak ik korter.

Dat is vaak best even slikken en soms heb ik tijd nodig om het te verwerken. Ik ben iemand die erg in mijn hoofd schrijft. Ik moet het verhaal in mijn hoofd voor me kunnen zien om het op te kunnen schrijven. Als het plaatje dan anders moet worden, dan moet dat eerst ontstaan. Zodra de ‘film’ in mijn hoofd er weer is, kan ik het opschrijven. In mijn manier van beschrijven probeer ik dan zo goed mogelijk over te brengen wat ik zie. En wat dus hopelijk ook de lezer straks voor zich ziet.

Soms moet je gewoon van een ander horen hoe het verder moet, ook al weet je het misschien al wel. Als ik ergens over twijfel, geeft dat al aan dat het waarschijnlijk niet belangrijk is voor het plot. Maar omdat ik moeite heb met afscheid nemen van de oude tekst, lukt het me niet een beslissing te nemen. Dan is het fijn dat je kunt overleggen met je redacteur.

Een ander onderdeel waar ik meer aandacht aan besteed is de karakterontwikkeling van de hoofdpersonages. Ze zijn volwassener en moeten vaker bewust keuzes maken. Keuzes die consequenties hebben, die weer invloed hebben op de karakters. Dat zie je terug in perspectief gebruik. Het oorspronkelijke verhaal maakte gebruik van voortdurend wisselende perspectieven. Dat is een vorm die tegenwoordig niet meer gebruikt wordt. Nu kies ik zo veel mogelijk voor het perspectief van de hoofdpersonages en denk ik bij iedere scene na vanuit wiens hoofd de lezer de scene ziet.

Ik hoorde van mijn redacteur dat we van Rianne Lampers, mijn uitgever, de ruimte hebben gekregen om de tijd te nemen voor het herschrijven. Bedankt Rianne! Dus voor iedereen die op mijn boek zit te wachten: nog even geduld. Het zal de moeite waard zijn.

De redacteur

Ik ben inmiddels aan de slag met mijn redacteur. Ze schrijft zelf onder de naam Anaïd Haen (korte verhalen, kinderboeken, volwassenen) en heeft ook als redacteur veel ervaring. Naast al deze werkzaamheden organiseert ze ook de jaarlijkse verhalen wedstrijd Fantastels. Op haar website kun je meer over haar lezen. Je kunt daar ook een aantal verhalen van haar lezen of beluisteren (PDF en MP3) en met veel van deze verhalen heeft ze een prijs gewonnen.

Niet zo maar iemand dus en dat vind ik best een eer. Helemaal als ze je complimenten geeft over bijvoorbeeld de heldere verteltoon of dat ik beeldend schrijf. En dat mijn boek zeker potentie heeft.

Maar ook dat er nog heel wat aan moet gebeuren en daar doet ze precies wat ik nodig had. Want als je nu nog bezig bent met een verhaal dat je 26 jaar geleden hebt verzonnen, maakt dat je aardig blind voor wat je nou eigenlijk echt op papier hebt gezet. Ik ken de wereld van Terra 7 en alle personage door en door en voor mij is alles heel logisch, omdat ik die extra bagage heb. Iemand die het voor het eerst leest en dan helemaal een redacteur die kritisch leest, leest heel iets anders.

En dus is het even slikken als je hoort dat je personages kinderachtig overkomen, dat er nog teveel ‘gedoe’ in het verhaal zit dat geen duidelijk doel heeft en dat ik te veel wil uitleggen (want je lezer is slimmer dan je denkt). Gelukkig heb je dan iemand tegenover je die zelf ook schrijver is en heel goed weet hoe het is om in mijn positie te zitten. En gelukkig ook iemand die aangeeft dat ik het niet met haar eens hoef te zijn, want het is mijn verhaal.

In heel veel opzichten ben ik het wel met haar eens. Dan is het goed om bij mezelf te merken dat ik niet hiermee bezig ben omdat ik op mijn 21ste een leuk verhaal heb geschreven, maar omdat ik nu echt een schrijver wil zijn. En dat ik dus prima in staat ben om hele stukken te herschrijven (en makkelijker dan toen, want ik heb wel wat geleerd de afgelopen jaren). Dat is een prettige ontdekking en geeft meer zelfvertrouwen. Op naar een beter boek!

 

De laatste ronde

Het is zover. Ik heb alle correcties verwerkt en mijn tekst kan gelezen worden door een redacteur. Op basis van diens aanbevelingen krijgt mijn boek definitief vorm.

Ik heb al eerder gemeld, dat ik dyslexie heb en dat schrijven voor mij niet zo vanzelfsprekend is. Ik ben daarom Suzanne Laan erg dankbaar dat ze mij geholpen heeft met het opsporen en corrigeren van alle schrijffouten. Bij een boek van 156.853 woorden is dat een flinke klus. Alle correcties heb ik inmiddels verwerkt. Gelukkig stonden er in de nieuw geschreven teksten minder fouten, dus ik ben vooruit gegaan. Dat dat zo is, merk ik als ik de krant lees. Je komt echt heel regelmatig typfouten tegen en ineens vallen ze mij op!

Een redacteur beoordeelt mijn verhaal op inhoud en dat maakt het voor mij ook zo spannend. Wat vindt hij of zij van de karakters en verhaalontwikkelingen? Komt het verhaal over, is het spannend om in te blijven lezen, beschrijf ik iets te veel of juist te weinig?

Wat ik zelf ook spannend vind, is of het geschikt is voor een brede doelgroep. Mijn verhaal is geen Young Adult, maar het gaat wel over twintigers en schurkt er dus tegen aan. Er zijn ook diverse romantische ontwikkelingen tussen personage die ik soms uitgebreid beschrijf. Maakt dat het verhaal minder interessant voor mannen? Op welke groep moet ik me straks vooral gaan richten?

Ik zal ongetwijfeld de komende 3 maanden weer flink aan de slag moeten met mijn boek. Lekker!