Stiefmoeder

Ik ben stiefmoeder van drie dochters van inmiddels 24 (tweeling) en 27 jaar oud. Ik kwam in hun leven toen ik dertien jaar geleden mijn man leerde kennen. Ik weet dat het officiële woord voor onze relatie stiefmoeder is, maar ik heb een hekel aan het woord. Dat komt omdat ik het associeer met sprookjes als Assepoester of Sneeuwwitje. Ik probeer het woord zo veel mogelijk te vermijden, maar dat is best lastig.

Bij oppervlakkige aangelegenheden zeg ik gewoon dat ik hun moeder ben of dat ik drie dochters heb. Echt gelukkig ben ik daar niet mee, want dan voelt het toch alsof ik hun biologische moeder tekort doe. Nu kunnen kinderen best twee moeders hebben, maar dat past beter bij relaties waarbij de moeders ook een stel vormen. Het gebruik van ‘moeder’ voelt alsof ik iets oneigenlijks doe. Als mij gevraagd wordt of ik kinderen heb, zeg ik dat mijn man drie dochters heeft. Zo is de situatie meteen duidelijk. Maar ook dat voelt niet goed, want doe ik daar mezelf niet tekort mee? Het zijn niet zomaar alleen de kinderen van mijn man. Het zijn de enige kinderen die ik in mijn leven heb en ik hou zielsveel van ze.

Ik schrijf sciencefiction en fantasy en binnen het fantastische genre moet je regelmatig zelf woorden voor iets verzinnen. Niet altijd makkelijk, maar wel leuk om te doen. In de wereld van Terra 7 komen de bewoners van de planeet oorspronkelijk van de aarde en hebben nieuwe namen en woorden een link met waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Bijvoorbeeld de Terrazones, een matriarchaal jagersvolk van vrouwelijke strijders (terra-amazones). Hun rijdieren heten zampala’s en lijken op een kruising tussen een impala en zebra. Sommige woorden zijn helemaal nieuw, zoals het scheldwoord ‘vuile dullak’ (een dullak is een dier dat op verrot vlees lijkt, inclusief de geur, zodat het insecten aantrekt waar het van leeft).

In de ‘echte’ wereld is het een stuk lastiger om nieuwe woorden te introduceren. Zoeken op synoniemen kan helpen. Doe je dat met het woord stiefmoeder op synoniemen.net dat krijg je geen resultaat te zien. Ook mijn Prisma synoniemenboek biedt geen soelaas. In het Woordenboek der Nederlandsche Taal staat de term ‘tweede moeder’ als alternatief, maar dat voldoet naar mijn gevoel niet. Het is meer een omschrijving, dan een synoniem.

Google helpt. Er komen diverse opties voorbij waaruit blijkt dat mijn geworstel met het woord stiefmoeder allesbehalve uniek is. Dat kan ook niet anders als het stiefmoederschap zo vaak voorkomt. Er blijkt zelfs een heuse Stichting Stiefmoeder. Deze stichting hield op 14 april 2012 een ‘stiefmoederdag’ met het verzoek voor een betere naam voor het woord stiefmoeder. Als positieve termen werden de volgende namen gekozen: bonusmoeder, cadeaumoeder, interim-mam en plusmoeder.

Interim-mam valt wat mij betreft meteen af. Het klinkt als iets tijdelijks en dat is het niet. Cadeaumoeder is me wat te veel. Ik weet zeker dat ik niet altijd een cadeautje was voor de meiden, en terecht! Soms was ik mede-opvoeder en dan kun je niet altijd aardig blijven. In een gezin moet je gewoon met elkaar dealen, inclusief elkaars onhebbelijkheden, dus ook die van mij. Over plusmoeder twijfel ik, net als bonusmoeder. Een supermarktassociatie komt bij mij boven, alsof ik een soort aanbieding was.

Ineens denk ik aan een ander woord: extramoeder. In mijn uitleg aan anderen zeg ik altijd dat mijn kinderen een vader, een moeder en twee extra’s hebben. Waarom dan niet het woord ‘extramoeder’ en ‘extravader’? Ik ga het gewoon uitproberen. Ik denk dat iedereen meteen weet wat ik bedoel. Of het echt beter is dan bijvoorbeeld bonusmoeder, weet ik niet. Het voelt tot nu toe het beste.

Al is het allerbelangrijkste niet in woorden uit te drukken. Ik weet wat ik voor de meiden beteken. Ik vergeet nooit meer de moederdag waarop ik voor het eerst van een van hen een bos bloemen kreeg. Zo zijn er tal van momenten waaruit blijkt wat we van elkaar zijn: familie. Met straks een familielid erbij, ik word extra-oma. Al denk ik dat het woord extra bij een volgende generatie wel weg kan. Gewoon oma Esther, klinkt goed.

Deze column is verschenen in Celtica’s Magazine van juli/augustus 2019.